Home

Achtergrond 843 x bekeken

Lab basis voor innovaties in groentezaden

Het nieuwe teeltseizoen is dankzij het mooie weer vroeg begonnen. Vollegrondsgroentespecialist Bejo Zaden neemt groei waar op verschillende terreinen. Research staat aan de basis van de groei realiserende innovaties.

Het nieuwe researchcentrum van Bejo Zaden is twee jaar geleden tegenover de hoofdlocatie gebouwd en vol in bedrijf. Zo’n hightech faciliteit is voor Bejo Zaden bittere noodzaak. “Ons soort bedrijven is enorm innovatief”, zegt verkoopleider Perry Kuilboer. “Maar wel op lange termijn, want het resultaat laat altijd een paar jaar op zich wachten. Dat betekent ook dat onze kosten ver voor de baten uitgaan. Het nieuwe researchgebouw hebben we nodig om die innovaties te helpen realiseren. Afzet in het buitenland is noodzakelijk om dit te bekostigen.”

Fytopathologie, resistentieveredeling, celbiologie en merkertechnologie zijn hier de thema’s. In het centrum wordt aan 70 verschillende ziekteresistentieprojecten gewerkt, zoals valse meeldauw in uien en knolvoetresistentie in kool.

Eén van de innovaties in het researchcentrum is de ontwikkeling en toepassing van moleculaire DNA-merkers in het veredelingsproces. Hiermee kunnen gewenste eigenschappen eenvoudig in het veredelingsprogramma worden gevolgd. “De snelheid en effectiviteit van rassenontwikkeling neemt erdoor toe. Je kunt er ook de zuiverheid van geproduceerde partijen mee vaststellen.”

In het nieuwe gebouw wordt ook rekening gehouden met duurzaamheid. Met warmtewisseling wordt overbodige warmte opgeslagen en zo nodig aangewend om gebouwen te verwarmen.
Bejo is marktleider in wortelen, uien (in samenwerking met De Groot en Slot), sluitkool, Chinese kool, rode bieten, raddicchio rosso, venkel, knol en bleekselderij en is daarnaast een belangrijke speler in bloemkool, spruitkool, asperge en prei in de Benelux. Het marktaandeel verschilt per gewas en per gewasgroep. Kuilboer: “Bejo wil van de gewassen waarin ze actief is een breed pallet aan rassen aanbieden. Het mag voor zich spreken dat we proberen ons marktaandeel minimaal te handhaven en waar mogelijk uit te breiden.”

Groei wordt gerealiseerd in het uitbreiden van de bestaande aandelen, maar vooral in gewassen waarin het bedrijf nog wat ‘jonger’ actief is, zoals prei en asperge. Ook bloemkool en spruitkool zijn groeigewassen in de Benelux.

In asperge heeft Bejo bijvoorbeeld in zeer rap tempo positie verworven. “We zijn nog maar een paar jaar actief en al 15 tot 20 procent van het plantenkwekerareaal betreft ons ras Cumulus.”
Gladheid, tolerantie tegen roest, kopsluiting en smaak zijn belangrijke aspecten in de aspergesector. Bejo heeft hiervoor een gespecialiseerd veredelingsteam in Limburg. “Asperge is voor ons een interessant gewas voor de toekomst. Nieuwe rassen komen eraan. Asperge veredelen is duur en risicovol. Een teler oogst zeven jaar van een plant. Plantenkwekers moeten ver vooruit kijken in hun rassenkeuze. Een heel ander traject dan we gewend zijn in bijvoorbeeld de koolplantenopkweek.”

Ook een groeiende biologische sector draagt bij aan de groei van Bejo. “Biologisch is toenemend belangrijk voor het bedrijf. Het groeit in sommige landen momenteel harder dan het gangbare segment. In Noordwest-Europa voorzien we bijvoorbeeld 10 procent van het biologische peenareaal van zaad. Toch staat biologisch nog maar voor een paar procent van onze omzet.”

Naast het researchcentrum staat de biologische researchkas. Hier wordt bijvoorbeeld onderzoek gedaan naar plantafstanden voor de zaadteelt. Er wordt geëxperimenteerd met UV-licht tegen schimmels. “Ouderlijnen zijn kwetsbaar en groeien vaak in de winter”, legt Kuilboer uit. “Daar moet je geen ziekten en plagen bij hebben.”

Bijzonder verschijnsel in het biologische segment is dat ondanks dat biologisch zaad voor de biologische teelt niet verplicht is, het toch een groeiende markt is. “In Nederland is biologisch zaad in principe wel verplicht, maar er zijn allerlei uitzonderingen op die verplichting. Zo moeten er voldoende rassen beschikbaar zijn. We mogen gangbaar geteeld, niet-chemisch behandeld zaad aan de biosector verkopen voor die uitzonderingen. De voorkeur gaat toch meer en meer uit naar biologisch zaad. De markt is dus deels zelfregulerend.”

Daarnaast is Bejo op sommige continenten relatief kort actief. Verdelingsinspanningen van de afgelopen jaren resulteren nu in geschikte rassen en daarmee commerciële groei. Hier liggen voor de komende jaren dus nog veel mogelijkheden. Te denken valt aan Azië, Zuid-Amerika en Afrika en Midden-Oosten.

Drie steeds belangrijker wordende elementen in de veredeling zijn smaak, inhoudsstoffen en kleur. Hoewel het Bejo zich heel breed richt op alle facetten van vollegrondsgroenteteelt - naast het hoofdsegment worden ook rassen gekweekt voor nichemarkten - wil het ook boven het maaiveld uitsteken. “Rassen aanbieden waarvan we zeker weten dat ze lekker zijn, verhoogde gehaltes aan inhoudsstoffen als anti-oxidanten hebben en waar mogelijk willen we een diversiteit aan kleur bieden. Zo is gele peen vanwege de kleur de niche al ontstegen. Een goed voorbeeld is ook purple sprouting in broccoli. De bijzonder hoge anti-oxidantwaardes geven een extra dimensie aan de afzet van deze paarse scheutjesbroccoli.”

Volgend jaar brengt Bejo, naast de rode bietenrassen, een gele biet op de markt. “Nee, de wereld verandert er niet door”, grapt Kuilboer. “Maar er is gewoon vraag naar. Dit heeft met smaak en kleur te maken. En rood smeert natuurlijk veel meer. Wij zijn het enige veredelingsbedrijf dat zich serieus bezig houdt met zaad voor gele bieten.”

De trend in de horeca is volgens Kuilboer: terug naar traditionele groente van goede kwaliteit en met variatie binnen de soorten. “Daarom profileren we ons meer richting horecatoeleveranciers, vooral voor de relatief onbekende nicheproducten. Zo verbinden we telers met afnemers. De kracht van Nederland is dat de lijnen vrij kort zijn. We komen makkelijk met toeleveranciers om tafel en de telers kennen we al.”

Daadkracht en innovatie zijn de rode draad in Kuilboers verhaal. “Wij hebben een eigen stijl. Enerzijds doordat we een familiebedrijf zijn. Anderzijds omdat we een platte organisatie hebben, waardoor we ruimte hebben om te onderzoeken.”

Een van Bejo’s innovaties in zaadbewerking is geprimed zaad. “Dit bestond acht jaar nauwelijks en er is nu een significant deel van het areaal ui en peen mee ingezaaid. Voorgekiemd zaad leidt tot een uniformer eindproduct, wat goed is voor de afzet en waardoor spuitmomenten beter te bepalen zijn. Het geeft daarmee een beter rendement voor de teler.”

Een nieuwe uitdaging is fusariumresistentie in Rijnsburger uien. “Dat introduceren we in de komende jaren.”

Bejo heeft 26 dochterondernemingen en is actief in meer dan 100 landen.
In Nederland telt Bejo 400 medewerkers, wereldwijd 950.
Bejo teelt uitgangsmateriaal voor 45 gewassen, waarbinnen 900 rassen worden vermarkt. Voor 135 rassen wordt biologisch zaad geproduceerd.
Bejo doet wereldwijd veredelingsproeven.

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.