Home

Achtergrond 226 x bekeken

Gemiddelde vermeerderaar flink ingeteerd op vermogen

De resultaten in de varkenshouderij waren de laatste jaren zeer matig. In 2010 waren de gemiddelde vleesvarkenshouder en de zeugenhouder niet in staat geld te reserveren voor investeringen in nieuwe huisvesting en aanpassingen voor dierenwelzijn en milieu.

Frank Steenbreker, van Abab accountants en adviseurs, heeft gerekend met de opbrengstprijzen van de afgelopen jaren en komt tot de conclusie dat de financiële buffers in de sector tot een minimum zijn gedaald.

Volgens Steenbreker had een vermeerderaar de afgelopen zes jaar gemiddeld een voerwinst (omzet en aanwas minus voerkosten) nodig van 593 euro per zeug om aan zijn verplichtingen te kunnen voldoen. De zeugenhouders hebben in de afgelopen zes jaar maar zeer sporadisch die kritieke voerwinst gehaald. In 2005 en 2006 lagen de voerwinsten met ongeveer 610 en 680 euro duidelijk boven het niveau van de genoemde 593 euro.

In 2007 en 2008 duikelde de voerwinst naar een ondergemiddeld niveau. In 2009 was de voerwinst iets boven de 600 euro om in 2010 weer uit te komen op 529 euro. Conclusie: de gemiddelde vermeerderaar is flink ingeteerd op zijn vermogen. Een ondernemer die 110 procent voerwinst realiseerde, kon zijn vermogen op peil houden.

In de vleesvarkenshouderij is het beeld vergelijkbaar. Sinds 2006 ligt de voerwinst ver onder het niveau van 88 euro per aanwezig vleesvarken dat de vleesvarkenshouder zou moeten halen. Ten opzichte van 2009 vertoont de voerwinst per aanwezig vleesvarken wel weer een stijgende tendens van 60 euro naar 78 euro, maar dat is nog steeds ruim onder de benodigde 88 euro.

Ook voor de vleesvarkenhouder geldt dat hij ruim 110 procent voerwinst gerealiseerd moet hebben om de noodzakelijke reserveringen te kunnen doen. Juist in de vleesvarkenshouderij zijn de financiële buffers dan ook minimaal geworden de laatste jaren. Dat verklaart ook de paniek die er in januari ontstond toen de vleesvarkensprijs tijdens de Duitse dioxinecrisis zwaar onderuit ging.

Steenbreker trekt de conclusie uit het beeld van de voerwinstontwikkeling van de laatste jaren dat de slechte resultaten in de vleesvarkenshouderij steeds meer ook doortrekken naar de zeugenhouderij. Voor de zeugenhouderij wordt de situatie dit jaar ook moeilijker, doordat de biggenprijs dit voorjaar niet echt aantrekt. ”Zeugenhouders moeten het hebben van het voorjaar van de hoge biggenprijzen die in dit seizoen worden geboekt. Later in het jaar vallen de biggenprijzen vaak tegen.”

Steenbreker heeft berekend dat het tekort aan voerwinst overeenkomt met € 2,50 per big en 6 cent per kilo geslacht gewicht bij vleesvarkens. Het is niet voor niets dat op dit moment volop wordt gediscussieerd over hoe het rendement van de varkenshouders kan worden verhoogd. Aan de andere kant is het nog steeds zo dat de variatie tussen bedrijven groot is. Er is een kopgroep die nog steeds in staat is goede resultaten te boeken. Bedrijven zullen voor keuzes komen te staan.

”De kleinere bedrijven staan vaak voor de keuze stoppen of doorgaan. Er zullen bedrijven zijn die kiezen voor de vlucht naar voren en voor een vergrotingsslag. Het werken met een groot bedrijf soms met personeel is echter niet iedereen gegeven", zegt Steenbreker.

Toch blijft Steenbreker optimistisch. De sector heeft meer roerige tijden gekend. ”Ook toen hebben we bewezen sterker uit de strijd te komen. Dat zal ook nu gebeuren.”

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.