Home

Achtergrond 345 x bekeken 3 reacties

'Agrarisch natuurbeheer werkt alleen in kansrijke gebieden'

79 hoogleraren hebben vandaag in een open brief aan het kabinet hun zorg uitgesproken over het natuurbeleid.Ze zijn niet alleen bezorgd over de bezuinigingen op de EHS en het terreinbeheer. Ze zijn ook kritisch over het agrarisch natuurbeheer. Dat heeft zelden geleid tot behoud of toename van de aantallen, schrijven ze. Een van hen is Geert de Snoo, bijzonder hoogleraar agrarisch natuurbeheer aan Wageningen UR, en tevens hoogleraar aan de Universiteit Leiden.

Hoe zit dat nou met het agrarisch natuurbeheer. Werkt het of werkt het niet?
”Het werkt, maar alleen in gebieden die van nature kansrijk zijn. Een voorbeeld is botanisch slootkantenbeheer, waarvan we veel hebben in Nederland. Als je goed kijkt zitten er meer plantensoorten in sloten rondom natuurgebieden dan elders. Daar is het beheer kansrijker.”

In uw brief spreekt u van concentratie van het beheer in gebieden die daar geschikt voor zijn. Moet het agrarisch natuurbeheer dan in een soort buffergebied tussen de reservaten en de gebieden met intensieve landbouw?
”Nee. Zo bedoel ik het niet. Wil je ergens agrarisch beheer toepassen, dan moeten daar wel de voorwaarden voor aanwezig zijn. Dat kan betekenen dat je het anders moet verdelen over Nederland. Je moet het concentreren in gebieden die potentie hebben, waar genoeg massa is. Gebieden die niet helemaal leeg zijn. Een voorbeeld van succesvol beheer zijn de akkerranden in Groningen, waar niet alleen de kiekendief maar ook de veldleeuwerik vooruitgaat.”

Hoever moet die concentratie gaan, hoeveel hectare houden we over? Denkt u net als bijvoorbeeld weidevogelonderzoeker Theunis Piersma van de RUG, die voor Friesland een weidevogelgebied van 10.000 hectare bepleit en de rest dan maar wil opgeven?
”Dat is heel lastig te zeggen. Voor weidevogels heb je in Nederland een stuk of zes kerngebieden. Daarvoor zou je dat model kunnen volgen. Maar er is meer dan weidevogels, er zijn andere soorten die weer andere eisen stellen, en je kunt niet overal een apart gebied voor inrichten.”

Werkt agrarisch beheer eigenlijk wel bij weidevogels, de belangrijkste categorie?
”Helaas moeten we constateren dat het met de weidevogels nog steeds achteruitgaat. Die hebben we nog niet voldoende beschermd. Lokaal zijn er wel succesjes maar die hebben de achteruitgang nog niet gestopt.”

Zijn de inspanningen dan voor niks geweest en is het weggegooid geld?
”Nee, dat kun je absoluut niet zeggen.”

Aan de andere kant zegt Jos Roemaat, voorzitter APNL, de nieuwe koepelorganisatie van agrarisch en particulier natuurbeheer, dat de sleutel tot succesvol beheer inmiddels wel gevonden is. Dat is: collectief beheer over grotere gebieden met oog voor omgevingsfactoren.
”Er is inderdaad steeds hoop dat we die sleutel hebben. We weten inmiddels wel dat je het met simpele maatregelen niet redt. Je moet het per gebied doen. Rekening houden met verschillende factoren, tot en met waterpeil. Daar moeten boeren hun maatregelen op afstemmen. En daar moeten ze ook voor betaald worden.”

Dat betekent ook verandering in financiering?
”Ja, de geldstromen worden dan heel anders. Ik zie dat ook in het licht van het nieuwe landbouwbeleid. Geld uit de eerste pijler, de groene diensten, zou je moeten inzetten voor natuur op boerenland. Je moet het agrarisch gebied niet opgeven als het gaat om natuur en landschap. Dat wil de maatschappij ook niet.
Geld uit de tweede pijler moet je dan inzetten voor die concentratiegebieden met speciale doelen. Eigenlijk zit Bleker volgens mij aardig op deze lijn. Wat betreft agrarisch beheer liggen de meningen niet zo ver uitelkaar. Bleker noemt agrarische natuur belangrijk. En dat vind ik ook.”

Foto

Laatste reacties

  • no-profile-image

    De overheid moet een keuze maken: weidevogels of roofwild. Beide gaan niet samen. Wil je een gebied kansrijk maken voor weidevogels, dan moet je daar het aantal predatoren minimaliseren. Anders is het dweilen met de kraan open! Afgelopen jaar vele uren besteed aan nesten zoeken, kuikens beschermen tijdens grasoogst, noem maar op. Drie buizerds hebben alles opgegeten en hier mag je niets tegen doen. Het wildbeheer 30 jaar geleden ging heel anders. Toen hadden kuikens, haasjes enz. meer kans om groot te worden, dan vroegtijdig opgepeuzeld te worden door roofwild.....

  • no-profile-image

    Dit kan alleen maar vlgs mij door een goed jachtbeheer . Er zullen meer roofdieren die schadelijk zijn moeten worden afgeschoten . Laten we in Nederland blij zijn met het huidige jachtbeleid wat vlgs mij nog wel wat soepeler mag worden zodat er nog wat meer van die schadelijke dieren zoals vossen, zwijnen enz kunnen worden afgeschoten . Ons land is simpelweg te klein en te vol voor grote aantallen van deze dieren

  • no-profile-image

    Wat een gelul. Grauwe Kiekedieven en Veldleeuweriken hebben geen hout van doen met slootkantenbeheer. De kiekendief broedt in uitgestrekte graanakkers en de leeuwerik heeft open en niet te hoog opschietende vegetaties nodig omdat die vogel in moderne raaigrassteppen niet uit de voeten kan. Letterlijk! Ik werk in Wageningen, maar van de Snoo had ik nog nooit gehoord! En hij kennelijk niet van de simpele ecologische wet: 'alles is overal, maar het milieu (= de som van positieve en negatieve leefvoorwaarden) selecteert. Zéker bij botanisch beheer is dat cruciaal, omdat zaden en sluifmeelpollen op iedere vierkante meter in de bodem aanwezig zijn. Die leiden daar een slapend bestaan en komen pas tot wasdom als de omstandigheden zich daarvoor lenen. Bij insecten is het iets gecompliceerder, bij vogels werkt het nog wat subtieler en bij de meeste zoogdieren moet de mens soms een handje helpen om weer een bruggenhoofd voor populatieontwikkeling te vestigen. Helaas vormt de (jagende of veel te intensief boerende) mens dan vaak de factor waardoor er zich geen levensvatbare populaties kunnen ontwikkelen.

Of registreer je om te kunnen reageren.