Home

Achtergrond 264 x bekeken

Voor een paar centen extra naar België

Na herstel in 2010 duiken komkommertelers in 2011 weer vol in de vijver van onzekerheid, harde buitenlandse concurrentie en grillig prijsverloop. Sommigen zoeken hun heil in bundeling, anderen ‘vluchten’ naar de Belgische veiling in de hoop een paar cent meer te verdienen. “Het is te hopen dat er dit jaar een omkering komt.”

Gelukkig, zo slaken veel telers een zucht van verlichting, heeft het jaar 2010 weer wat lucht gegeven. Maar de eerste maanden van het nieuwe seizoen persen dat kleine beetje extra lucht al snel weer uit de longen. Marktkenners spreken van tonnenverlies, ook al gaat het nog om beperkte volumes.

”Je ziet dat het heel ongrijpbaar is, hoe de prijsvorming tot stand kan komen”, verdedigt afdelingsdirecteur Tuinbouw Dick Oosthoek de stelling van Rabobank Nederland dat de rek in die productgroep er toch echt uit is. Consolideren en diversificeren, luidde het advies in 2010.
Aan die oproep lijkt beperkt gehoor gegeven. Areaaluitbreiding is er in elk geval niet geweest. En telersgroep Best Growers Benelux (BGB) heeft inmiddels aansluiting gezocht bij Kompany, waarmee de Associatie van Producenten Organisaties (APO) een gezamenlijk marktaandeel heeft weten te bewerkstelligen van 47 procent.

Of dat genoeg is? Op het moment dat Spanje de markt langdurig in zijn greep houdt met grote goedkope volumes, zoals dat dit seizoen het geval is, blijkt Nederland weer een speelbal in de handen van de grote retailers. ”Nederland is altijd al afhankelijk geweest van hoe slecht het anderen gaat”, vat Oosthoek het nog maar eens samen.

Het is een zure constatering na een jaar waarin telers eindelijk weer eens zijn beloond voor de inspanningen om de kosten laag en de investeringen minimaal te houden. ”We hebben de afgelopen jaren keer op keer met telers gekeken naar de mogelijkheden van kostenbesparing”, weet bedrijfskundig adviseur bij Alfa Accountants en Adviseurs, Elbert van Aalst. Hij zat de afgelopen jaren regelmatig bij komkommertelers aan tafel om ze al dan niet gewenst van advies te voorzien.

Van de grootschalige, moderne tuinbouwondernemer die zijn loonkosten in bedwang moet houden, tot het familiebedrijf van 1,5 hectare, waar de eigenaar ’s nachts badend in het zweet de laatste cijfers van de kwartaalbalans voorbij ziet komen en het wachten is tot het laatste licht uitgaat. Het is er niet makkelijker op geworden, weet Van Aalst.

”Een wijziging in de bedrijfsvoering is voor de huidige telers niet eenvoudig. Het zijn steeds meer gespecialiseerde bedrijven geworden. Vroeger was het makkelijker om bijvoorbeeld een stap maken naar paprika of tomaat. Maar nu kun je niet zomaar alles meer telen. Bovendien, als je die stap maakt, betekent dat niet dat je gelijk een topper bent.”

Het onderwerp bedrijfsbeëindiging heeft hij ’gelukkig’ het afgelopen jaar niet bespreekbaar hoeven maken. Toch ziet hij dat het rekenwerk voor de ondernemers steeds belangrijker wordt. ”Je zult als ondernemer steeds beter financieel de vinger aan de pols moeten hebben.”

Inzicht in de financiële gang van zaken, geeft de ondernemer een beter zicht op de te varen koers, weet hij. ”Al blijft het natuurlijk lastig inschatten in een markt die zo kan fluctueren.”
Maar als het moeilijke gesprek zich dan toch een keer aandient? ”We moeten een ondernemer ook een spiegel voorhouden. Bedrijfsbeëindiging is een lastige beslissing, maar elk jaar achteruit hobbelen is ook geen oplossing. Aan de andere kant is het niet zo dat een ondernemer zijn bedrijf van de ene op de andere dag stil kan leggen. De vaste lasten lopen door. Dat is best wel een spagaat waar een ondernemer in zit.”

Zoeken naar uitwegen dus. Hopen op een beter seizoen. Of vluchten naar België. De belangstelling van Nederlandse telers blijkt zo groot, dat de Mechelse Veilingen een limiet heeft ingesteld. ”We willen gecontroleerd groeien”, licht supervisor verkoop Raf Heylen de situatie toe. ”We kijken ook naar de marktsituatie. Je kunt het enorm laten ontploffen, maar daardoor kun je jezelf ook voorbij groeien.”

Hij begrijpt de toevlucht van de telers tot België maar al te goed. ”Het systeem is doorzichtig, open voor iedereen. In de voorbije jaren hebben we toch wel enkele centen meer kunnen maken.” Maar tegelijkertijd is hij voorzichtig over de toekomst. De Belgen gaan niet meer komkommers eten en de eigen markt verdient ook de nodige bescherming.

Ook Oosthoek ziet weinig heil in een uittocht naar de Zuiderburen. ”Vorig jaar is er goed geld verdiend in België. Maar het blijft een Europese markt, dus uiteindelijk los je de problemen daar niet mee op.” Nauwe banden aangaan met de retail, luidt zijn advies. ”De hoop bestaat dat de koppeling tussen retailer en teler steeds strakker wordt. Van welke kweker is mijn product afkomstig, wil de consument weten.”

Van Aalst begrijpt de hang naar België ook heel goed. ”Veel telers ervaren dat in Nederland het aantal uitschieters in prijs naar boven flink is afgenomen, de uitschieters naar beneden niet. Voor een teler in die situatie zou de stap naar België niet verkeerd zijn.”

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.