Home

Achtergrond 131 x bekeken

Vleeskalverhouderij beraadt zich op positie na 2013

De vleeskalverhouderij in Nederland heeft mogelijk veel te verliezen bij een hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid na 2013. Daarom beraadt de bedrijfstak zich op mogelijkheden om de eigen positie veilig te stellen.

Vleeskalverhouderij ontvangen geen rechtstreekse slachtpremies meer, zoals enkele jaren geleden, maar ontvangen hun toeslagen nu via de bedrijfstoeslag. Bij kalverhouders is die opgebouwd uit een hectaretoeslag en bijzondere toeslagrechten. Maar al is de uitbetalingssystematiek gewijzigd, per ondernemer en/of per bedrijf zijn de toeslagen aanzienlijk hoger dan voor een gemiddelde melkveehouder of akkerbouwer. In totaal ontvangt de kalverhouderij jaarlijks ongeveer 100 miljoen euro aan toeslagen, waarvan 20 procent via grondgebonden rechten.

De kalverhouders zetten er, via de LTO-vakgroep Kalverhouderij en de vleeskalverintegraties, op in om die gelden ook na 2013 vast te houden. Wij willen die toeslagen ’oormerken’ voor onze bedrijven”, zegt voorzitter Bert Loseman van de LTO-vakgroep. Hoe dat precies moet, heeft de organisatie nog niet helder. Momenteel vindt er overleg over plaats met de leden. De gedachte is dat de kalverhouderij deze enveloppe van 100 miljoen misschien kan verdienen door een verdere verduurzamingsslag te maken, bijvoorbeeld via extra investeringen in dierenwelzijn en zorg voor de omgeving.

Alles moet in ieder geval op alles worden gezet om te voorkomen dat de vleeskalverhouderij een ’harde landing’ gaat maken na 2013 en dat de kalverhouders niet meer krijgen dan 300 of 400 euro per hectare, zoals de gemiddelde Nederlandse veehouder en akkerbouwer waarschijnlijk krijgt. Als er ook nog een herverdeling van toeslagen over het hele gebied van de EU-komt, zoals landbouwcommissaris Ciolos en de nieuwe lidstaten willen, kan de toeslag nog lager uitpakken.
De kalverhouderij begrijpt wel dat ze niet altijd net zo veel geld kan blijven ontvangen als ze nu doet, maar als de toeslagen dan toch minder moeten worden, dan graag geleidelijk, met een ruime overgangstermijn.

Extra complicatie is dat het aantal kalverhouders de laatste jaren gestaag toeneemt. Vooral in de rosékalverhouderij, maar ook breder in de bedrijfstak. De concurrentiepositie van de Nederlandse kalverhouderij binnen de EU verbetert gestaag. Er is dus ook ruimte voor nieuwkomers in de bedrijfstak in Nederland. Daarbij zijn de inkomens de laatste jaren ook zeker niet slecht.

Of registreer je om te kunnen reageren.