Home

Achtergrond 365 x bekeken

Vietnam voor agribusiness springplank naar Azië

Prins Willem-Alexander, prinses Maxima en staatssecretaris van landbouw Henk Bleker zijn op officieel bezoek in Vietnam. Ze worden gevolgd door een handelsdelegatie met 80 deelnemende bedrijven. Voor de voedingssector en agribusiness biedt Vietnam grote kansen, zo blijkt uit analyses van PwC en de Wereldbank.

Vietnam is met een populatie van 86 miljoen zielen en een economische groei van zo’n 7 procent op zichzelf al een interessante markt, aldus consultancy PwC. De beroepsbevolking is als percentage op de totale bevolking bovendien relatief groot, terwijl het aantal hoogopgeleiden met sprongen groeit.

Daarnaast is Vietnam ook een springplank naar andere delen van Azië, zoals China, Thailand, Singapore, Maleisië of zelfs Indonesië en Taiwan. Zaken doen in Vietnam is bovendien aantrekkelijk, aldus het PwC, omdat het land weliswaar autocratisch geleid wordt, maar daarmee wel een betrouwbare basis vormt voor investeringen. De bevolking wordt rijker en de vraag naar met name yoghurts, vlees en babyvoeding neemt toe.

Het land is communistisch, maar kent volgens een studie van Nyenrode Universiteit in veel opzichten een opener economie dan Nederland. Vietnam is sinds 2007 zelfs lid van de WTO en sloot zich erder aan bij de regionaal georiënteerde vrijhandelsorganisatie Asean. Vietnam kent via Asean een handelsdeal met China en sloot zelf een deal met de andere economische grootmacht in de regio: Japan.

Produceren in Vietnam opent dus niet alleen de deur naar de Vietnamese markt, maar ook die van Zuidoost-Azië, China en tot op zekere hoogte Japan. Laatstgenoemde is voor de agribusiness minder van belang, omdat de Japanse markt voor voeding gesloten is en Japan een aantal eigen nationale voedingskampioenen kent.

Naast Heineken en Unilever is ook FrieslandCampina actief in Vietnam. Het hoofdkantoor staat niet in de hoofdstad Hanoi maar in Ho Chi Minh Stad, het vroegere Saigon. In Azië worden FrieslandCampina-producten in de markt gezet onder de merknamen Friso en Dutch Lady. Laatstgenoemde claimt in Vietnam een marktaandeel van 14 procent.

Belangrijke concurrenten zijn het Amerikaanse Mead Johnson, Abott en het Vietnamese Vinamilk. FrieslandCampina koopt voor de Vietnamese fabrieken in van regionale partijen zoals het Nieuw-Zeelandse Fonterra. Een gedeelte van de melk, circa 20 procent, wordt van 2.500 lokale boeren betrokken.

Vietnam zelf importeert momenteel bijna driekwart van de binnenlandse zuivelbehoefte. De regering wil graag investeringen in de binnenlandse landbouw stimuleren, zodat Vietnam minder afhankelijk wordt van prijsschommelingen op de wereldmarkt. Bovendien kan met een grotere eigen productie de inflatie worden beteugeld. Deze loopt regelmatig op tot ver boven de 10 procent en is daarmee een mogelijke bron van sociale onrust.

In Vietnam lijkt genoeg ruimte om uit te groeien tot een grote agrarische speler, schrijft de Wereldbank. Nu is circa 70 procent van de bevolking werkzaam op het platteland, maar mensen trekken naar de grote steden als Hanoi, Ho Chi Minh Stad, Haiphong en Danang. Daarmee ontstaat voor de overblijvers letterlijk ruimte voor schaalvergroting en modernisering.

De overheid blijkt volgens de Wereldbank succesvol in het promoten van nieuwe productiemiddelen zoals kunstmest, mechanisatie en beter zaaigoed. Vietnam zag de agrarische productie in de periode van 2000 en 2005 zelfs met 4 procent stijgen, waar wereldwijd juist een stagnering plaatsvond. Sindsdien groeit de agrarische productiviteit met circa 0,7 procent per jaar.

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.