Home

Achtergrond 636 x bekeken

Verlies macht LTO en primaire sector onderbelicht in schappendiscussie

In de discussie over het al of niet laten voortbestaan van de productschappen is vrijwel alle aandacht gericht op de schappen zelf, en op de taken die zij wel of niet verrichten voor agrarische bedrijven.

Een recent overzicht met ’onmisbare taken’ van het Productschap Zuivel is daar een voorbeeld van. Een relatief onderbelicht punt van aandacht is het gevolg van een eventuele afschaffing voor LTO Nederland en voor de primaire sector.

Feit is dat bij een eventuele afschaffing LTO Nederland ook flink aan macht en invloed zal verliezen. Dit gaat minder op voor organisaties als de Nederlandse Varkenshouders Vakbond (NVV), de Nederlandse Melkveehouders Vakbond (NMV) en andere kleine sectororganisaties. Zij hebben minder zetels en dus ook minder zeggenschap in de schappen.

De macht vloeit vooral voort uit de bevoegdheid van de schappen om via verordeningen algemeen geldende regels op te leggen aan agrarische ondernemers. Niet alleen regels met betrekking tot dier- of plantgezondheid en hygiëne, maar ook regels die bepalen dat heffingen moeten worden afgedragen voor onderzoek, proefprojecten en voor promotie. Als die mogelijkheid verdwijnt, mist LTO oneerbiedig gezegd ook een ’geldmachine’. Dat tekort kan deels worden ondervangen door een aantal zaken voortaan te regelen via de branche-organisaties voor zuivel, vlees of mengvoer.

Maar voor individuele agrarische ondernemers wordt het dan veel gemakkelijker om daar niet aan mee te doen, want een vleesbedrijf kan niet zonder zijn toestemming zo maar geld van hem inhouden. In de zuivelsector is dat probleem door de grote invloed van coöperaties nog redelijk te ondervangen. Elders gaat het moeilijker.

Toch zal ook dan de positie van de primaire sector zwakker worden ten opzichte van de verwerkende bedrijven en de handel. Een belangenorganisaties als LTO Nederland of de NVV moet zonder productschappen bijna overal de hand gaan ophouden om zaken gedaan te krijgen.

Bijvoorbeeld door het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie te overtuigen of de Nederlandse Zuivelorganisatie, de Centrale Organisatie voor de Vleessector danwel de Nederlandse Vereniging Diervoederindustrie te verzoeken of die iets willen regelen.

Of registreer je om te kunnen reageren.