Home

Achtergrond 1403 x bekeken

Plantenveredeling in maatschappelijk debat

De plantenveredeling moet wennen aan de discussie over veiligheid van gebruikte technieken. De sector heeft voedselzekerheid gebracht en kan nu zelfs klassieke genetische wetten sturen met mensenhand en microscoop. ”Als veredelaar wil je alle technieken kunnen gebruiken.” Maar gentech ligt onder vuur.

De zoektocht van land- en tuinbouw naar hogere gewasopbrengst en oogstzekerheid heeft veredeling gebracht tot wat het nu is. Veredelingsbedrijven behoren door hun exclusieve genetische voorraadbank tot de meest succesvolle en rijke sectoren van Nederland.

Sinds de veredeling professionaliseerde, rond 1900, deden zij hun werk in relatieve luwte. Pas recent voelen zij maatschappelijke weerstand over techniek. Genetische modificatie kent in Europa nu misschien tegenstanders, maar in de jaren na de Tweede Wereldoorlog bestraalden onderzoekers ongestoord op grote schaal granen en groenten om het genenpakket door elkaar te schudden (mutaties).

Volgens Richard Visser, hoogleraar plantenveredeling aan de Wageningen Universiteit (WUR) bracht bestraling en chemische behandeling circa 5.000 rassen op, waarvan sommige huidige rassen ook nog afstammen. Toch zal maatschappelijke discussie de technologische innovatie niet in de weg staan, denkt hij. ”De techniek die nu innovatief lijkt, is over vijf jaar traditioneel. Introductie van nieuwe technieken is van alle tijden. Er is nu bijvoorbeeld geen koolveredeling meer denkbaar zonder fusietechnieken op celniveau.”

In zijn werkkamer in het Radixgebouw op het nieuwe universiteitscentrum in Wageningen schetst hij de ruim 130 jaar waarin veredeling professioneel wordt bedreven. Die weg gaat van mutatieveredeling en celbiologische technieken via celfusie naar markertechnieken en genetische modificatie.

Het voorlopige ideaal is ook niet ver weg meer: breeding by design. ”Je kunt straks achter de computer eigenschappen invoeren. Aan het eind krijg je vervolgens een telstrookje met markers die je moet volgen.”

Eigenlijk is die ontwikkeling in een zin samen te vatten: ”Het veredelen is van fenotype naar genotype verschoven.” Dat betekent dat voorheen geselecteerd werd op eigenschappen van de plant, maar nu zijn de onderzoekers al lang in het genenpakket gedoken om nog veel fijner te selecteren.” De markertechnologie heeft de meeste impact in de moderne veredeling en verkort de ontwikkelingscyclus van een nieuw ras sterk.

De maatschappij is risicomijdend geworden, maar het is niet per se de techniek die gevaarlijk is voor de consument, denkt Visser. ”Een heel scala aan moderne technieken, waaronder reverse breeding en cisgenese, wordt op dit moment in Brussel beoordeeld. Het is alleen de vraag of het risico komt van de techniek of het gen dat je inbrengt. Ik denk eigenlijk het laatste. Als je een gen inbrengt dat veel allergische reacties veroorzaakt, maar veel eiwit inbrengt in de plant, is dat de verkeerde weg.”

Genetische modificatie roept misschien de meeste discussie op; tegenstanders denken dat voorvechter Monsanto een groot eigen belang nastreeft doordat de GMO-rassen die het ontwikkelt alleen te telen zijn met Monsanto-spuitmiddelen. De techniek is van ongekend belang, al is het maar voor de voedselzekerheid in de wereld.

Visser: ”Als veredelaar wil je alle technieken kunnen gebruiken. Transgenese is een ideale techniek om nieuwe eigenschappen in te brengen.”

Wetenschappers als Visser poogden in het maatschappelijke debat aan te tonen dat met transgenese niets anders gebeurt dan met klassieke veredeling. Al blijft het nadeel bestaan dat de plaats waar het gen terechtkomt in het genoom niet te sturen valt.

Wageningen zit op de lijn van cisgenese, het inbrengen van soorteigen genen. Waar in Europa nog steeds getwijfeld wordt aan deze techniek, wordt deze in de Verenigde Staten omarmd, signaleert hij. De techniek zou opgang kunnen maken door de techniek breder beschikbaar te stellen. ”Met de huidige kosten van 3 tot 50 miljoen euro sluit je kleinere gewassen en bedrijven al bij voorbaat uit.”

Nederland hoort bij groenteveredeling nog tot de wereldtop. Dat kan veranderen als Europa nieuwe technieken als modificatie blijft blokkeren, stelt geneticus Hans de Jong. Hij werkt met promovendus Erik Wijnker aan een nieuwe veredelingstechniek om uit planten ouderlijnen te destilleren (reverse breeding). Wageningen UR is internationaal toonaangevend, maar landen met een liberaler beleid voor veredelingstechnieken komen op.

Commerciële veredeling vindt voor akkerbouwgewassen vooral buiten Nederland plaats, uitgezonderd aardappelveredeling. Voor sierteelt, waar veredeling ingewikkelder is, wordt nog veel met traditionele rassen en technieken gewerkt, maar Nederland zal daarin een stap moeten zetten, denkt Visser. ”Het is de manier om de voorsprong op het buitenland in sierteelt te behouden.”

Naast fundamenteel onderzoek van onderzoeksinstellingen steken zaadfirma’s veel geld in lange ontwikkelingstrajecten van nieuwe rassen. Er is de bedrijven dus veel aan gelegen die kosten snel terug te verdienen. Arie van den Berg van VandenBerg Seeds betitelt die markt in zijn boek Komkommerkampioen als snoeihard. Bedrijven werken met geheime vermeerderingsadressen in het buitenland, omdat het zaad het bedrijfskapitaal vormt. Ook beschrijft hij in zijn boek rechtszaken omtrent merkrecht. Het is een wereld waarvan de consument in de winkel geen weet heeft, maar toch de vruchten plukt.

Bunker voor gewasdiversiteit



Het Noorse Svalbard herbergt een wereldwijd register aan zaadmonsters van de belangrijkste rassen van 150 gewassen. Sinds 2007 ontvangt Svalbard Global Seed Vault zaden vanuit de hele wereld. In drie opslagruimtes in een zandsteengrot is plek voor ruim 4,5 miljoen zaadmonsters.

Doel van zaadopslag in Spitsbergen is het wereldwijd verlies van gewasdiversiteit tegen te gaan. Die variatie is nodig om gewassen te kweken met eigenschappen als voedingswaarde en ziektebestendigheid. Svalbard is niet de enige zadenbank, volgens de Verenigde Naties zijn er wereldwijd 1.400.

Ook het Centrum voor Genetische Bronnen Nederland (CGN) bracht monsters naar Svalbard. In 2008 ging het om 18.000 monsters van slazaden, en zaden voor spinazie, kool, ui en prei, komkommer, tomaat aubergine, paprika en peper.





Hugo de Vries, Nederlandse grondlegger mutatietheorie



Hugo de Vries (1848-1935) geldt als de grondlegger van de mutatietheorie in de genetica. De begrippen mutatie en gen worden aan De Vries toegeschreven. De hoogleraar plantkunde aan de Universiteit van Amsterdam was één van de herontdekkers van de geneticawetten van Mendel.
Hugo de Vries had sinds 1889 geëxperimenteerd met het kweken en kruisen van planten zoals aster, chrysanten en viooltjes. Hij concludeerde dat het karakter van een plant was opgebouwd uit bepaalde eenheden, het erfelijk materiaal.

In 1901 en 1903 schreef De Vries de twee delen van het boek ’Die Mutationstheorie. Hij stelde in dat standaardwerk dat nieuwe soorten met sprongen konden ontstaan in plaats van met zeer kleine stappen, zoals Darwin beschreef.

Niet alle door De Vries beschreven mutaties waren juist, bleek uit nader onderzoek. Veel veranderingen bleken uit een normale vererving van eigenschappen en genen verklaarbaar. Bij zelfbestuivers zat De Vries wel op het juiste spoor.

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.