Home

Achtergrond 180 x bekeken

'Met pijn in het hart: beperkt ruimen bij uitbraak'

De hoogste Nederlandse veterinair ambtenaar, Christianne Bruschke, kan zich niet voorstellen dat een uitbraak van mond- en klauwzeer net zo zal verlopen als tien jaar geleden.

Nieuwe testmethodes zorgen voor een veel snellere vaststelling van een besmetting, gegevens over diertransporten zijn binnen een dag beschikbaar en bovendien zijn boeren en dierenartsen heel alert op een uitbraak, zegt de chief veterinary officer van het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (ELI).

Bruschke heeft persoonlijk geen lering getrokken uit de veterinaire ramp van 2001. ”Ik zat toen in Parijs”, zegt ze. Maar het departement concludeerde in 2001 dat de toenmalige aanpak van mond- en klauwzeer er een was in de categorie ’eens maar nooit weer’. Nederland zette in op de inzet van vaccin als bestrijdingsmiddel van de epidemie.

Straks gaan we écht vaccineren?
”Ja, Nederland is een voortrekker geweest om dat in Europa voor elkaar te krijgen. Met succes. Nu ligt het vaccinatieplan klaar, voor het geval er weer mond- en klauwzeer of varkenspest zou uitbreken. Wij hebben er heel hard aangewerkt dat de regelgeving zo wordt dat de gevaccineerde dieren niet meer dood hoeven."

Dus we hoeven straks niet meer te ruimen?
”Ruimingen blijven. Dieren op besmette bedrijven worden sowieso gedood en in de eerste 72 uur ook de dieren op bedrijven binnen een straal van een kilometer. Het doet ook mij pijn als ik de koeien of varkens in de grijpers zie hangen. Of het om een bedrijf gaat of om vijf, de onrust en de commotie blijven. Ook al gaat het om veel minder bedrijven dan in 2001. En na 72 uur zetten we het vaccin in om de epidemie te bestrijden.”

In 2001 bleek de communicatie met het buitenland te haperen, uit Frankrijk en uit het Verenigd Koninkrijk kreeg Nederland niet snel de informatie die nodig was.
”Hoe het toen was, weet ik niet. Maar mijn relatie met mijn collega’s van de buurlanden is nu goed. De contacten zijn zeer frequent en daardoor zijn we voor elkaar zeer benaderbaar. We houden elkaar op de hoogte.
Laat ik een voorbeeld geven: Recent hadden we in Achtmaal in Noord-Brabant, vlakbij de Belgische grens, een ernstige verdenking van varkenspest – gelukkig ten onrechte bleek achteraf. Nog voor we de definitieve uitslag van het Centraal Veterinair Instituut hadden, heb ik contact opgenomen met mijn Belgische collega om te melden dat we een verdenking hadden en dat ik mogelijk ’s nachts zou bellen met de melding dat we een 10-kilometerzone zouden instellen vanwege varkenspest.
Toen kortgeleden een exportplaats werd stilgelegd, heb ik contact opgenomen met mijn Poolse collega, om hem te melden dat een transport naar Polen was tegengehouden en om welke reden.”

En uw Poolse collega belt u regelmatig?
”Dat is tot nog toe niet voorgekomen.”

Als er transporten zijn vanuit een besmet buitenland, horen wij dat tijdig?
”Ja. Dat blijkt wel bij gevallen van runder-tbc in het Verenigd Koninkrijk. Als de VWA daarvan meldingen krijgt, weten we binnen vijf minuten hoeveel mogelijk verdachte dieren in Nederland zijn, met welke transporten ze zijn gekomen en op welke bedrijven ze staan. We kunnen heel snel de dieren traceren en de bedrijven in Nederland screenen.”

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.