Home

Achtergrond 180 x bekeken 2 reacties

Kootwijkerbroek overtuigd, maar niet overtuigend in MKZ-hoorzitting

Afgelopen vrijdag zou de finale ontknoping komen van het MKZ-dossier Kootwijkerbroek. Het kan echter nog jaren duren voordat het laatste woord hierover is gezegd.

”Die ziekte was er niet.” Met die woorden van veehouder Henk van den Brink begint een documentaire over de mond- en klauwzeercrisis in Kootwijkerbroek in 2001. Maar of die ziekte er ook werkelijk niet was, blijft nog jaren een twistpunt.

Afgelopen vrijdag zou het laatste argument voor de ruiming in 2001 van ongeveer 60.000 dieren op 240 bedrijven onderuit worden gehaald, kondigde de Stichting Onderzoek MKZ-crisis Kootwijkerbroek (SOMCK) aan. Na afloop van de hoorzitting over het besluit tot ruiming stonden het ministerie en de stichting nog tegenover elkaar. Geen van beide partijen kon de ander overtuigen.

Eén ding is duidelijk: de besmetting in Kootwijkerbroek is beperkt gebleven tot één dier. Achteraf gezien was de ruiming van de 240 bedrijven onnodig, omdat geen van die bedrijven besmet bleek. Op het moment van de ruiming, was dat nog onbekend.

De besmetverklaring op 28 maart 2001 van een kalverbedrijf is gebaseerd op verschillende testuitslagen bij het toenmalige ID-Lelystad (nu Centeraal Veterinair Instituut, CVI), dat daarover telefoneerde en faxte met de (toenmalige) Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees (nu Voedsel en Waren Autoriteit).

SOMCK schroomt niet de overheid te beschuldigen van ”bedrog” of ”een loopje nemen met de waarheid”. De SOMCK neemt het standpunt in dat ten eerste de vaststelling van MKZ onjuist was, niet volgens de regels is geweest, en in elk geval is het besluit tot ruiming onrechtmatig geweest, omdat de betrokken boeren geen inzicht hebben gekregen in de feiten en omstandigheden die tot dat besluit leidden.

Vooral op dat laatste punt staan de Kootwijkerbroekse boeren sterk, omdat ze in voorliggende procedures meermalen het gelijk van de rechter aan hun kant hebben gekregen, onder meer waar het ging om de openheid die het ministerie (of het laboratorium) moest betrachten. Dat het ministerie de afgelopen tien jaar bakzeil moest halen, betekent overigens allerminst dat de feitelijke vaststelling van mond- en klauwzeer onderuit is gehaald.

Aldo Dekker van het CVI maakte vrijdag duidelijk dat een aantal van de veronderstellingen van SOMCK gebaseerd zijn op verkeerde conclusies. Bijvoorbeeld dat de viruskweek op lammerniercellen niet zou worden gevolgd door een gevalideerde en vereiste Idas-Elisatest, die MKZ aantoont. Dat die Idas-Elisatest niet op de uitslagfax aan de RVV is gemeld, betekent niet dat hij niet gedaan is.

Dekker oogstte hoongelach van het overwegend Kootwijkerbroekse publiek, toen hij de waarde van een contra-expertise relativeerde: ”Als een ander geen virus vindt, betekent dat niet dat het er niet is.”

Advocaat Jacco Sluysmans van de getroffen veehouders concludeerde dat het kennelijk zo is dat het CVI vindt dat alleen het CVI MKZ-onderzoek kan doen.

Voor het CVI is het al tien jaar geen vraag, maar een zekerheid: er was MKZ, aangetoond in twee monsters van hetzelfde dier. Zo overtuigd zijn ook de Kootwijkerbroekers van hun gelijk dat er geen MKZ was. Overtuigd, maar niet overtuigend.

Laatste reacties

  • no-profile-image

    Heeft Aldo Dekker dan wel een virus gevonden? Aangezien er inmiddels meer dan 10 jaar verstreken zijn en Aldo nog steeds geen virus heeft aangetoond heeft hij nog steeds geen bewijs van wel een virus zou zijn geweest.

  • no-profile-image

    Heer Zandbergen, LNV is echt niet zo stom dat er alleen maar MKZ-verdachte bedrijven zijn geruimd. Nét als bij de Varkenspest 1997, de Vogelgriep 2003 en de Q-koorts 2009 zorgden ze er wel voor dat er steeds voldoende virus werd uitgezet om telkens alle bedrijven in een royale staal daaromheen te kunnen ruimen. Want het betrof tenslotte IJSKOUDE SANERINGEN!

Of registreer je om te kunnen reageren.