Home

Achtergrond 364 x bekeken

'Het gaat niet alleen meer om de MKZ'

Filmmaker Geertjan Lassche verdiepte zich twee jaar lang in de MKZ-crisis in Kootwijkerbroek. Hij sprak met oud-ministers, ambtenaren en met de getroffen boeren. De les van de film Mannenbroeders van Kootjebroek: mensen zijn niet overal hetzelfde en daar moet de overheid rekening mee houden.

Mannenbroeders van Kootjebroek toont een open zenuw in een gesloten gemeenschap op de Veluwe: de nog steeds betwiste uitbraak van mond- en klauwzeer (MKZ) in 2001. Filmmaker Geertjan Lassche over zijn ervaringen.

Als je de film gezien hebt, heb je nog geen antwoord op de vraag of er mond- en klauwzeer was in Kootwijkerbroek.
Lassche: ”Al snel nadat ik was begonnen met het onderzoek, kwamen we tot de conclusie dat we op dat punt geen grote stap zouden maken. Eigenlijk gaat het in Kootwijkerbroek niet alleen over de vraag of er nu MKZ was of niet. Als de overheid vanaf het begin Kootwijkerbroek had begrepen, dan had het niet zo uit de hand hoeven lopen.”

Hoezo begreep de overheid Kootwijkerbroek niet?.
”Er is sprake van een clash tussen twee beschavingen, twee werelden die totaal niet op elkaar aansluiten. In Kootwijkerbroek kwamen rond Pasen in 2001 allerlei dingen bij elkaar, waardoor het verkeerd is afgelopen. Ik heb mensen op het ministerie van landbouw gesproken, die bij het horen van het woord Kootwijkerbroek misselijk worden van woede en irritatie. En in Kootwijkerbroek is het vertrouwen in de overheid, voor zover het er was, helemaal weg. Ook nu nog, tien jaar later.”

Wat heeft de overheid verkeerd gedaan?.
”De overheid had aanvankelijk nog het voordeel van de twijfel. Het ging mis toen het verhaal van Jim Bakker, de dierenarts van kalverhouder Teunissen waar de ziekte werd geconstateerd, uiteen ging lopen met het beeld dat de overheid schetste. Toen kwam daar nog bij dat minister Brinkhorst en premier Kok vertelden dat het spoor naar Kootwijkerbroek was gevonden: de zoon van de dominee zou een besmet bedrijf in Oene bezocht hebben en het bedrijf in Kootwijkerbroek. Dat verhaal klopte niet, maar de ministers zijn daar nooit op terug gekomen. Vervolgens zei landbouwminister Brinkhorst in de Barneveldse Courant dat Kootwijkerbroekers pas zouden geloven dat er MKZ was, als de Lieve Heer dat zelf zou vertellen. Brinkhorst begreep echt niet dat dat heel verkeerd zou vallen. En tegelijk gebruikte minister Borst van volksgezondheid de woorden ’Ik heb het volbracht’, bij de afronding van de euthanasiewetgeving. En dat allemaal rond Pasen. En toen werd in informatiebijeenkomst in de kerk gehouden, waar werd verteld dat de bedrijven moesten worden geruimd. Een boer zei tegen me: ’Het is alsof de Joodse raad werd ingeschakeld de eigen mensen op te ruimen.’ Zo zwaar viel dat.”

Had het anders gekund?.
”Toon het bewijs aan het volk. Er zijn veel te veel tests nodig geweest om mond- en klauwzeer vast te stellen in Kootwijkerbroek, dat vergrootte de twijfel. Dat het bedrijf van Teunissen geruimd moest worden uit voorzorg begreep iedereen. Maar dat vervolgens al die andere bedrijven ook aan de beurt kwamen... Als de overheid nou iets meer tijd had genomen en het bewijs op tafel had gelegd, dan was het misschien goed gegaan. De overheid dacht: er ligt een vlieg in de vla, die halen we er even uit. En ze gooiden de vla weg.”

Lag het alleen aan de overheid?.
”Ik wil helemaal niet de advocaat van Kootwijkerbroek zijn. Ik heb ook een boer gesproken die zei dat hij vooraf al wist dat in Kootwijkerbroek nooit zou worden geruimd zoals daarvoor in Oosterwolde en Oene al was gebeurd. De heftigheid van wat Kootwijkerbroekers gedaan hebben in hun verzet tegen de overheid is nog steeds niet tot iedereen doorgedrongen. Mensen van de Algemene Inspectiedienst durven nog steeds het dorp niet zonder begeleiding in. Ik heb verhalen gehoord over ambtenaren die het letterlijk in de broek deden van angst – echt, ze plasten in de broek. Dat doe je niet zomaar. Waar het in de kern om gaat is het verschil in toon, het verschil in golflengte tussen de orthodox-christelijke zelfredzame gemeenschap van Kootwijkerbroek en de mensen daarbuiten. Ik ben in de omgeving van Staphorst opgegroeid, daar zie je ook dat de overheid niet wordt geaccepteerd. Al is in Staphorst meer sprake van het harmoniemodel. Dat moet ook wel, ze wonen daar veel dichter op elkaar dan in Kootwijkerbroek, met hun koninkrijkjes.

Deze film siddert nog wel even na.
Ik hoop dat mensen meer over gemeenschappen als Kootwijkerbroek gaan begrijpen, dat duidelijk wordt waarom het tot zo’n ultieme botsing is gekomen tussen twee beschavingen. We zijn niet allemaal overal hetzelfde. Deze film gaat over het irrationele, over een onderstroom. Het zou best eens kunnen zijn dat deze film helpt in de verwerking – ook in Kootwijkerbroek. Maar het zal ook een oude wonde open maken. Een boer die meewerkte is na het zien van de film weer helemaal van de kaart, zoveel brengt het nog teweeg na tien jaar. De film geeft een tijdloos beeld, en is ook eerlijk, vind ik. Ik kan in elk geval met alle mensen die ik gesproken kom nog met de benen onder tafel zitten.”

Uitzending: donderdag 31 maart, 22.50 uur op Nederland 2.
Verder draait de film op locaties in Ede (22 maart in Cinemec), Amersfoort (23 maart in Lieve Vrouw) en Zwolle (24 maart in Fraterhuis).

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.