Home

Achtergrond 188 x bekeken

Castratieproject ligt op schema

Het project ’Stoppen met castreren’ loopt voor op schema. ”We hadden niet gedacht dat we al zo ver zouden zijn”, zei projectleider Gé Backus na afloop van een bijeenkomst waarin de aanwezigen werden bijgepraat over de resultaten van het project tot nu toe.

Wat is er tot nu toe uitgerold uit het onderzoek? In grote lijnen komt het erop neer dat berengeur een probleem lijkt te zijn, waarmee in de praktijk valt om te gaan. Berengeur kan in de slachtlijn worden vastgesteld met behulp van de menselijke neus. Ervaren personen zijn goed in staat om in de slachtlijn de geur vast te stellen van een stukje karkas dat is geschroeid met behulp van een soldeerbout.

De methode werd voor het eerst toegepast bij slachterij Westfort, en wordt nu ook bij Vion toegepast in een tweetal slachterijen. In het project wordt nu nog gewerkt aan een verdere standaardisering van deze methode van detectie, om de factor subjectiviteit zoveel mogelijk uit te sluiten.

Backus zei bij de bijeenkomst te verwachten dat een elektronische meetmethode om berengeur vast te stellen, niet op korte termijn beschikbaar komt. Franse onderzoekers doen dit jaar oriënterend onderzoek aan een massa spectrometer, een apparaat dat in de medische wereld wordt toegepast om stoffen in lage concentraties te meten. Andere mogelijkheden liggen volgens Backus mogelijk in urinebemonstering en meting. ”Maar op korte termijn zie ik nog geen technische oplossing voor de detectie en zullen we het moeten doen met de menselijke neus”, aldus Backus.

In het afgelopen jaar is ook onderzoek gedaan naar het consumentengedrag. Gekeken is hoe de consument reageert als hij wordt geconfronteerd met een filetlapje dat tijdens de bereiding al gaat stinken. Onderzoekster Gemma Tacken van Wageningen UR stelde vast dat de consument niet erg gediend is van stinkend vlees. Toch gaat deze in zo’n geval niet gauw klagen bij zijn supermarkt of slager. Wel is de kans groot dat de consument in ieder geval voorlopig afstapt van varkensvlees en dit niet meer koopt.

De resultaten van dit onderzoek tonen volgens Van Eck aan dat het van groot belang is te voorkomen dat consumenten worden geconfronteerd met stinkend vlees. Omzetverlies ligt op de loer. Impliciet betekent dit dus ook dat een goede testmethode van groot belang is en dat vals negatieve uitslagen moeten worden voorkomen.

Een ander onderdeel van het onderzoek dat werd gepresenteerd betreft voederproeven met beren en berenmanagement. In grote lijnen leveren de voederproeven het bekende beeld op. Beren blijken efficiënte groeiers, met een betere voederconversie. Bij slachting hebben ze een hoger vleespercentage, dat vooral te verklaren is uit een kleinere spekdikte. De spierdikte blijkt zelfs kleiner dan bij zeugen en borgen. Het saldo per afgeleverde beer kan 7 euro hoger uitpakken dan bij zeugen en borgen.

De onderzoekers die in Nederland bezig zijn, houden zoveel mogelijk hun buitenlandse collega’s op de hoogte. De doelstelling van de Verklaring van Noordwijk om in 2015 te stoppen met castreren, staat recht overeind.

Of registreer je om te kunnen reageren.