Home

Achtergrond 115 x bekeken

Voedselprijzen historisch hoog, verschillen tussen landen enorm

Voedselprijzen zijn sinds juni 2010 enorm gestegen, daar is iedereen het over eens. Volgens een studie van de Wereldbank zijn de gevolgen voor landen echter sterk verschillend. De internationale financier vreest vooral voor ”complicatie” van sociale en politieke structuren in het Midden-Oosten en Centraal Azië.

”Er is geen tijd zelfvoldaan te zijn”, aldus voorzitter Robert Zoellick van de Wereldbank. ”Prijzen stijgen naar een gevaarlijk hoog niveau en bedreigen tientallen miljoenen arme mensen over de hele wereld.” Zoellick roept landen op exportrestricties en prijsbeleid achterwege te laten; ze zouden de voedselsituatie louter verergeren.

Volgens een studie van de Wereldbank zijn tussen oktober 2010 en januari netto 44 miljoen mensen extra de extreme armoede in gedrukt. Het betreft 9,5 miljoen mensen uit landen met een laag inkomen en 34,1 miljoen mensen met een middelhoog inkomen. Onder de laatste groep schaart de Wereldbank onder andere Brazilië, Rusland, China, Indonesië en Egypte. De armste landen liggen vooral in Afrika bezuiden de Sahara.

De Wereldbank stelt dat van extreme armoede sprake is wanneer mensen leven van minder dan $ 1,25 (92 cent) per dag. Deze mensen kunnen zich nu minder voedsel veroorloven, of kiezen voor voeding met een lagere voedingswaarde. Dat laatste kan bij babies of jonge kinderen leiden tot onvolmaakte hersenontwikkeling, waardoor de armoede doorgegeven wordt van generatie op generatie.

Tussen oktober 2010 en januari steeg de voedselprijsindex van de Wereldbank 15 procent. Het prijsniveau ligt nu 29 procent hoger dan in dezelfde maand een jaar geleden. Het prijspeil ligt slechts 3 procent onder het hoogste ooit, dat in juni 2008 werd genoteerd. Toen braken in onder andere Sri Lanka en Malawi voedselrellen uit. Recentelijk zijn ook rellen in Egypte en Tunesië in verband gebracht met de gestegen broodprijzen.

De tarweprijs is volgens de index tussen oktober en januari verdubbeld, terwijl de maisprijs is gestegen met 73 procent. Suiker, plantaardige oliën en groenten zijn ook fors duurder geworden.
De prijs voor rijst, in veel landen crucuaal, is minder hard gestegen.

De gevolgen verschillen per land enorm. Zo is in de hoofdstad van Kirgizië de tarweprijs gestegen met 54 procent. Tarwe is in het Centraal-Aziatische land goed voor 40 procent van de inname van calorieën. In de hoofdstad van Bangladesh steeg de prijs 45 procent, maar in dit land is tarwe slechts goed voor 6 procent van de calorieën.

In Kameroen daalde de prijs voor tarwe juist. Bij mais zien we in de studie van de Wereldbank een vergelijkbaar beeld. In Brazilië is de maisprijs met 47 procent gestegen en is maïs goed voor 7 procent van de inname van calorieën. In Cambodja, waar maïs goed is voor bijna 70 procent van het dieet, daalde de prijs 11 procent. De problemen zijn lokaal, benadrukt Zoellick dan ook, waar de oplossingen globaal moeten zijn.

De Wereldbank steunt met programma’s naar eigen zeggen 40 miljoen mensen met 1,5 miljard dollar (1,1 miljard euro) steun. Het geld gaat onder andere naar kleinschalig opererende boeren, in Ethiopië, Rwanda, Niger, Sierra Leone, Togo, Haïti en Mongolië.

Of registreer je om te kunnen reageren.