Home

Achtergrond 146 x bekeken 2 reacties

'Verbod op megastal maakt veehouderij niet beter'

De intensieve veehouderij ligt aanhoudend onder vuur. Megastallen, risico’s voor de volksgezondheid, gebrekkig dierenwelzijn, daarover gaan de bezwaren tegen de sector. Terug naar het kleinschalige gezinsbedrijf, lijkt de roep vanuit de samenleving.

Toch is dat niet de goede weg, vindt Martin Scholten, algemeen directeur van de Animal Sciences Group van Wageningen UR. “Dat gaat ervan uit dat grootschaligheid per definitie onzorgvuldig zou zijn.”

Niets is minder waar, aldus Scholten, die dinsdag samen met WUR-bestuursvoorzitter Aalt Dijkhuizen het rapport ‘Over zorgvuldige veehouderij’ overhandigde aan staatssecretaris Henk Bleker (ELI).

In antwoord op de maatschappelijke kritiek stellen Wageningse onderzoekers dat een ‘zorgvuldige veehouderij’ gebaat is bij het gebruikmaken van moderne en goed beheerste productieomstandigheden.

Schaalvergroting moet daarbij niet op voorhand worden uitgesloten. Dat dat lastig is over te brengen op een kritische samenleving, erkent Scholten. Toch moet dat genuanceerde verhaal gebracht worden, vindt hij.

De veehouderij is op de goede weg, maar moet beter uitleggen waar ze mee bezig is?
“Nee, het is geen kwestie van beter uitleggen. Er moeten wel degelijk stappen worden gezet; de veehouderij moet dóór met moderniseren, om af te komen van negatieve neveneffecten. Koplopers in de sector laten zien dat dat geen utopie is. De bedrijfsvoering moet goed doordacht zijn, de techniek goed benut, ten dienste van het dier. Vergelijk het met de volksgezondheid: ook daar moet gegarandeerd zorgvuldig gehandeld worden.”

Is de gezondheidszorg wel zo’n goed voorbeeld? Ook daar klinkt de roep om kleinschaligheid.
“Kleinschaligheid is geen garantie dat zaken goed geregeld zijn. Soms maakt dat het zelfs moeilijker. Neem het aantal erfbetreders; dat is bij kleine bedrijven groter dan bij grote, met alle risico’s op de insleep van dierziekten. Grootschalig is niet automatisch goed, maar ook niet automatisch slecht.”

De bezwaren tegen megastallen zijn onterecht?
“Ik praat liever niet over ‘megastallen’. Het gaat niet om de omvang, maar om een zorgvuldige bedrijfsvoering. En dat is in veel opzichten gemakkelijker bij een grotere schaal. Die moet je dus niet op voorhand willen beperken.”

Dat is nu net waarmee veel provincies momenteel bezig zijn…
“Provincies hebben een belangrijke taak in de ruimtelijke ordening. Ik begrijp dat ze op dat vlak grenzen willen stellen. Maar mijn stelling is dat getalsmatige normen wenselijke ontwikkelingen eerder afremmen dan bevorderen. Het maakt het moeilijker om doelmatig te werken. Je moet de veehouderij afrekenen op het eindresultaat: is ze ziektevrij? Belast ze de omgeving niet? Staat het dier centraal? Het gaat om de kwaliteit van de bedrijfsvoering.”

De provincies kunnen beter geen eisen stellen aan de omvang van veehouderijen?
“Ze moeten goed uitkijken: als ze het te strikt doen, dan kunnen veehouders geen stap voorwaarts maken. We moeten het kind niet met het badwater weggooien.”

Zet de overheid wel voldoende in op koplopers? Het kabinet wil bijvoorbeeld niet vooroplopen in Europa…
“De overheid heeft inderdaad sterk ingezet op een sectorale benadering. Terwijl het juist de koplopers zijn die de stap zetten. De keuze is uiteindelijk aan de ondernemer hoe hij vooruit wil. Maar hij moet dat wel kunnen organiseren, en dus niet te veel worden beperkt onder invloed van het publieke debat.”

Staatssecretaris Bleker is vooral bezorgd dat schaalvergroting het familiebedrijf ondergraaft en sociale structuren uitholt. Is die vrees terecht?
“Ook daar geldt: het is niet zwart-wit. Grote bedrijven hoeven niet alleen maar te bestaan als onderdeel van een multinational. Een modern familiebedrijf over vijf jaar is wat anders dan een familiebedrijf tien jaar geleden. Kijk bijvoorbeeld naar de kalverhouderij: veel bedrijven zijn daar onderdeel van een keten; toch zijn ze nog wel degelijk als familiebedrijf herkenbaar.”

Foto

Laatste reacties

  • no-profile-image

    Het al dan niet willen van mega bedrijven heeft bij de burger niets te maken met dierwelzijn of diergezondheid (hier drukken enkele politiek groepen op). De burger kan zich geen buitengebied voorstellen, zonder koeien in de wei en wenst geen fabriekshallen in het buitengebied te zien als hij daar recreëerd. Waarom moeten we als landbouw steeds de burger, onze consument tegen het haar in strijken? Denken we nu echt, dat heel veel productie per bedrijf tot een ongekende kostendaling zal leiden? Wat helpt het als we goedkoop en nog goedkoper produceren, als onze mede burger zich zo ergert aan onze hangars, dat ze onze producten voor niets nog niet op hun bord willen. Waarom zijn we net zo halstarrig als de zgn. dieren beschermers in Den Haag. Zij willen de boeren wel weg kijken, wij wensen niet te praten over een gulden middenweg, waar zowel wij als boeren en zij als dierenvrienden elkaar vinden. Nee wij gaan in de loopgraven en zij ook, dit soort oorlogen duren doorgaans lang en kosten eindeloos veel geld en (menselijke) ellende. Waarom niet met de burger afspraken maken over >prijs< en koeien in de weide. Vergeet eens het eeuwige >excuus< DE consument wenst >goedkoop<. Misschien is er best met de consument te praten over gewenste producten (zuivel, vlees en landschap) en de bijbehorende prijzen.

  • no-profile-image

    Beste Martin, rationeel gezien heb je vast gelijk, maar je mist daarmee het punt. Het punt is dat er een modus gevonden moet worden waarbij de boer zijn brood kan verdienen en de burger ziet dat het landschap niet tot een groot bedrijventerrein verwordt. Melkboer heeft dat prima verwoord. Die risico's van erfbetreders enzo daar zijn technische oplossingen voor te bedenken. Ik ben het eens met melkboer: ga in gesprek met de burger, beschouw hem als deel van de keten en kijk samen naar oplossingen. En kijk als boer niet naar de overheid en LTO, maar doe het zelf. Ik als burger help daar graag aan mee.

Of registreer je om te kunnen reageren.