Home

Achtergrond 174 x bekeken

'Tuinbouw moet niet op stoel toeleverancier zitten'

De Nederlandse glastuinbouw krijgt steeds meer erkenning voor de inspanningen met toeleveranciers voor energiebesparing. De tuinbouw jaagt met collectieve middelen vernieuwing aan. Toeleveranciers brengen het op de markt.

De tuinbouw mag wel onderzoek betalen voor eisen aan nieuwe kasschermen, maar het is aan toeleveranciers om de installatie van die schermen te maken. ”Telers zouden anders dubbel betalen voor die nieuwe schermen”, zegt Glaskracht-voorzitter Nico van Ruiten. Ontwikkelingskosten moeten door toeleveranciers gedragen worden. De sector moet niet op hun stoel gaan zitten.

De tuinbouw onderscheidt zich van andere sectoren doordat vernieuwing aangewakkerd wordt met collectieve middelen. Die inspanning is overigens niet uit luxe; de glastuinbouw moet loskomen van fossiele energie. Veel bedrijven overleven een nieuwe energiecrisis niet.

De forse energiebesparing van de tuinbouw oogst dus lof, al heeft de crisis de sector op achterstand gezet. Fundamenteel onderzoek werd wel voortgezet.

Op sommige punten is de tuinbouw toch al baanbrekend. Zo is aardwarmte het eerste omarmd door tuinders. Een geslaagde boring helpt andere partijen op gang door kennis van de bodem in die betreffende regio. Dat geldt ook voor technieken als warmte-opslag in de bodem en warmtekrachtkoppeling.

Zo is de agenda van de energiecommissie van het Productschap Tuinbouw (PT) een goede staalkaart voor de stand van de techniek. Onderzoeksvoorstellen waren er dinsdag voor een nieuwe generatie energiezuinige schermen, diepe en ondiepe aardwarmteboring, warmte-opslag in de bodem en een zeer vernieuwende techniek van loskoppeling van CO2 en warmte.

In totaal is daarvoor ruim een half miljoen euro nodig. Die laatste techniek (HotCO2) is overigens de minst uitontwikkelde, maar tuinders zien er potentie in, zegt Van Ruiten. ”Het zou jammer zijn als zo’n techniek niet wordt opgepikt door het bedrijfsleven.”

Ook hier moet de tuinbouw niet op de stoel gaan zitten van de bedrijven. Dat kan alleen in een zeer prille fase van onderzoek. Van Ruiten: ”Het is belangrijk dat je samen nieuwe techniek ontwikkelt en steun verleent in de precompetitieve fase.”

Is het marktrijp, dan moet het bedrijfsleven dit oppakken. Piet Broekharst, programmaleider voor Kas als Energiebron, signaleert ook dat de tuinbouw die grens tussen collectief en privaat steeds scherper trekt. De toeleveranciers ontlenen er hun internationaal vooraanstaande positie aan.

De tuinbouw financiert al jaren fundamenteel onderzoek. Het meerjarige programma Kas als Energiebron is eromheen gebouwd. Saillant detail: de financiering van dit programma komt voor een belangrijk deel van een miljoenengift van Gasunie, maar ook door de overheid en gelden van telers. Er is budget tot midden 2013. Door scherp de grens te trekken tussen private en collectieve vernieuwing is met hetzelfde geld de programmaduur al verlengd.

Verdere verlenging is aannemelijk door de benoeming van tuinbouw als topgebied, al moet nog blijken hoeveel middelen waar belanden. Het ministerie van ELI liet Glaskracht eind januari per brief weten dat het energieprogramma een blijvende ondersteuning kan verwachten.

Op dit moment worden binnen het rijk verschillende beleidspakketten uit het regeerakkoord uitgewerkt, zoals de Green Deal en het nieuwe bedrijfslevenbeleid. Voor april wil ELI met Glaskracht aan tafel om het nieuwe beleid te bespreken.

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.