Home

Achtergrond 138 x bekeken

Stijgende voedselprijzen hoeven geen crisis te betekenen

De voedselprijzen zijn in januari voor de zevende maand op rij gestegen, wat bijdraagt aan de huidige volksonrust in het Midden-Oosten. Sommige analisten maken echter te gemakkelijk een vergelijking met de voedselcrisis uit 2007/2007.

door Aprille Muscara (IPS Vlaanderen)

”Het is belangrijk om te onderstrepen – en dat doen we tot nu toe met weinig succes – dat hoge voedselprijzen niet automatisch leiden tot een voedselcrisis”, zegt Abdolreza Abbassian, econoom van de VN-Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO).

Na een crisis in 1974, daalden de voedselprijzen in de daaropvolgende decennia gestaag, met een dieptepunt vlak na 2000. Vanaf 2005 zette echter een sterke stijging in, die leidde tot de crisis van 2007 en 2008.

Uit een analyse van de ontwikkelingen concluderen de meeste onderzoekers dat de prijzen zullen blijven stijgen. ”Het is te verwachten dat de prijzen in de komende jaren hoog blijven, vooral omdat economieën herstellen van de economische crisis”, staat in een rapport dat het International Food Policy Reseach Institute (Ifpri) vorig jaar publiceerde.

Hoewel de hoge prijzen van nu zijn voorspeld, voeden vergelijkingen met 2007/2008 de paniek onder waarnemers. Er zijn dan ook zeker overeenkomsten.

”De crisis van 2007 en 2008 werd aangedreven door macrofactoren: een zwakke Amerikaanse dollar, stijgende olieprijzen, toenemende vraag naar biobrandstoffen en sterke economische groei wereldwijd”, zegt Derek Headey, onderzoeker bij Ifpri.

”Wat nu in grote lijnen hetzelfde is, is dat de macro-economische omgeving nog steeds bevorderlijk is voor hogere prijzen. En als de prijzen stijgen, zijn er maar enkele kleine schokken nodig om volatiliteit te veroorzaken”, legt hij uit.

De Amerikaanse dollar is nog steeds zwak, de olieprijzen overschreden 100 dollar per vat, de vraag naar biobrandstoffen is sterke groei in China, India en andere ontwikkelingslanden verhogen de inflatiedruk, zegt Headey.

De kortetermijnkarakteristieken lijken ook hetzelfde. Toen de prijzen eenmaal hoog waren in 2007, creëerden daaraan gekoppelde factoren een voedselprijzenbubbel. De belangrijkste oorzaken daarvan waren mislukte oogsten, handelsbeperkingen en paniekaankopen – en hoogstwaarschijnlijk speculatie en hamstergedrag, hoewel die twee verschijnselen moeilijk te meten zijn, zegt hij.

Droogtes in landen als China, Somalië, Kenia en Niger bedreigen de voedselzekerheid en ongewoon grote graan- en rijstaankopen door Algerije en Bangladesh (vorige week) en de aankondiging van Saoedi-Arabië (vorige maand) om de tarwevoorraad te verdubbelen, zorgen ervoor dat sommigen paniekaankopen verwachten.

Jayati Ghosh, landbouweconoom en hoogleraar aan de Jawaharlal Nehru Universiteit in New Delhi, stelde onlangs dat we middenin een nieuwe, grotere 'voedselbubbel' zitten.

”Deze nieuwe bubbel zou een gevolg zijn van de droogte vorig jaar in Rusland en de toegenomen consumptie in India en China”, zei Ghosh. ”De cijfers van de FAO laten echter duidelijk zien dat de graanconsumptie in die laatste twee landen in feite gedaald is, voornamelijk vanwege het feit dat veel mensen geen geld hebben om zoveel graan te kopen.” De bubbel wordt volgens haar dan ook vooral gevoed door financiële speculatie.

Ondanks de overeenkomsten met de situatie in 2007 en 2008, zijn er ook belangrijke verschillen. In de eerste plaats zijn de tarweoogsten nu hoger dan voor de recente crisis, zegt Headey. En hoewel Rusland een exportverbod voor graan instelde na een droogteperiode vorig jaar, is er in andere landen geen sprake van exportbeperkingen voor graan of andere producten.

Hoewel de gemiddelde voedselprijzen, zoals de FAO die maandelijks meet, het hoogste niveau bereikt hebben sinds de organisatie ze in 1990 ging bijhouden, verschillen de prijzen per regio en product.

”De prijs voor rijst ligt nog iets onder die van vorig jaar en is de helft van de prijs van 2008”, zegt Abbassian. Tarwe en mais zijn 50 procent duurder dan vorig jaar, maar nog steeds 10 tot 20 procent goedkoper dan in 2008.

Hij wijst op de variëteit aan voedselproducten en zegt dat essentiële producten zoals rijst en mais anders bekeken moeten worden dan bijvoorbeeld suiker en soja.

”Landen in Afrika die in 2008 problemen hadden en veel moesten importeren, hadden vorig jaar recordoogsten of bijna-recordoogsten”, zegt Abbassian. ”En mais, vooral witte mais, is erg belangrijk in Afrika ten Zuiden van de Sahara.”

Jennifer Parmelee, woordvoerster van het Wereldvoedselprogramma van de Verenigde Naties, constateert dat de basisproducten die door de armen veel worden gebruikt, namelijk granen en rijst, tot nu relatief weinig last hebben van de prijsstijgingen. ”Hoewel de voedselprijzen wereldwijd hoog zijn, zijn de prijzen in veel gebieden waar wij werken stabiel gebleven en soms gedaald. De prijs van bonen is in december Centraal-Amerika bijvoorbeeld gedaald.”

Na een goede oogst in 2010, daalden de prijzen van mais, sorghum en gierst, basisproducten in Afrika ten zuiden van de Sahara, gestaag aan het einde van het jaar. Ze zijn nu nog steeds relatief laag, zegt de FAO.

Of er wel of niet een nieuwe voedselcrisis komt, is nooit met zekerheid te voorspellen zegt Abbasian. Maar er is wel een patroon van prijsvolatiliteit en onzekerheid zichtbaar dat zal blijven bestaan tot de zomeroogsten zegt hij. ”Prijsvolatiliteit veroorzaakt onzekerheid in de besluitvorming, zowel bij boeren als bij consumenten”, zegt hij. ”Volatiliteit lokt volatiliteit uit.”

Foto

IPS

Of registreer je om te kunnen reageren.