Home

Achtergrond 178 x bekeken

RIKILT onderzoekt landbouwgewassen op residuen van gewasbeschermingsmiddelen

De Voedsel en Waren Autoriteit (VWA), waarin de Algemene Inspectiedienst is opgegaan, controleert in Nederland de naleving van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de land- en tuinbouw.

Daartoe neemt de VWA steekproefsgewijs en op aanwijzingen monsters in kassen, tuin- en akkerbouw van voedselgewassen, sierteeltgewassen en van de bodem. De monsters worden door RIKILT – Instituut voor Voedselveiligheid, onderdeel van Wageningen UR - onderzocht op restanten van gewasbeschermingsmiddelen

De gewasbeschermingsmiddelen kunnen zijn onkruidverdelgers (herbiciden), schimmelbestrijders (fungiciden) en insecticiden. In een enkel geval ook specifieke middelen tegen mijten (acariciden), nematoden of aaltjes (nematociden) of slakken (molusciden). De VWA kan vragen om een brede scan op middelen of, bij een concrete verdenking, op een of meer specifieke middelen.

De uitslag van de analyses van de monsters worden door RIKILT aan de VWA gerapporteerd, die de informatie gebruikt voor het eindrapport. Op basis daarvan kan de VWA de gebruiker van de middelen waarschuwen of sancties opleggen. In 2010 controleerde RIKILT ca. 700 monsters op sporen van gewasbeschermingsmiddelen. Dit is een hoger aantal dan de jaren daarvoor (ca 450).

Monsters kunnen uiteenlopende hoeveelheden van middelen bevatten, tot wel 100 mg/kg. Omdat het om voor-oogst-monsters en om siergewassen gaat zijn er geen normen voor de maximale hoeveelheden. Voor niet‑toegelaten middelen geldt dat deze niet aanwezig mogen zijn. In de meeste gevallen zijn aangetroffen hoeveelheden dusdanig dat toepassing door de teler eenduidig is en verwaaiing van gewasbeschermingsmiddelen van andere percelen of restanten van bespuitingen uit het verleden kunnen worden uitgesloten..

Sierteelt

Met name in de teelt van snijbloemen worden regelmatig verboden middelen aangetroffen. De bloementeelt kent het probleem dat er relatief weinig verschillende toegelaten middelen beschikbaar zijn om ziekten en plagen te voorkomen of te onderdrukken. Onder andere om resistentie te voorkomen komt het voor dat telers teruggrijpen naar alternatieve middelen die in Nederland geen toelating hebben. RIKILT trof in monsters van rozen en chrysanten tot twintig verschillende middelen aan, waaronder ook verboden middelen.

RIKILT onderzoekt ook gewasbeschermingsmiddelen in diervoer en diervoeringrediënten. Voor ingrediënten die ook door mensen geconsumeerd worden, bijvoorbeeld tarwe, zijn de normen gelijk zijn aan die voor humaan gebruik. Voor mengvoeders ontbreken normen nog veelal. In diervoeder en -ingrediënten trof RIKILT echter weinig overschrijdingen aan. Ook in producten van dierlijke oorsprong, zoals vlees, vet, melk en eieren onderzoekt RIKILT monsters. Hier vinden de onderzoekers doorgaans weinig overschrijdingen van de normen.

Foto

WUR

Of registreer je om te kunnen reageren.