Home

Achtergrond 224 x bekeken

Prijsonderzoek DGB biedt verrassend kijkje

Het varkens- en biggenprijzenonderzoek van DGB biedt veel leerzame informatie. Varkenshouders kunnen veel geld verdienen door beter op de gerealiseerde prijs te letten en scherper te onderhandelen

Het varkens- en biggenprijzenonderzoek van De Groene Belangenbehartiger is in Nederland het enige onderzoek dat een redelijke kijk biedt op de ontwikkeling van de varkens- en de biggenprijzen. De prijsvorming in de varkenssector is tamelijk ondoorzichtig door het scala aan partijen die werken met noteringen en toeslagen en kortingen daarop.

DGB doet het onderzoek in opdracht van de varkenshoudersvakbond NVV al een kleine tien jaar en bouwt dit steeds verder uit. Varkenshouders kunnen online hun gerealiseerde opbrengsten opgeven.

DGB wil geen nadere gegevens bekendmaken over hoeveel bedrijven nu daadwerkelijk meedoen aan het onderzoek en om hoeveel dieren het dan in totaal gaat. ”Wij doen daarover geen mededelingen, net zo min als dat we iets zeggen over het aantal IKB-deelnemers of de omzetten in energie die we realiseren”, aldus directeur Marc Logtenberg van DGB. Hij stelt wel dat DGB instaat voor de betrouwbaarheid van de gegevens die ze publiceert.

Uit de vergelijking tussen de gerealiseerde prijzen door de slachterijen komt Vion dit jaar in eerste instantie vrij goed naar voren. DGB vergelijkt de gemiddelden voor een varken van 90 kilo geslacht gewicht, 56 procent vlees type A.

Vion schakelde in week 13 over op een ander systeem van uitbetalen. Het resultaat was dat de basisnotering in die week in een keer met 10 cent omhoog ging. In de vergelijking van DGB komt Vion daardoor hoog uit. Met een notering van € 1,372 komt het bedrijf meteen na de buitenlandse slachterijen, die uitkwamen op een gemiddelde van € 1,394.

De vergelijking lijkt echter mooier dan hij is. DGB hanteert ook de kilogrammanagementprijs. Dat is de nettoprijs die de varkenshouder uiteindelijk op zijn rekening krijgt bijgeschreven rekening houdend met alle kosten, kortingen en toeslagen. Op basis van die vergelijking wordt de rangorde van de slachterijen heel anders (zie tabel).

Vion staat in deze vergelijking op de voorlaatste plaats. Van de grote slachterijen scoort Van Rooi Meat het best. Die komt meteen na de buitenlandse slachterijen en de overige slachterijen. Het verschil tussen Van Rooi Meat en Vion bedraagt precies 1 cent. Compaxo, Hilckmann en Vion staan vlak bij elkaar en verschillen onderling tienden van centen.

DGB concludeert verder in haar jaarrapport dat het verschil tussen de gemiddelde prijs uit het varkensprijzenonderzoek (inclusief btw) en de ISN-notering (ex btw) afneemt. Met andere woorden het verschil met Duitsland wordt kleiner.

In 2004 was het verschil tussen het gemiddelde uit het varkensprijzenonderzoek en de ISN nog ruim 11 cent per kilo geslacht gewicht. Over 2009 was het verschil nog 5,2 cent. Over 2010 kwam het verschil uit op 3,6 cent.

Volgens Leo Verheijen van DGB heeft het afnemende verschil vooral ook te maken met de veranderende positie van Duitsland. Duitsland trekt minder aan de varkens doordat het land van netto-importeur netto-exporteur is geworden.

DGB hamert erop dat varkenshouders veel scherper moeten onderhandelen over hun verkoopprijs. Ook in het onderzoek over 2010 blijkt dat er grote verschillen zijn tussen de hoogste en de laagste gerealiseerde uitbetaalprijzen. DGB komt uit op een verschil van € 5,76 per varken tussen de hoogste en de laagste uitbetaalprijs. Het bedrag is 30 cent lager dan vorig jaar, maar voor een bedrijf dat 6.000 varkens verkoopt gaat het nog steeds om een bedrag van 34.560 euro.
Uit het biggenprijzenonderzoek blijkt dat er vorig jaar een gemiddelde opbrengstprijs is gerealiseerd van € 44,26 per big.

Een bekend fenomeen in de biggenhandel is dat van oplopende toeslagen. Uiteindelijk resulteert dat op bepaalde momenten in de zogenoemde omwisseling, waarbij een deel van de toeslagen in de basisnotering wordt gestopt. Zo deed Vion vorig jaar een omwisseling van 10 euro. DPP deed dat voor het laatst in 2009 en wisselde toen 6 euro om. De NVV zet sinds 2006 een eigen biggennotering in de markt en zegt daarbij te streven naar een zo schoon mogelijke notering, gebaseerd op de reële betaalde prijzen.

DGB heeft in het biggenprijzenonderzoek geanalyseerd hoe de toeslagen op de biggennoteringen zich door het jaar ontwikkelen. Uit dat overzicht blijkt dat er forse toeslagen op de noteringen worden betaald en dat die inderdaad een stijging vertonen, met name in de laatste maanden van het jaar. De toeslag op de NVV-prijs schommelt grofweg tussen € 2,60 en € 3,03.
Op basis van die gegevens adviseert DGB aan zeugenhouders scherper met hun biggenhandelaar te onderhandelen over de toeslagen. Eén afspraak aan het begin van het jaar volstaat niet”, aldus Leo Verhijen.

Wat ook blijkt uit het biggenprijzenonderzoek is dat er tussen de bedrijven grote verschillen bestaan in gerealiseerde biggenprijs. Tussen de hoogste en de laagste uitbetaalprijzen zit een verschil van € 6,14 per big. Voor een bedrijf dat 9.000 biggen aflevert gaat het om een bedrag van 55.260 euro.

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.