Home

Achtergrond 687 x bekeken 1 reactie

Koe is een buitendier

FrieslandCampina gaat veehouders die hun koeien buiten laten lopen mogelijk financieel stimuleren. Voor Gerard Pronk – samen met zijn vrouw melkveehouder in Beilen – hoeft dat niet. Maar hij heeft er wel moeite mee dat collega’s die hun koeien altijd binnen houden nu amok maken.

Gerard Pronk houdt er geen ingewikkelde verhalen over. Voor hem is weidegang vanzelfsprekend. Een koe is een buitendier en daarom moet zij de kans krijgen om zoveel mogelijk tijd buiten de stal door te brengen.

Dat de consument graag koeien in de wei ziet grazen, zal wel zo zijn. Maar dat speelt bij hem geen rol. En ook zit hij niet te wachten om een premie op weidegang. Hoeft voor hem niet. Oké, hij zal dat kleine beetje extra geld – als het bij zuivelcoöperatie FrieslandCampina daadwerkelijk zover komt – heus niet terug storten. Maar een voorstander van herverdeling van melkgeld op basis van weidegang, nee, zo wil hij zichzelf toch niet omschreven zien.

Binnen FrieslandCampina wordt op dit moment heftig gediscussieerd over de invoering van een puntensysteem om melkveehouders te stimuleren hun bedrijfsvoering duurzamer te maken. Boeren kunnen punten krijgen als zij bijvoorbeeld zonne-energie produceren, landschap onderhouden of hun koeien buiten laten lopen. Mogelijk leveren die punten straks extra melkgeld op. Dat is dan afkomstig van collega-veehouders die weinig of geen punten scoren, bijvoorbeeld omdat zij hun koeien altijd op stal houden.

Begin mei gaan bij Pronk de koeien naar buiten. Tussen de twee melkbeurten lopen ze verplicht in de wei. ’s Nachts hebben ze de keus, binnen of buiten. In de praktijk blijkt dat de meeste koeien kiezen voor buiten. Zo’n tien dieren blijven op stal, de andere (ruim veertig) verkiezen de buitenlucht. Dat zijn trouwens altijd dezelfde dieren. Mensen verschillen, koeien verschillen. Zo simpel is het volgens Pronk.

Tijdens warme dagen blijven de staldeuren open. Bij temperaturen boven de 28 graden mogen de koeien naar binnen. Een deel doet dat ook, vooral de wittere dieren. Hun zwartere collega’s blijven tijdens hete dagen toch liever buiten. Ook wat dit betreft lijken koeien op mensen. De een ligt lekker in de zon op het strand, de ander doet de rolluiken naar beneden en blijft binnen. Pronk houdt rekening met deze individuele wensen.

Maar dat wil allemaal niet zeggen dat Pronk boeren die hun koeien altijd binnen houden aan de schandpaal wil nagelen. Waarom zou hij? Hij snapt best dat veehouders met tweehonderd of driehonderd koeien in problemen komen als zij hun koeien verplicht naar buiten moeten doen. Met zo’n grote veestapel wordt het weiland een grote smeerbende. Driehonderd koeien, bij elkaar twaalfhonderd poten, dan weet je wel wat er gebeurt, zeker in natte periodes. Dat levert een hoop extra werk op.

Toch stoort hij zich aan collega’s met veel koeien die amok maken tegen het idee om boeren met weidegang een kleine plus op hun melkgeld te geven. Vorige week stond op deze plek een interview met zo’n tegenstander. De veehouder in kwestie (driehonderd koeien, altijd op stal) ageerde heftig tegen het plan.

Pronk maakt zich boos als hij zo’n verhaal leest. De Friese veehouder in kwestie krijgt sinds dit jaar een stevige kwantumtoeslag – het gaat op jaarbasis om tienduizenden euro’s extra – en dan nog maakt die ondernemer zich druk over een klein aftrekpostje ten gunste van collega’s die hun koeien zoveel mogelijk buiten houden. Daar begrijpt Pronk echt niks van en daarom heeft hij contact opgenomen met de redactie. Weidegang kost nu eenmaal geld, de ruwvoerproductie gaat toch echt omlaag. En die kwantumtoeslag is juist onterecht.

Hij misgunt de grote boeren niks, maar ze moeten hun mond houden als het gaat om een kleine overheveling van melkgeld naar collega’s die hun dieren buiten houden.

Toch vindt Pronk dat FrieslandCampina zich niet hoort te bemoeien met de bedrijfsvoering van zijn leden. Zonne-energie, landschapsonderhoud, dierenwelzijn, nee, dat zijn helemaal geen thema’s voor een zuivelcoöperatie. Dat zijn keuzes voor de individuele veehouder, zegt Pronk. Daar doet de boer iets mee, of niet. De coöperatie is opgericht om melk tot waarde te brengen. Niet meer en niet minder. Dat de afnemer van zijn melk regels stelt op het gebied van kwaliteit is volgens hem terecht. Want de grondstof moet honderd procent in orde zijn. Strenge regels, strikt gecontroleerd, helemaal goed. Voor de rest: schoenmaker blijf bij je leest.

Foto

Eén reactie

  • no-profile-image

    Ik kan mij goed voorstellen dat FrieslandCampina als grote exporteur gemakkelijker producten verkoopt als men er een goed plaatje bij kan tonen, in dit geval koeien in de wei. Een betere verkoop komt alle leden ten goede, dus dat de cooperatie zich om die reden bemoeit met de bedrijfsvoering op melkveehouderijen is begrijpelijk.
    Om vergelijkbare reden is in het verleden het veel vagere KKM ingevoerd ( De consument weet nog steeds niet wat het inhoudt.)
    Is er toen veel ophef geweest?

Of registreer je om te kunnen reageren.