Home

Achtergrond 315 x bekeken

Gewasbescherming en Wageningen

Ook op het terrein van onderwijs en onderzoek rond gewasbescherming is het sterk internationale karakter van Wageningen herkenbaar.

Van oudsher heeft het onderzoek naar de bestrijding van plagen, ziekten en onkruid veel aandacht gekregen en Wageningen een reputatie gegeven die ver over de grenzen strekt. Niet alleen in Europa maar vooral ook daarbuiten.

Onderzoek

Veel onderzoek binnen Wageningen UR geschiedt bij Plant Research International (PRI) en Praktijkonderzoek Plant en Omgeving (PPO), beide zgn. contract research instituten van Wageningen UR. Bij PRI wordt strategische en toepassingsgericht onderzoek gedaan in opdracht van bedrijven en overheden (incl. de Europese Unie). Het praktijkonderzoek voor de Nederlandse markt komt voor rekening van PPO, met name waar het gaat om akkerbouw, groene ruimte en vollegrondsgroenten, bloembollen, bomen en fruit.

Het meer fundamentele onderzoek op het gebied van gewasbescherming gebeurt aan Wageningen University, binnen de Plant Sciences Group. Maar liefst zes leerstoelgroepen en laboratoria houden zich met gewasbescherming bezig, elk vanuit hun eigen invalshoek. Het gaat daarbij om de leerstoelgroepen Gewas- en onkruidecologie, Fytopathologie, Nematologie, Entomologie,Virologie en Plantenveredeling.

Onderwijs

Studenten in Wageningen kunnen op verschillende manieren in aanraking komen met gewasbescherming. Dat kan allereerst via de bachelorstudie Plantenwetenschappen. Met een jaarlijkse aanmelding van ca. 30 studenten heeft deze studie een betrekkelijk bescheiden aandeel op een totaal van momenteel meer dan 1.100 aanmelders uit het VWO. Daar staat tegenover dat ook binnen andere studierichtingen, bijvoorbeeld Biologie (met een jaarlijkse aanmelding van meer dan 100), aandacht wordt besteed aan plantenwetenschappen en daarmee gewasbescherming).

“Binnen Plantenwetenschappen ligt de nadruk echt op een masterstudie; daar liggen de aantallen veel hoger”, zegt prof.dr.ir. Paul Struik, hoogleraar Gewasfysiologie. Op dit moment trekken de drie masterstudies op het gebied van plantenwetenschappen – Organic Agriculture, Plant Biotechnology, en Plant Sciences, jaarlijks zo’n 150 studenten, die instromen vanuit de bachelorstudies aan Wageningen University of vanuit bijv. HBO-studies of universiteiten elders. Van die 150 komen er meer dan 100 uit het buitenland, en van de buitenlanders komt het merendeel van buiten Europa. Daarmee zijn de masterstudies Plantenwetenschappen naar verhouding de meest internationale studies met tweederde buitenlandse studenten binnen Wageningen; op dit moment is de totale instroom aan masterstudenten aan Wageningen University ongeveer 1400 van wie ongeveer de helft uit het buitenland komt.

Jaarlijks promoveren zo’n 220 mensen aan Wageningen University, een cijfer dat overigens sterk gaat toenemen. Het jaarlijks aantal promovendi voor Plantenwetenschappen bedraagt op dit moment ruim 40, en ook hier komt het merendeel uit het buitenland.

Verschuiving

Over de jaren heen is een verschuiving te zien van meer praktijkgerichte naar meer wetenschap gerichte studies, legt Paul Struik uit: “In de jaren zeventig had je in Wageningen wel zes zgn. teeltrichtingen. Het ging vaak om “kunde”, meer dan om “-logie”. De richtingen waren georiënteerd op sectoren en hadden teelt, bouw of kunde in de naam. Zonder ze tekort te willen doen hadden ze het karakter van een generalistische HBO-opleiding met academische elementen. Nu ligt veel meer de nadruk op het ontwikkelen van wetenschappelijke kennis en het bijdragen aan wetenschappelijk onderzoek.”

Dat laat onverlet dat de behoefte aan afgestudeerden uit Wageningen binnen de bedrijfssector, bijvoorbeeld die van de kwekers en veredelaars, nog jarenlang zo groot is dat afgestudeerde plantenwetenschappers uit Wageningen zich geen zorgen hoeven te maken over een interessante baan.

Foto

WUR

Of registreer je om te kunnen reageren.