Home

Achtergrond 258 x bekeken

'Europa heeft de land- en tuinbouw in balans gebracht'

Als boerenzoon kwam Gerrit Meester al vroeg in aanraking met het Europees landbouwbeleid. Sicco Mansholt was thuis de grote held. Later, toen Meester eenmaal topambtenaar was op het ministerie van landbouw, maakte hij discussies over de hervorming van dat beleid van dichtbij mee. ”Er zijn van die momenten dat de landbouw de grote politiek raakt.”

Zeg Europees landbouwbeleid (GLB) en je zegt Sicco Mansholt. De twee zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, stelt ook landbouweconoom Gerrit Meester (66), die door zijn jarenlange dienstverband bij het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) als geen ander is ingevoerd in de finesses van de Europese landbouwpolitiek.

”Vroeger, bij mijn ouders op de boerderij, was Mansholt de grote held”, verhaalt Meester. ”Tijdens mijn studie in Wageningen discussieerden we over zijn plannen. Ik herinner me dat hij die verdedigde voor een volle aula, prachtig was dat! Toen ik daarna stage liep in Brussel stond ik wel eens met hem in de lift. Ik keek echt tegen hem op.”

Zonder Mansholt was het GLB er niet gekomen, denkt Meester. ”De Duitsers wilden eigenlijk geen gemeenschappelijke landbouwmarkt. De Fransen en Nederlanders wel. Het GLB kwam als apart hoofdstuk in het Verdrag van Rome [1957] terecht. De regeringsleiders zeiden tegen Mansholt: ’red je er maar mee’. Nou, dat is hem aardig gelukt!”

Mansholt was een echte strateeg, zegt Meester. ”Steeds onderstreepte hij het cruciale belang van de landbouw; wilde Europa deviezen verdienen, dan moest het de sector een kans geven. Toen de Duitsers de Europese industriemarkt wilden versnellen, was Mansholt er als de kippen bij. ’Dan óók de landbouw’, zei hij.

In 1968 was het GLB klaar, toen als laatste de suikermarkt gemeenschappelijk werd. Het liefst was Mansholt verder gegaan, met structuurpolitiek. Maar dat mislukte; de lidstaten wilden dat in eigen hand houden.”

In diezelfde periode begon Meester zijn loopbaan, eerst als wetenschappelijk medewerker aan de Erasmus Universiteit en vanaf 1976 als onderzoeker bij het landbouweconomisch instituut LEI. Voor het ministerie van LNV voerde hij onderzoek uit, onder andere naar de voors en tegens van de melkquotering die in 1984 werd ingevoerd.

In 1986 stapte Meester over naar het ministerie, waar hij plaatsvervangend directeur internationale zaken werd. Namens Nederland voerde hij het woord in het speciaal comité voor de landbouw, topambtenaren die de EU-landbouwraden voorbereiden. In die positie maakte hij van nabij de Mac Sharry-hervorming (1992) mee, genoemd naar toenmalig landbouwcommissaris Ray Mac Sharry.Daarbij werd de prijssteun omgezet in inkomenssteun.

”Er zijn van die momenten dat de landbouw de grote politiek raakt. Dat was zo’n moment.” Begin jaren 90 was er veel druk om het GLB te hervormen. Niet alleen waren grote overschotten ontstaan, ook zat de ’Uruguay-ronde’ van het wereldhandelsoverleg in het slop. Maar over hervorming van het GLB viel met veel landen niet te praten.

”Ik hoor het de Duitse landbouwminister Kiechle nog zeggen: ’Keine Preissenkungen!’ Aart de Zeeuw [dg landbouw bij LNV] zei toen: ”Let op de Duitse industrie. Als die vóór een akkoord is, moet Kiechle bakzeil halen.” Dat kwam uit, want plots klonk het: ”Als het maar minder dan 30 procent is én wordt gecompenseerd.” Die compensatie, dat werd de directe inkomenssteun.”

”Ook Frankrijk wilde eerst niet zakken met de graanprijs. VU-instituut SOW berekende toen dat de Franse betalingspositie niet zou worden aangetast door de directe toeslagen en dat boereninkomens op peil zouden blijven. Bovendien zouden de overschotten stabiliseren en waren toeslagen goedkoper dan prijsbeleid. Toen De Zeeuw die uitkomsten uit de printer zag rollen, zei hij: ”Maak hier een notitie van en stuur die onmiddellijk naar de Fransen!” Toen pas konden we de Uruguay-ronde afronden.”

’Mac Sharry’ was een van de drie grote hervormingen, meent Meester. De eerste was de invoering van de melkquota, acht jaar daarvoor. ”De overproductie is een van de meest in het oog springende fouten van het GLB geweest. In 1968 ontstond de eerste boterberg; in de daaropvolgende jaren namen de overschotten alleen maar toe. De melkquotering heeft deze voor zuivel effectief bestreden. Dat was nodig: het zuivelbeleid leidde tot enorme uitgaven. De sector kreeg er een slecht imago door.” Hadden die overschotten niet voorzien kunnen worden? ”Mansholt waarschuwde eind jaren 50 al om geen te hoge prijzen vast te stellen. Maar dat bleek steeds politiek onhaalbaar.”

De derde belangrijke hervorming, ontkoppeling van de toeslagen van de productie, werd in 2003 doorgevoerd door commissaris Franz Fischler. ”Hij wilde niet dat de EU weer onder grote druk van de WTO zou komen. Door de ontkoppeling werd de steun volgens de WTO-regels niet-handelsverstorend, hoewel sommigen daar vraagtekens bij plaatsen. In de huidige handelsronde is de EU niet meer het struikelblok. Dat had Fischler goed gezien.”

Grootste verworvenheid van het GLB vindt Meester dat het zorgde voor balans in Europa. ”Er was voldoende voedsel tegen redelijke prijzen. Tegelijk bleven de landbouwinkomens zodanig op peil dat het aantrekkelijk bleef in de sector te werken. Dat was in bijvoorbeeld de Sovjet-Unie en Argentinië wel anders. Daar zette het industriebeleid de landbouwprijzen zó onder druk, dat arbeid op het platteland werd weggezogen. Dat beleid is compleet mislukt. Ander uiterste is Japan, waar kleine rijstveldjes met kostbare subsidies in stand werden gehouden. De EU heeft hierin het goede midden kunnen vinden. Een land als China, dat worstelt met veel jonge arbeiders die van het platteland naar de stad trekken, heeft nu daarom grote belangstelling voor de Europese landbouwpolitiek.”

De uitkomst van de aanstaande hervorming van het GLB (na 2013) vindt Meester lastig in te schatten. ”In elk geval zal de hervorming geleidelijk worden doorgevoerd. Commissaris Ciolos wil geen inkomenstoeslagen meer op basis van historische rechten. Daarbij krijgen intensieve bedrijven nu relatief meer steun dan extensieve, en West-Europese boeren meer dan Oost-Europese. Ciolos zoekt naarstig naar een oplossing om dat te veranderen.”

Die oplossing zit in wat de kern is van het SER-rapport Waarden van de landbouw en van de Houtskoolschets van minister Verburg, denkt Meester. ”Ik denk dat die lijn van doelgerichte toeslagen er uiteindelijk komt. De vraag is: hoe snel, en hoe wordt het uitgewerkt? Komt er één basistoeslag? Wat worden kwetsbare gebieden? Hoe worden groenblauwe diensten gedefinieerd? Twee tot drie jaar lijken te kort om dit handen en voeten te geven.”

Daarbij is Ciolos net aangetreden, en heeft hij te maken met liefst 27 lidstaten én met het Europees Parlement, dat sinds kort medebeslissingsrecht heeft. Anderzijds maken de huidige hoge voedselprijzen de beoogde herverdeling van toeslagen gemakkelijker, meent Meester.
Wat meespeelt: de begrotingstekorten in de lidstaten. ”De hervorming van het GLB staat al jaren niet meer los van de budgetdiscussie. In 2000 werd besloten het budget niet meer te laten stijgen dan de inflatie; vanaf 2007 mocht het nominaal nog maar met 1 procent groeien . Volgende stap zal een nominale nulgroei zijn.”

Werden compromissen eerder nog wel eens ’gekocht’, door lidstaten meer geld te geven, nu is dat op landbouw echt over. ”Wel is het mogelijk lidstaten meer vrijheid te geven om beleid af te stemmen op eigen behoeftes, meer experimenteerruimte.” Meester denkt niet dat het GLB daarmee meteen wordt uitgehold. ”Daar zorgen de regels binnen het GLB en de Europese staatssteunregels wel voor.” De erfenis van Mansholt is nog altijd springlevend.

Gebouw Berlaymont



Het is hét symbool van de Europese macht: Berlaymont, door eurofoben ook wel aangeduid als ’Berlaymonster’. Het gebouw huisvest de Europese Commissie en haar ambtenaren, en was daarom in de loop der jaren vaak het mikpunt van protest, onder andere van boeren.
Berlaymont is gebouwd in de jaren 60, toen de behoefte aan meer kantoorruimte voor de groeiende EU zich steeds sterker deed gevoelen. De naam ontleent het gebouw aan de driehonderd jaar oude kloosterorde, die tot dan toe op de plek was gevestigd, de Dames de Berlaymont.
De zestien verdiepingen hoge kantoortoren, in de vorm van een kruis, was aanvankelijk in bezit van de Belgische staat, die het verhuurde aan de EU. In 2002 werd het gebouw voor ruim 550 miljoen euro verkocht aan de Europese Gemeenschap, dat dit bedrag in 27 jaar moet afbetalen.
Begin jaren 90 werd asbest in het gebouw ontdekt, waardoor het geheel moest worden gerenoveerd. Prijskaartje: 700 miljoen euro (sommigen schatten ruim 1 miljard). De renovatie nam 13 jaar in beslag, 5 jaar langer dan de oorspronkelijke bouw.





Kabinet-Mansholt: goed ingespeeld team

Sicco Mansholt (tweede van links) wordt gezien als de architect van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB). Maar hij had die rol wellicht niet kunnen vervullen als hij niet kon rekenen op de kennis en kunde van een klein clubje vertrouwelingen.
Toen Mansholt in 1957 aantrad als EU-landbouwcommissaris stelde hij zijn eigen team samen. De inhoudelijk belangrijkste spelers waren Bé Heringa (links), directeur-generaal marktorganisatie, en Fransman Louis Rabot (tweede van rechts), directeur-generaal landbouw. Perschef werd Alfred Mozer, de internationaal secretaris van de PvdA. Mozer wist weinig van landbouw, maar hij had een sterk ontwikkeld politiek instinct.
In de woorden van Mansholt-biograaf Johan van Merriënboer: ”Als je Mansholt ziet als de verantwoordelijke ontwerper, dan was Mozer de ’sales manager’ en Heringa de monteur. In feite sleutelde Heringa de Europese tractor [het GLB] in elkaar, met de Fransman Rabot. Zij waren de technische mensen die voor alle praktische problemen een (of meer) oplossing(en) wisten.”
In genoemde biografie vertelt Mansholt hoe dat ging: ”Meestal gaan we naar een restaurantje in de buurt [...] Ik heb dan alleen maar bij me Rabot en Heringa. [...] Dan beginnen we de voorstellen te bekijken en voor- en nadelen af te wegen. [...] In een half uur hebben we een ideaal schema opgesteld.”

Rechts op de foto Hans Broder Krohn (naast Rabot DG Landbouw). Foto archief Johan van Merriënboer

Foto

Christel Labee

Of registreer je om te kunnen reageren.