Home

Achtergrond 104 x bekeken

'Arme landen deden al genoeg toegevingen in Doharonde'

Genève - Zuid-Afrika reageert boos op pogingen van de Europese Unie en de VS om meer handelstoegevingen af te dwingen van de ontwikkelingslanden.

Die zouden nodig zijn om de aanslepende onderhandelingen over de verdere vrijmaking van de wereldhandel af te ronden. Het is “oneerlijk” nog meer te verwachten van arme landen die zich herstellen van de internationale economische crisis, klinkt het.

De huidige onderhandelingsronde begon in 2001 in Doha en had eigenlijk al op 1 januari 2005 afgerond moeten zijn. Maar daarvoor bleek de kloof tussen arme en rijke landen veel te diep. De rijke landen en sommige sterke ontwikkelingslanden willen vooral meer markttoegang voor industriegoederen en diensten; de meerderheid van de ontwikkelingslanden eist in de eerste plaats dat hun uitvoer van landbouwproducten wordt vergemakkelijkt, dat marktverstorende subsidies verdwijnen en dat er rekening wordt gehouden met de zwakkere uitgangspositie van veel van hun bedrijven. Daardoor bleven de discussies duren. De voorbije twee weken wordt het tempo van die onderhandelingen weer opgedreven.

Meer toegang

Europa en de VS zetten vooral druk op de opkomende economieën – landen als China, India, Brazilië, Zuid-Afrika en Argentinië. “De groeilanden moeten substantiële markttoegang bieden op het vlak van industriegoederen en diensten om de ronde te kunnen besluiten”, zegt de Brit Peter Sutherland, een voormalige directeur van de Wereldhandelsorganisatie. Toponderhandelaars van de Europese Unie en de VS lieten gelijkaardige geluiden horen op het Wereld Economisch Forum in Davos. De rijke landen lijken niet bereid om zelf meer toegevingen te doen op het vlak van de handel in landbouwproducten.

De handelsministers van Brazilië, India, China en Zuid-Afrika verspreidden in Davos een gezamenlijke verklaring waarin ze stellen dat het principe van de wederkerigheid gerespecteerd moet worden in het eindresultaat van de Doharonde – de ontwikkelingslanden mogen niet gedwongen worden meer toe te geven dan de rijke landen. Bovendien moeten de belangen van de arme landen en hun ontwikkelingskansen centraal staan bij de afspraken, zoals al bij het begin van de ronde was overeengekomen.

Maar de Europese Unie en de VS lijken doof voor die eisen. De Europese handelscommissaris, Karel De Gucht, benadrukt dat de EU meer markttoegang verwacht van de groeilanden, hoe het oorspronkelijke onderhandelingsmandaat ook luidde. De Amerikaanse handelsvertegenwoordiger Ron Kirk zegt dat de opkomende economieën de verantwoordelijkheid hebben de onderhandelingen af te ronden. De VS hebben te maken met hoge werkloosheid, en die kan alleen verminderen als de groeilanden hun markten meer openstellen voor Amerikaanse exporteurs.

Respect

Maar meer toegeven zit er echt niet, zegt de Zuid-Afrikaanse minister van Handel en Industrie Rob Davies. “Ondanks een relatief ambitieus pakket rond de handel in landbouwproducten, hebben we al veel meer toegegeven inzake industriegoederen en diensten. “We willen een overeenkomst”, zegt Davies, maar die moet wel respect opbrengen voor de belangen van arme landen in Afrika en andere delen van de wereld. Daar ziet het volgens hem nu niet naar uit. De VS zijn bijvoorbeeld niet bereid om afspraken te maken over de handel in katoen – een belangrijk product voor West-Afrikaanse landen die echter uit de markt geconcurreerd worden door zwaar gesubsidieerde Amerikaanse boeren – zolang er geen akkoord is over alle andere sectoren. Op dezelfde manier willen de VS voorlopig niet praten over tolvrije en quotavrije handel voor de allerarmste landen.

IPS

Of registreer je om te kunnen reageren.