Home

Achtergrond 288 x bekeken

Voedselverspilling nauwelijks nog wetenschappelijk onderzocht

De campagne Eten is om op te Eten moet voedselverspil-ling tegengaan. De meest robuuste uitspraken over verspilling kunnen worden gedaan over consumenten, de minst robuuste over de agrarische sector.

Milieu Centraal en het Voedingscentrum gaven in november het startschot voor de campagne Eten is om op te Eten. Per jaar gooien consumenten volgens de organisaties voor 2,5 miljard euro aan voedsel weg, wat kan betekenen dat mensen meer aan voeding uitgeven dan noodzakelijk.

Oud-minister van landbouw Gerda Verburg, nu ambassadeur bij de wereldvoedselorganisatie FAO, verklaarde eerder de oorlog aan voedselverspilling. Volgens haar wordt bij de oplossing van het voedselprobleem te veel gedacht aan een hogere voedselproductie en te weinig aan het terugdringen van verliezen.

Voedselverspilling door huishoudens wordt overschat, concludeert onderzoeksbureau PWC in het rapport Voedselverspilling in de gehele voedselketen. Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de brancheorganisaties voor levensmiddelenproducenten en de retail, respectievelijk de FNLI en het CBL. PWC geeft aan dat onderscheid moet worden gemaakt tussen vermijdbare en onvermijdbare verliezen.

Uit sorteerproeven blijkt dat een huishouden gemiddeld 43,7 kilo voedsel vermijdbaar verspilt, en 29,7 kilo onvermijdbaar verliest. Een Nederlands huishouden is 2,2 personen groot anno 2011.
De voedselverspilling door agrariërs, de retail en de industrie is gebaseerd op schattingen en aannames, niet op solide wetenschap. De beste schatting van voedselverspilling in de agrarische sector is volgens de PWC-onderzoekers uitgevoerd door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

De verliezen in de agrarische sector komen neer op 152 kilo per inwoner per jaar. Het CBS werkt echter louter met standaardmodellen en heeft geen fysieke metingen verricht.
Het onderzoek maakt bovendien geen onderscheid tussen voedselafval en overig organisch afval en houdt geen rekening met laagwaardig hergebruik van voedsel dat niet meer als geschikt voor menselijke consumptie wordt aangemerkt. Daarbij valt bijvoorbeeld te denken aan de grootschalige verwerking tot veevoer van koekjes en chocoladerepen die over de datum zijn.

De kwaliteit van het onderzoek wordt door PWC als middelmatig beoordeeld en de relevantie ervan zelfs vrij laag beoordeeld. Goed onderzoek is volgens PWC nauwelijks uitvoerbaar, omdat het doel van productie niet altijd eenduidig is, en daarom onduidelijk is welke reststromen moeten worden gemeten.

De sector wordt bovendien gekenmerkt door een groot aantal kleine tot middelgrote bedrijven, waardoor een grote steekproef nodig is. De voedselverliezen worden niet altijd fysiek verzameld. Een deel blijft op het land achter waardoor een betrouwbare schatting van de schade volgens de onderzoekers lastig is.

Ook voor de detailhandel, horeca en industrie bestaan volgens PWC nauwelijks goede cijfers, al is het vergaren ervan volgens de onderzoekers wel mogelijk. Supermarkten melden zelf dat derving financieel neerkomt op 1 tot 3 procent van de inkoopwaarde.

Of registreer je om te kunnen reageren.