Home

Achtergrond 156 x bekeken

Vergroening: standaard of keuzemenu? – Samenvatting discussie

De vergroening, zoals voorgesteld door eurocommissaris Dacian Ciolos, verplicht 7 procent van al het bouwland onder ecobeheer, is te rigide. Dat vindt ons kabinet, en dat vindt ook staatssecretaris Bleker. Hij stelt een Europees keuzemenu voor. In zo'n menu staan allerlei maatregelen die bijdragen aan vergroening. Boeren of regio’s kunnen uit het menu een keus maken die bij hun situatie past. Een meerderheid van de reageerders in de discussie kan zich daarin vinden. Liever een keuzemenu dan hetzelfde standaardmenu voor heel Europa.

Na 2014 wordt de inkomenssteun alleen nog uitbetaald wanneer voldaan is aan vergroeningsvoorwaarden. Eurocommissaris Ciolos stelt drie maatregelen voor die voor heel Europa strikt hetzelfde zijn. Een ervan is dat 7 procent van het akkerbouwareaal onder ‘ecobeheer’ gebracht wordt. Het kabinet is op zich positief over het eisen van een tegenprestatie voor het ontvangen van inkomenssteun, maar de voorgestelde maatregelen voor vergroening kunnen rekenen op stevige kritiek. Ze zijn te weinig flexibel en missen in Nederland het doel. Dit is, naast de financiële paragraaf, een belangrijk onderhandelpunt voor Nederland in de verdere rondes naar een nieuw Europees Gemeenschappelijk Landbouwbeleid.

Keuzemenu voor concurrentiekracht

Twee derde van de reageerders op de peiling wil een Europees keuzemenu, een derde wil het houden bij het de huidige maatregelen. Voorstanders van het keuzemenu brengen de volgende argumenten naar voren:
- 7 procent verplichte braak ('ecobeheer' wordt door veel boeren gezien als braak) treft akkerbouwers onevenredig in vergelijking met andere sectoren,
- goede landbouwgrond is schaars en moet maximaal benut worden,
- het zijn USSR-praktijken om iets voor heel Europa op te leggen.
Opvallend: voorstanders van het keuzemenu noemen het groene argument eigenlijk niet. Terwijl het voor de hand ligt dat met toegespitste vergroeningsmaatregelen voor minder geld meer 'groen-resultaat' (bijvoorbeeld kwaliteit van lucht, bodem of water, of biodiversiteit) is te boeken.

Liever standaardmenu, dat is tenminste groen

Het ontbreken van dat groene argument, de nadruk op concurrentiekracht, is precies waarom tegenstanders achterdocht hebben ten aanzien van het keuzemenu. Zij kiezen veiligheidshalve voor het standaardmenu, omdat dát tenminste groen is. Voor hen betekent keuzemenu: uitvluchten en draaien om vergroening in te vullen met meer technologie. Ze zijn niet tégen precisielandbouw en duurzame stallen, maar dergelijke maatregelen zijn niet genoeg. Een ruimer bouwplan, minder chemie en meer kringloop horen er ook bij. Wel jammer, vinden ook zij, dat met een puur plichtmatige toepassing van het standaardmenu niet veel drijfveren ontstaan om verder te komen op vergroeningsgebied.

Natuur

De discussie brengt de vraag naar boven over schaal. Moet je op ieder bedrijf 7 procent (of 5, want algemeen wordt aangenomen dat die 7 procent bijgesteld wordt) natuur hebben, of zijn een paar grote natuurparken in een land beter? Ecologen zijn enthousiast over de verplichte percentages ecobeheer op ieder bedrijf, omdat overhoeken en stroken die daarvoor gebruikt zullen worden, mooie verbindingen vormen. Goed voor de ecologische verbinding en mooi in het landschap.

Of moet zelfs heel Zuid-Europa maar natuurpark verklaard worden? Dat lijkt inderdaad een goedkope oplossing: veel natuurwaarde voor weinig geld, en Nederland en Duitsland kunnen verder gaan met lekker efficiënte productie en groei. Maar 1. de grutto doet het niet zo best in Portugal; 2. er is juist veel behoefte aan natuur rond grote steden en waar veel mensen wonen; en 3. voor de periferie van Europa zou het fijn zijn iets te 'mogen' maken wat ook nog iemand van ze wil kopen.
Dat is wel een vraagteken bij het Europees landbouwbeleid. In hoeverre heeft het bijgedragen aan de huidige ongelijkheid tussen Noord- en Zuid-Europa? En gaat het hervormde beleid helpen om verdergaande scheefgroei tegen te gaan?

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.