Home

Achtergrond 400 x bekeken

Vele vectorziektes rammelen aan de poort van Europa

Het Schmallenberg-virus is in een paar jaar tijd de tweede exotische vectordierziekte die Nederland bereikt. En andere virussen staan te rammelen aan de poort. Er is geen ontkomen aan: de ziektes rukken op in het kielzog van toenemende wereldwijde handel en toerisme.

’Vroeger was het idee dat vectorziektes voor ons niet zo belangrijk zouden zijn, maar dat is de laatste jaren wel anders geworden.” Met dit understatement schetst viroloog Piet van Rijn van het Centraal Veterinair Instituut (CVI) van Wageningen UR in Lelystad hoe een ’nieuwe’ categorie dierziektes en zoönoses binnen enkele jaren tijd alle aandacht op zich wisten te vestigen.

Vectorziektes – infectieziektes die via insecten worden overgebracht – zijn niet voorbehouden aan de tropen, maar ook in onze contreien een toenemend gevaar voor mens en dier. De ziekte van Lyme is het bekendste voorbeeld van een humane ziekte. Blauwtong vormde de eerste grote invasie van een vectorziekte bij herkauwers. Die is nu dus gevolgd door het eveneens vermoedelijk door knutten overgebrachte Schmallenberg­­­-virus. Daarvan is nog niet bekend of het een recent ontstane nieuwe vorm van biodiversiteit is of een al langer bestaande, tot voor kort onopgemerkte variant.

Het gevaar van vectorziektes werd rond tien jaar geleden voor het eerst goed en wel benoemd in Nederland. Het CVI kwam in 2003 met een risico-analyse, waarin blauwtong werd genoemd als kansrijke nieuwkomer. Het duurde enkele jaren voor die verwachting uitkwam, al volgde het virus een andere route dan verwacht.

Dat Schmallenberg nu nummer twee is, is een verrassing. Een andere kandidaat was het West-Nijl-virus, dat vooral in vogels huist, maar gevaarlijk is voor paarden en ook voor mensen. Deze is vanuit het Zuidoosten al opgerukt tot in Oostenrijk.

Als derde kandidaat-nieuwkomer noemt Van Rijn de Riftdal-koorts (Rift Valley Fever), overgebracht door muggen. Net als West Nile is dit een lijst-A-ziekte die vooral voorkomt bij schapen, geiten en runderen. Het is bovendien een gevaarlijke zoönose. Deze ziekte is genoemd naar het herkomstgebied in Oost-Afrika. Het virus behoort tot dezelfde familie als Schmallenberg, maar de twee lijken verder niet op elkaar.

Twee andere kansrijke ziektes zijn de Krim-Congo-hemorragische koorts, een gevaarlijke zoönose die wordt overgebracht door teken, en de door knutten overgebrachte Afrikaanse paardenpest.
Al deze vectorziekten zijn onderweg naar Noordwest-Europa en waarschijnlijk niet te stoppen, aldus Van Rijn. De meeste vectoren zijn vliegende insecten en die houden zich niet aan grenzen. Doordat het virus zich in de insecten vermeerdert, is het bijna onmogelijk om ze uit te roeien. Factoren die de verspreiding een handje helpen zijn de opwarming van de aarde en vooral de globalisering; de snelle en intensieve verplaatsing van mensen, dieren en planten. Een gevaarlijke, ongrijpbare factor is illegaal transport van dieren.

Vaccineren lijkt de enige oplossing, aldus Van Rijn. Voor het West-Nijl-virus bestaat een vaccin voor paarden. In Amerika heeft men zich er al bij neergelegd dat die ziekte daar niet meer weggaat. Tegen blauwtong is massaal gevaccineerd, zodat Nederland en buurlanden binnenkort weer officieel blauwtongvrij kunnen worden. Hoe dat met Schmallenberg zal gaan, weet nog niemand.

Nieuw virus niet zomaar gevonden

Het Schmallenberg-virus is genoemd naar de Duitse plaats waar deze ziekteverwekker het afgelopen jaar voor het eerst werd gevonden. Hoewel, gevonden is een groot woord. De ontdekking van zo’n nieuw virus is een lang proces met veel onzekerheden.
Ziekteverschijnselen bij Duits melkvee, zoals plotselinge daling van de melkproductie, waren aanleiding voor bloedonderzoek bij het Duitse Friedrich Loeffler Institut. Eerst dacht men aan blauwtong. Die oorzaak kon worden uitgesloten, evenals onder meer IBR, MKZ.

Uiteindelijk kwam via het speciale metagenoom-onderzoek een sterke overeenkomst aan het licht met RNA-materiaal van drie stammen van het Orthobunya-virus. Deze komen voor in Azië, Afrika en Oceanië. Het FLI houdt in zijn publicatie van november nog een slag om de arm of alle verschijnselen verklaard worden door dit virus. Om daarover uitsluitsel te krijgen, is het wachten op de resultaten van een infectieproef.

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.