Home

Achtergrond 250 x bekeken

Landbouw houdt zich goed staande in de stad

Doetinchem – Land- en tuinbouwbedrijven in de twintig grootste gemeenten van Nederland weten zich goed staande te houden te midden van oprukkende woningbouw, lastige milieuregels en inrichting van groen rond de stad.

Het aantal agrarische bedrijven in de twintig grootste gemeenten nam in de periode 2007-2011 maar iets sneller af dan de landelijke trend. Het areaal grond in gebruik bij boeren steeg er zelfs. Dit heeft het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) onderzocht in opdracht van Boerderij.

Op peildatum 15 mei 2011 telde Nederland 70.392 land- en tuinbouwbedrijven. In de twintig grootste gemeenten (met meer dan 100.000 inwoners) zaten toen 2.230 van deze ondernemingen. Vergeleken met vier jaar terug daalde in heel Nederland het aantal bedrijven met 8 procent. In de grote steden met 9 procent.

Opmerkelijk is dat in enkele stadsgemeenten de land- en tuinbouwsector groeide. Amsterdam, Arnhem, Groningen en Zoetermeer kregen er in de periode 2007-’11 meer bedrijven bij. Reden kan zijn dat bedrijven zijn opgesplitst in meerdere ondernemingen.

Landelijk daalde het areaal cultuurgrond van 2007 tot mei dit jaar 3 procent, tot ruim 1,85 miljoen hectare. In de twintig grootste gemeenten daalde dit areaal 7 procent, tot 48.920 hectare. Dit hangt vooral samen met stadsuitbreiding, aanleg van infrastructuur en ontwikkeling van nieuwe natuur (niet in gebruik bij boeren).

Opvallend is dat het totale areaal dat in gebruik is bij boeren, dus cultuurgrond en niet-cultuurgrond als bos en natuur, landelijk daalde met 3 procent, maar in de top-20 gemeenten steeg met 7 procent. Boeren in de stad hebben dus dit jaar fors meer bos en natuurgrond in beheer gekregen vergeleken met 2007.

Meer dan de helft van de land- en tuinbouwbedrijven in de grote stadsgemeenten zijn geen volwaardige bedrijven. Deze bedrijven hebben een standaardopbrengst (SO) van maximaal € 100.000 per jaar, oftewel maximaal 20 hectare consumptieaardappelen, minder dan 450 vleesvarkens of 40 koeien.

Opmerkelijk is dat het aantal grote land- en tuinbouwbedrijven met meer dan een € 1 miljoen SO in de grootste gemeenten nauwelijks afwijkt van het landelijk gemiddelde. Dit komt mede door de aanwezigheid van grote tuinbouwbedrijven, onder meer snijbloemen en pot- en perkplanten, in enkele steden zoals Zaanstad, Haarlemmermeer, Breda en Almere. Een megagroot veebedrijf is niet te vinden in de top-20 gemeenten.

In de 20 grootste gemeenten van Nederland vinden relatief meer nevenactiviteiten plaats op land- en tuinbouwbedrijven dan op agrobedrijven elders. Een aantal activiteiten is populair bij ’stadsboeren’; vooral stalling van goederen of dieren, boerderijwinkels en agrotoerisme.
Boeren in de stad verhuren zichzelf ook vaker om werk te verrichten voor derden. Dit gebeurt op 6,4 procent van de bedrijven in de twintig steden. Landelijk verhuurt nog geen 0,1 procent van de boeren zich voor werkzaamheden voor derden.

Boeren en tuinders weten zich klaarblijkelijk goed staande te houden in de grote stad. Punt van zorg is wel de opvolging. Volgens het CBS heeft 24,3 procent van de ’stadsboeren’ boven 50 jaar een opvolger. Landelijk is dat 27,9 procent.

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.