Home

Achtergrond 257 x bekeken 1 reactie

Graag in debat met opponent

Dirk-Siert Schoonman is alles behalve een actievoerder. De nieuwe voorzitter van LTO Noord in de provincie Gelderland kiest voor een plek aan de onderhandelingstafel. Zijn devies: altijd blijven argumenteren. We leggen Schoonman een aantal dilemma’s voor.

Ben Lichtenberg levert de voorzittershamer in, Dirk-Siert Schoonman krijgt hem in handen. De nieuwe voorzitter
van LTO Noord in Gelderland heeft er zin in. De agrarische sector heeft ont-wikkelingsruimte nodig. Daar wil de melkveehouder uit Brummen hard
aan gaan trekken.

Boer of bestuurder?
”Als ik echt moet kiezen tussen die twee dan kies ik toch voor boer. Of beter gezegd, voor het agrarisch ondernemerschap. Koeien, natuur en daar op een creatieve manier je inkomen mee verdienen; niks mooiers dan dat. Maar het is ook een eenzaam beroep. Ik wil mensen ontmoeten, dingen voor elkaar krijgen, samen met anderen. Dat is een van de belangrijkste redenen dat ik nu al vijftien jaar bestuurlijk actief ben.”

LTO of NMV?
”Dom dilemma. LTO natuurlijk, wat denk je dan? LTO is een club met gedreven bestuurders, gepassioneerde medewerkers. Wij zijn van alle markten thuis. De melkveehoudersvakbond is veel kleiner en heeft eigenlijk maar twee speerpunten: melkprijs en zeggenschap.. Maar, ze kietelen ons en dat kan helemaal geen kwaad.”

Bleker of Verburg?
”Bleker, zeker weten. Hij is wars van bureaucratische regelgeving en gaat daar soms dwars tegenin. Voor die houding heb ik waardering. Gerda Verburg zei altijd: ’mag niet van Brussel, dus kan het niet.’ De vraag is of Bleker echt iets voor elkaar krijgt. Het gaat ons natuurlijk om het resultaat.”

Den Haag of Brussel?
”Als LTO-voorzitter in Gelderland richt ik mij vooral op Arnhem. Als het gaat om ruimte voor bedrijfsontwikkeling is tegenwoordig vooral de provincie aan zet.”

Spandoek of argument?
”Ik ben wars van spandoeken! Heb lang geleden eens meegedaan met een protestactie in Den Haag. Dat ging toen over het mestbeleid Heeft niks opgeleverd. Leuk dagje uit, maar met spandoeken en trekkeracties ontstaat geen beweging. Ik kies voor het argument. Wil je de andere partij overtuigen dan moet je je inleven in de motieven van de ander en, ook heel belangrijk, op zoek gaan naar medestanders.”

Weidegang of opstallen?
”Ik kies voor weidegang, maar ben zelf een opstaller. Op ons bedrijf staan de koeien al tien jaar binnen. Dat is dit jaar trouwens voor het laatst. Ik kan prima uitleggen dat opstallen niet slecht is voor het welzijn, maar het grote publiek laat het zich niet uitleggen. Daar komen wij niet doorheen. Om draagvlak voor de melkveehouderij te houden, is weidegang een goed instrument. Onze koeien gaan daarom komend voorjaar weer naar buiten. Kan ik om nog meer redenen trots zijn op ons bedrijf.”

Megastal of gezinsbedrijf?
”Ik kies voor het gezinsbedrijf waar onder sociaal aanvaardbare omstandigheden wordt gewerkt. Geen 80-urige werkweken, partners die de keus hebben om buitenshuis te werken. Ik kies voor gezinsbedrijven met inzet van vreemde arbeid. Ook boeren hebben recht op een sociaal leven.”

Melken of vergaderen?
”Tja. . .  Moeilijke keus. Als ik ga melken, weet ik van te voren precies wat het resultaat is. Bij een vergadering weet je dat niet. Soms ben je twee uur aan het discussiëren, maar schiet je geen centimeter op. Vind ik echt waardeloos. Dan ben ik echt veel liever aan het melken. Maar het gebeurt ook dat je na een kwartier praten tot een gemeenschappelijke conclusie en strategie komt. En dat is mij dan meer waard dan 2.000 liter melk.”

Dierlijk of plantaardig?
”Ik ben en blijf melkveehouder. In mijn rol als voorzitter bemoei ik mij natuurlijk ook met de plantaardige sectoren. Daarvan hebben wij er een heleboel in Gelderland. Uiteindelijk gaat het erom dat de productieomstandigheden worden verbeterd. En dan maakt het mij echt niet uit of ik voor de belangen van een glastuinder opkom of voor die van een melkveehouder.”

Foto

Eén reactie

  • no-profile-image

    Mooi dat Schoonman kiest voor argumenten. Maar om met argumenten te komen zul je wel enige kennis van zaken moeten hebben. Dan blijf je hangen in "intensieve veerhouderij is veel beter voor het milieu dan extensieve bedrijven". Geen wonder dat je er dan niet doorkomt bij het grote publiek. Ook voor de akkerbouw en tuinbouw zul je dan niet veel kunnen betekenen, wederom omdat je de kennis niet hebt. En zo blijft de hele sector steeds maar in hetzelfde hangen zonder tot een oplossing te komen.

Of registreer je om te kunnen reageren.