Home

Achtergrond 173 x bekeken

Focus op Doha-ronde voorkomt mogelijk hervorming WTO

Tijdens het laatste WTO-overleg op ministerieel niveau, van 15 tot en met 17 december, is besloten vast te houden aan de Doha-ronde die na meer dan tien jaar een keer moet uitmonden in een nieuw vrijhandelsverdrag.

Volgens critici in diplomatieke kringen in het Westen maakt dit noodzakelijke hervormingen van de WTO bijzonder lastig, waardoor de focus steeds meer komt te liggen op regionaal gerichte of bilaterale vrijhandelsverdragen.

De Doha-ronde begon meer dan tien jaar geleden met de belofte tot snelle afronding te komen. De Uruguay-ronde had geduurd van 1986 tot en met 1994. Acht jaar was veel te lang geweest, aldus de wereldleiders. Het overleg werd zelfs officieel ”ontwikkelingsronde” genoemd omdat markttoegang voor ontwikkelingslanden centraal zou staan. In West-Afrika werd met zodoende met smart gekeken naar een einde aan hoge Amerikaanse subsidies voor katoenboeren.

Het overleg is echter muurvast komen te zitten omdat de VS van enkele van deze ontwikkelingslanden, zoals India en China, in ruil voor liberalisering meer openstelling van de eigen markt verlangt dan de landen willen toestaan. De Nederlandse landbouwraad Pieter Gooren noemde het overleg onlangs schertsend ”de oplossingen van tien jaar geleden voor problemen van vijftien jaar geleden.”

Ministers uit de VS, de EU en Japan hebben vanwege de impasse tijdens de bijeenkomst gepleit voor hervormingen van de WTO, Een belangrijk probleem zou bijvoorbeeld zijn dat een land als China toen de Doha-ronde begon nog zeer arm was, maar inmiddels de tweede economie ter wereld herbergt.''

Het land eist echter nog altijd als ”ontwikkelingsland”, een titel waarvoor een land zelf kan kiezen, bepaalde vrijstellingen van handelsliberaliserende maatregelen op. Een tweede probleem is dat meer dan 150 landen lid zijn van de WTO. Dat betekent dat een enorm aantal vertegenwoordigers moet vergaderen, rekenen en lobbyen.

'China, India en Brazilië maakten net als WTO-leider Pascal Lamy tijdens de conferentie duidelijk dat de Doha-ronde moet doorgaan. Elke stap richting hervorming van de WTO zal daarom volgens critici worden gezien in het licht van de gevolgen voor de bestaande geaccepteerde verdragsvoorstellen, en daarom zullen de stappen mogelijk niet ver komen.

Sommige landen kiezen daarom toenemend voor het sluiten van minder grote vrijhandelsverdragen en zetten daar stappen die in WTO-verband onmogelijk lijken. Het meest recente voorbeeld is het Trans-Pacific Partnership (TPP) tussen onder meer de VS, Australië, Vietnam, Chili en Singapore.

De VS is voortrekker van de TPP en heeft het zelfs voor elkaar gekregen de normaal vrij protectionistisch ingestelde Japanners lidmaatschap te laten overwegen, al kan een verdrag de boerenstand in Japan grote schade toebrengen. De EU bleek in de Doha-ronde erg gevoelig wat betreft het landbouwdossier, maar durft wel directe onderhandelingen met het Zuid-Amerikaanse handelsblok Mercosur aan te gaan.

Of registreer je om te kunnen reageren.