Home

Achtergrond 326 x bekeken

Efsa scherpt jaarlijkse controle gengewas aan

De Europese autoriteit voor voedselveiligheid (Efsa) adviseert Europa over een scala aan voedsel-veiligheidsthema’s inclusief genetisch gemodificeerde planten. Om een sterk en onderbouwd advies te formuleren heeft Efsa de jaarlijkse rapportage voor twee belangrijke transgene gewassen aangescherpt.

Genetische modificatie is een techniek waarmee natuurlijke eigenschappen van planten worden veranderd. Daardoor zijn zij bijvoorbeeld beter bestand tegen ziektes en plagen.

Genetisch gemodificeerde planten zoals mais of soja worden gebruikt in voedsel. Voordat deze op de Europese markt verkocht en gecultiveerd mogen worden, moet er door de afzonderlijke lidstaat en de Europese Commissie (EC) toestemming worden verleend.

De EC vraagt de Efsa om de documenten van deze gewassen te toetsen en hierover een advies uit te brengen. Sinds 2003 heeft de Efsa 43 positieve adviezen gegeven over genetisch gemodificeerde planten. Het gaat om mais, sojabonen, raapzaad, katoen, suikerbiet, rijst en aardappel.
Efsa heeft een nieuwe werkwijze voor het monitoren van transgene planten. De Europese Commissie heeft Efsa gevraagd om richtlijnen te ontwikkelen om het effect van genetisch gemodificeerde planten op de omgeving beter in beeld te krijgen.

Vooralsnog moeten telers van de MON810-maisvariant (Monsanto) en de Amflora-zetmeelaardappel (BASF) jaarlijks een rapport uitbrengen. Later volgen wellicht ook andere nieuwe transgene gewassen. De telers en biotechnologiebedrijven vullen vragenlijsten in die worden beoordeeld door de Efsa.

De MON810 en Amflora-aardappel, de enige transgene gewassen die in de EU zijn toegelaten, zijn menigmaal onderwerp van discussie. De MON810 mais is voorzien van een Bt-gen, waardoor in de plantencellen gifstoffen aangemaakt worden tegen de maiswortelboorder. De gevolgen voor gezondheid en milieu zijn niet duidelijk. Er zijn wetenschappelijke aanwijzigingen voor negatieve effecten op onschadelijke insecten.

Op grond daarvan hebben Frankrijk, Duitsland, Griekenland, Luxemburg, Oostenrijk en Hongarije een teeltverbod ingesteld op deze mais. Achttien ministers uit twaalf landen hebben de Efsa laten weten zich zorgen te maken over de veiligheid van deze mais vanwege de onbedoelde negatieve effecten op insecten.

Met de nieuwe jaarlijkse rapportage die door telers aan de Efsa wordt verschaft staat bijvoorbeeld of er veranderingen in de plant te zien zijn, de planten in de omgeving veranderen of dat er bijvoorbeeld geen lieveheersbeestjes in de buurt van het gewas te zien zijn.

Reinhilde Schoonjans van Efsa: ”Dit is een nieuwe procedure om de langetermijneffecten van genetisch gemodificeerde planten beter in kaart te brengen. Als er tussentijds blijkt dat er grote (ongewenste) veranderingen in het gewas of de omgeving zijn gevonden, koppelen we dat terug naar de producenten van het gewas en de lokale voedselagentschappen. Wij geven advies en richtlijnen, het is aan de afzonderlijke lidstaten of ze besluiten in te grijpen”, aldus Schoonjans.
Schoonjans leidt de afdeling die de adviezen over genetisch gemodificeerde organismen behandelt. De reden dat de EC deze jaarlijkse rapportage heeft ingevoerd is ook dat het thema genetisch gemodificeerde gewassen veel EU-burgers bezighoudt.

Dit bleek ook uit een onderzoek dat Efsa eind vorig jaar heeft afgerond (de Eurobarometer). Aan een kleine 27.000 Europeanen werd gevraagd waar ze de meeste risico’s in zien. In Nederland zijn ruim duizend interviews afgenomen. 66 procent van de Europeanen maakt zich zorgen over genetisch gemodificeerde organismen (zie figuur). In Nederland is dat 50 procent. Oostenrijkers zijn het meest bang voor genetisch gemodificeerde gewassen (67 procent).

Nederlanders vinden antibioticaresidu in vlees en residu van bestrijdingsmiddelen op groente en fruit bijvoorbeeld veel belangrijker. ”Door de nieuwe procedure van het over een lange tijd volgen van genetisch gemodificeerde gewassen hopen we dat genetische modificatie iets minder angst bij de consumenten oproept. We kunnen ook een sterker wetenschappelijk advies uitbrengen of een aangepast gewas wel veilig is”, aldus Schoonjans.

Vooralsnog behandelt de Efsa alleen genetisch gemodificeerde planten. Een draaiboek voor genetisch gemodificeerde dieren is in de eindfase van ontwikkeling.

”De kans dat de Efsa op korte termijn aanvragen krijgt voor een genetisch gemodificeerd dier is niet heel groot. Maar het is wel mogelijk dat bijvoorbeeld genetisch gemodificeerde zalm (een zalm die extra snel groeit) vanuit Amerika op de Europese markt terecht komt. Mocht dit gebeuren dan zal Efsa een risicoanalyse uitvoeren en een advies geven aan de Europese Commissie.

Ook al heeft de Amerikaanse overheid al bewezen dat er geen risico’s voor de volksgezondheid zijn na het eten van deze zalm, dan nog zal Efsa daar advies over moeten geven”, zegt Schoonjans.

Sinds 2005 in Parma

Efsa, de European Food Safety Authority werd in 2002 opgericht nadat een aantal grote voedselcrises waaronder BSE en dioxine elkaar in relatief korte tijd opvolgde. De consument verloor het vertrouwen in de lokale autoriteiten waardoor de behoefte groeide aan een overkoepelend, onhafhankelijk orgaan dat de EU-lidstaten snel kon adviseren rondom voedselveiligheid.

De eerste drie jaar was Efsa gevestigd in Brussel maar in 2005 verhuisde de organisatie naar Parma, Italië. Hier heeft de toenmalige president Silvio Berslusconi hard voor gelobbyd. Volgens hem is Parma het hart van voedsel, de winkels liggen vol met Parmaham en lokaal geproduceerde kaas. De Italianen zijn ook nog eens zeer gepassioneerd over alles wat met voedsel te maken heeft, dus een betere plek om een Europees voedselveiligheidsagentschap te vestigen was er volgens de oud-premier niet.

Efsa heeft 434 vaste medewerkers en werkt samen met 30 landelijke voedselveiligheidsagentschappen (zoals de NVWA in Nederland), 300 onderzoeksinstituten en heeft een database van 1.500 experts die meewerken aan de vorming van een advies. De Europese Unie financiert de Efsa.

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.