Home

Achtergrond 488 x bekeken

De comeback van wolf en edelhert

De laatste decennia keren de otter, de raaf, de wolf en veel andere soorten terug in de Nederlandse natuur. De provincie Brabant denkt aan een comeback van het edelhert in natuurgebied het Groene Woud. Maar hoe belangrijk is het eigenlijk dat verdwenen soorten terugkomen?

Als een leefgebied verdwijnt, zijn ook de dieren en planten die daar leven de klos. Maar hoe erg is dat eigenlijk? Filosoof Bas Haring is er duidelijk over in zijn nieuwste boek Plastic Panda’s. De wereld kan volgens hem best toe met de helft van het aantal soorten dieren en planten dat er nu leeft. ”De waarde van natuurgebieden ligt niet in het aantal soorten”, zegt hij in het Reformatorisch Dagblad. Het terugbrengen van planten en dieren is volgens de filosoof meer een esthetische overweging van mensen dan een noodzaak vanuit de natuur.

Deze visie komt Haring op een storm van kritiek te staan van biologen en ecologen. Overheden en organisaties in Nederland doen er alles aan om verdwenen dieren terug te krijgen. Zo maakte de provincie Noord-Brabant onlangs bekend te willen onderzoeken of ze het edelhert kan uitzetten in natuurgebied het Groene Woud.

Hoe belangrijk is het dat soorten terugkeren? Zeer belangrijk, vindt Wouter Helmer, ecoloog en directeur van ARK, een organisatie die zich richt op natuurontwikkeling. ”De terugkeer van soorten leidt ertoe dat de natuur aan rijkdom en veerkracht wint”, zegt hij. ”Het herstelt voedselketens en verbetert de balans tussen mens en natuur.” De ecoloog noemt Harings visie ’nogal flauw’. ”Ik zie de winst ook niet van een dergelijk denken. Waarom zouden we genoegen nemen met de helft van het aantal soorten, als we nog steeds de mogelijkheid hebben alle soorten een plek te bieden en daarmee de kwaliteit van het leven op aarde te verbeteren?”

De terugkeer van het edelhert vindt Helmer dan ook positief. ”Voor de natuur, maar ook voor de lokale economie in Brabant. De dieren trekken ongetwijfeld veel toeristen.” In het Weerterbos, een natuurgebied in Limburg, zijn daar goede ervaringen mee, zegt Helmer.

Terwijl Brabant de situatie rond edelherten onderzoekt, is in Utrecht al de beslissing gevallen om edelherten ruim baan te geven. De dieren rukken toch al steeds verder op vanuit de Veluwe en het is volgens Gedeputeerde Staten maar een kwestie van tijd voor het dier zich vanzelf in de provincie vestigt.

Voor de landbouw is dat slecht nieuws, zegt Peter de Koeijer, portefeuillehouder Flora en Fauna bij LTO Nederland. Edelherten die gewassen opeten, vormen voor landbouwbedrijven op de Veluwe al jaren een plaag waarmee vele tienduizenden euro’s schadevergoeding zijn gemoeid. ”Nu in de nieuwe wet Natuur de vergoedingen voor wildschade dreigen te verdwijnen, is het al helemaal een ramp dat er nog meer nieuwe veroorzakers van schade bijkomen”, meent De Koeijer.

De LTO-vertegenwoordiger is niet tegen de introductie van nieuwe soorten, maar vraagt zich wel af of dit altijd een verbetering is. ”Nederland is een drukbevolkt land en een populatie dieren kan snel groeien. Als er te veel dieren zijn, denk ik dat ze daar zelf ook niet bij gebaat zijn. Daar komt dan nog het risico bij van verkeersongevallen met de beesten.”

Nadelige gevolgen, zoals verkeersongevallen en schade bij boeren, moeten inderdaad voldoende aandacht krijgen bij de introductie van het edelhert, vindt Wouter Helmer. ”Dat zijn de schaduwkanten waarvoor je zo goed mogelijke oplossingen moet zien te vinden.”

Intussen bereidt ARK Nederland voor op de terugkeer van nieuwe soorten als de lynx. Een ander project is Dood doet leven, waarbij ARK ervoor pleit dode dieren als voedsel in de natuur te laten liggen. Mogelijk lokt dit de monniksgier, die nu nog geen brood ziet in Nederland. Een project dat heftige reacties kan oproepen, erkent Helmer. ”Maar waar geleefd wordt, wordt ook gestorven. Het is vooral een kwestie van goede communicatie om mensen van dit belangrijke natuurfenomeen te doordringen.”

Op eigen kracht

De afgelopen dertig jaar keerden ruim twintig soorten dieren en planten op eigen kracht terug in de Nederlandse natuur. Bijvoorbeeld de zeearend en de kraanvogel, en verschillende soorten waterinsecten en –planten. Dat komt vooral omdat rivieren en meren veel schoner zijn geworden.
Andere soorten kregen hulp van de mens. Zo werd de raaf rond 1975 opnieuw uitgezet op de Veluwe, nadat het dier vijftig jaar eerder vrijwel was uitgeroeid. Bevers zijn tussen 1988 en 1992 losgelaten in de Biesbosch. In Nationaal Park De Weerribben kregen otters een jaar of tien geleden weer een kans.
De wolf, die onlangs weer volop in het nieuws was omdat hij werd gesignaleerd in het Gelderse Duiven, kreeg geen herintroductie in Nederland. Hij trekt op vanuit Duitsland en Polen, waar bij elkaar zo’n twintig roedels wolven leven.

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.