Home

Achtergrond 547 x bekeken

CPB: Chinezen en Russen komen niet

De grootste opkomende economieën investeren nauwelijks in de Nederlandse agribusiness. De Nederlandse export naar Brazilië, Rusland, India en China samen is nog altijd kleiner dan de export naar Italië. Volgens het Centraal Planbureau is een inhaalslag noodzakelijk.

De Rotterdamse haven geldt als één van de grootste havens ter wereld, en toegangspoort van Europa. De haven verwelkomde in de eerste zes maanden van 2011 4 miljoen ton agribulk en voerde 54.000 ton af. Amsterdam is tevens een belangrijke haven op Europees niveau. Luchthaven Schiphol vervult een functie die de Nederlandse grenzen ver overschrijdt. Daarom en ook vanwege de relatief goede talenkennis van de Nederlanders en een aantrekkelijk fiscaal klimaat, komen van oudsher bedrijven van buiten de EU graag naar Nederland. Zo niet de opkomende Bric-landen: Brazilië, Rusland, India en China.

In de driehoek Amsterdam-Zuid, Hoofddorp en Amstelveen bevindt zich een cluster van internationale, veelal Amerikaanse en Japanse bedrijven die vanuit Nederland hun Europese activiteiten ontplooien. Het betreft vaak producenten van elektronica, software of auto’s, maar ook de agribusiness is in trek.

Zo zette het Japanse Yakult een Europees hoofdkantoor in Amstelveen en een probioticafabriek in Almere op. Japanse sojaproducent Kikkoman produceert sinds 1994 in Sappemeer sojasaus. De Rotterdamse haven trok onder meer de Maleisische palmolieproducent IOI, terwijl het Amerikaanse Archer Daniels Midland vlakbij de Zaansche Schans een cacaoverwerkingsfabriek neerzette.

De grootste investeerder was zonder twijfel Cargill. De Nederlandse bv is in 1959 opgericht. In totaal werken in Nederland 2.300 mensen voor Cargill. Qua omzet behoort Cargill in Nederland al jaren tot de twintig grootste bedrijven.

De VS heeft echter economisch aan belang verloren, terwijl Japan al decennia geen opkomende economie meer is. Brazilië, Rusland, India en China zijn de landen die nu investeren en de nieuwe, misschien nu zelfs enige, motor achter groei van de wereldeconomie.

Nederland dreigt echter de boot te missen, aldus het Centraal Planbureau (CPB). De Nederlandse handel met Brazilië, Rusland, India en China (de zogeheten Bric-landen) is weliswaar de laatste decennia substantieel toegenomen en in Nederland zijn zo’n 100.000 banen afgeleid van de handel met de Bric-landen.

Tegelijk spreekt het CPB in een nieuw rapport van groeiende ongelijkheden. De Nederlandse agro-export naar de vier opkomende economieën is weinig indrukwekkend. De totale directe export naar de Bric-landen is volgens het CPB zo’n 4,5 procent van de totale export. Het handelstekort met de vier opkomende economieën loopt op. Nederland koopt dus aanzienlijk meer dan het verkoopt.

Nederland investeert bovendien veel meer in de Bric-landen dan andersom. Vanuit de Bric-landen komen jaarlijks vele honderden studenten naar Wageningen Universiteit, maar die laten de Nederlandse agribusiness links liggen. Een inhaalslag is daarom volgens het CPB noodzakelijk.
De Nederlandse directe investeringen in de Bric-landen zijn vergelijkbaar met de investeringsquote van andere landen in de EU. Vanuit Nederland is 28,2 miljard euro geïnvesteerd in de Bric-landen, waarvan 11,5 miljard in China en 7,7 miljard in Brazilië.

Shell en Unilever zijn in de agribusiness de grootste investeerders in de Bric-landen. De oliemaatschappij bracht dit jaar nog een miljard in bij een joint-venture in biobrandstoffen met suikerproducent Cosan. Unilever noemt ’winnen’ in de Bric-landen absoluut noodzakelijk en investeerde in ijsjesfabrieken in China, Rusland en India.

De landbouw speelt geen belangrijke rol bij investeringen die de Bric-landen doen. Ausnutria, een bedrijf uit Hongkong, kocht in 2011 een meerderheidsaandeel in de Veghelse babyvoedingproducent Hyproca en kocht daarna Lyempf, maar geldt als uitzondering.
Brazilië en Rusland hebben met name behoefte aan investeringen in op- en overslagfaciliteiten in bijvoorbeeld de Rotterdamse en Amsterdamse haven. De verwerking van producten doen ze toenemend zelf.

India is zelfvoorzienend in bijna alle agrarische sectoren, maar China is wel een grote investeerder in de buitenlandse land- en tuinbouw, zij het dat de yuans vooral richting Zuid-Amerika, Afrika en Zuidoost-Azië vloeien. Hier kan de agrarische productie nog snel toenemen en bovendien kan hier vaak goedkoper worden geproduceerd. Chinese investeerders, vaak staatsfondsen, kopen vele duizenden hectares landbouwgrond in bijvoorbeeld Ethiopië, Angola en Argentinië.

In 2009 was de waarde van investeringen uit de Bric-landen in Nederland 2 miljard euro. Dat is slechts een fractie van de 105 miljard euro die de landen hebben uitstaan in de vijftien landen die al voor 2004 lid van de EU waren. De grootste investeerder is China, dat vooral geïnteresseerd is in logistieke diensten die de toenemend hoogwaardige producten naar de Duitse en Franse markt kunnen brengen.

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.