Home

Achtergrond 2525 x bekeken

Biovergisters geven niet het verwachte rendement

De technische vooruitgang die de biovergister de laatste jaren doormaakte, was hoopgevend. Echter: het rendement dat met deze verbeterde techniek te behalen valt, is tot stilstand gekomen. Want kwalitatief hoogwaardige biobrandstof is schaars en dus te duur. Dat blijkt uit een gisteren verschenen rapport van de Rabobank.

De jongste studie van de Rabobank naar biobrandstof is gebaseerd op cijfers uit 2010. Uit de gegevens blijkt dat in dat jaar de rendementen van vergisters volledig tot stilstand zijn gekomen. Ondanks de technische vooruitgang.

Hans van den Boom, sectormanager Duurzame Energie bij de Rabobank licht het rapport toe: ”De afgelopen jaren zijn de productiecijfers gestegen. De verwachting was ook dat die trend door zou zetten. Technische en operationeel gaat het ook beter, maar het blijkt te lastig om aan biomassa te kunnen komen. Die is maar beperkt beschikbaar.”

Uitwijken naar alternatieve brandstoffen of een andere samenstelling blijken een negatief effect op het rendement te hebben. Want hoe stabieler de samenstelling van het menu, hoe beter de vergister werd. ”Vooral in de tweede helft van 2010 gingen de prijzen van hoogenergetische biomassa ophoog. De reden hiervan is dat er meer vergisters in bedrijf werden gesteld en de vraag naar biomassa toenam.”

Vooral in Duitsland is het aantal biovergisters de afgelopen jaren fors toegenomen. Van der Boom schat het aantal op 7.000 vergisters van gemiddeld 0,5 megawatt (MW). In België zijn het er 40 van elk gemiddeld 1,5 MW. En in Nederland staat er inmiddels 130 van elk gemiddeld 1 MW.
Een daling van de kostprijs voor biobrandstof zit er de komende jaren niet in omdat steeds meer partijen aan dezelfde biomassa trekken. Hierdoor is het niet waarschijnlijk dat de biogasproductie per vergister nog zal stijgen. Daarbij kan Nederland de concurrentie op de biobrandstofmarkt ook niet aan. In Duitsland en België zijn de subsidiemogelijkheden vele malen beter dan in Nederland. Duitse en Belgische kopers op de markt hebben veel meer te besteden.

Niet alleen binnen Europa is er een ongelijkheid, ook in Nederland zijn de subsidieverschillen groot. Van den Boom: ”Tussen de subsidievormen MEP en SDE zit een gat van 3 cent per kWh. Deze bonus is voor de restwarmte bedoeld. De pioniers vallen meestal onder de MEP, zij zijn de klos. Zij krijgen die extra vergoeding niet.”

Tegelijkertijd met de stijgende brandstofkosten, daalden de prijzen op de stroommarkt. De verwachting is dat de stroomprijs op de huidige 5 cent per kWh blijft steken. Dit geldt ook weer voor de vergisters die onder de MEP-regeling zijn gebouwd. Dit zijn naar schatting 75 installaties die daardoor in gevaar komen, tenzij de overheid beslist dat er ook voor deze groep een compensatie komt. De vergisters die onder de SDE-regeling vallen, krijgen deze compensatie wel.

Vanwege de ’gratis’ biomassa, staat 100-procent-mestvergisting onder grote belangstelling. Echter: de investeringskosten en onderhoudskosten per kuub biogas liggen zodanig hoog dat bij een subsidieperiode van twaalf jaar de kostprijs minstens 25 procent hoger ligt dan bij grootschalige co-vergisting. Duitsland kent wel een aparte categorie voor installaties op mest met een subsidietarief van 0,25 ct per kWh voor een periode van twintig jaar. In Nederland daarentegen is voor 100 procent mestvergisting het subsidieniveau te laag en periode van twaalf jaar te kort.

Behalve dat de subsidies in Nederland voor mestvergisting zeer karig zijn, staat de techniek in de kinderschoenen. Van den Boom raadt daarom boeren aan nog niet te investeren in een 100-procent-mestvergister. ”Kies altijd voor bewezen technieken. Dat is een voorwaarde om voor financiering in aanmerking te komen. Een pure mestvergister is de duurste manier in vergelijking met andere systemen. De investeringen zijn te groot om in twaalf jaar af te kunnen schrijven. Daarnaast is het nog moeilijk om de restwarmte te benutten. Maar het idee dat een boer zijn eigen mest op het bedrijf kan wegwerken en ook nog eens omzetten in stroom, past binnen de milieu-eisen.”

Vanwege de ongunstige rendementcijfers als gevolg van de marktontwikkelingen en de beperkte subsidiemogelijkheden, is de aanwas van nieuwe installaties nihil geweest. Tot en met 2011 werden elk kwartaal een à twee vergisters in bedrijf genomen. De interesse bij boeren voor de bouw van vergisters is er nog steeds, maar tanende. Van Den Boom: ”In 2012 verwacht ik nauwelijks nieuwe projecten. De vergister is in vergelijking met windenergie een dure investering.”

Ook al is de toekomst van de biogassector in Nederland onzeker, mogelijkheden ziet de Rabobank wel. Mits de overheid meewerkt met verruiming van de subsidiemogelijkheden. Ondernemers met een vergister zullen zich – afhankelijk van hun situatie – focussen op optimalisering van het vergistingsproces om zo de kostprijs te verlagen en het rendament te verbeteren. Ook zullen er ondernemers zijn die inzetten op opschaling van hun installatie om de rentabiliteit te verhogen. De gemiddelde installatie in Nederland is 1,5 MW groot, maar de tendens is al ingezet dat de gemiddelde installatie waarvoor aanvragen worden ingediend, minstens deze grootte heeft. Onder de 1 MW worden nauwelijks nog installaties gebouwd.

Voor de groep van ondernemers die schaalvergroting niet nastreven en die al optimaal vergisten, kan verlaging van kosten een mogelijkheid zijn. Dit kan met toepassing van nieuwe technieken. Vooral de optie van digestaatverwerking lijkt een serieuze optie om de biogassector nieuw leven in te blazen. Komend jaar zullen nog enkele grote projecten met allesvergisters worden volbracht. Een project dat in het oog springt is van Suiker Unie. Dit is voorzien van een eigen reststroom, waarmee de vergisters gevoed kunnen worden. Dit zijn projecten met installaties van 5 tot 10 MW en goed voor 15 miljoen kuub groen gas.

Vergisten is vooral een uitdaging

Ieder jaar wordt het vergistingsproces duurzamer en efficiënter. De biogassector wordt langzaam volwassen. De toppers onder de vergisters slagen er steeds beter in om de kostprijs laag te houden. De verwachting is echter dat uiteindelijk alleen reststromen nog worden vergist. Voor het imago van de sector en verdere verduurzaming is dat een must.

De komende jaren zal verwerking en verdroging van digestaat en voorbewerking van co-producten en mest extra aandacht van ondernemers krijgen. Deze ontwikkeling staat echter nog in de kinderschoenen omdat de juiste technieken zich nog niet bewezen hebben. Ook het verkopen van deze producten is nog een uitdaging.

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.