Home

Achtergrond 554 x bekeken

'We willen ons niet verstoppen'

De Nederlandse kiemgroentesector klimt weer uit het dal na de Ehec-crisis. Nog altijd is de consumptie niet op peil, maar de sector neemt de veiligheid in de keten serieus. Cor Hurkx van Evers Specials: “We controleren meer dan we gewend waren.”

Recent meldde een van uw leden de vondst van salmonella in taugé. Verontrust u dat?
”Bij alle producten in primaire sector is er een risico op het voorkomen van pathogenen. Incidenteel ook in kiemgroente. Over het algemeen hoeft dit geen probleem op te leveren, als het product voor consumptie maar verhit of gewassen wordt. In alle realiteit moeten we erkennen dat zich in eindproducten van dit type kiemgroente, ondanks analyses, salmonella kan manifesteren.”

Salmonella duikt vaker op in kiemgroente, wat zegt dat?
”Dit wordt mede veroorzaakt door intensieve controle. Daardoor zijn we in staat dit tijdig te erkennen en maatregelen te treffen. Dat het opgemerkt wordt door een van onze leden laat zien dat het een goed systeem is. Het pleit voor de kiemgroentesector dat we ons niet verstoppen voor eventuele problemen. Het Europese meldingssysteem heeft wel tot gevolg dat er heel veel alarmbellen door Europa rinkelen, daar heb je mee te maken.”

We hebben net de Ehec-crisis achter de rug, bent u daardoor alerter geworden?
”Het gevolg van de Ehec-problematiek is dat we ons als sector hebben opgelegd om zowel in grondstof als proces als in eindproduct een veelvoud van opsporingsacties uit te voeren. Meer dan we tot dan toe gewend waren. We hebben besloten om daar open in te zijn. Nederland loopt daarin voorop. In het buitenland bestaat er toch vaker de neiging om problemen niet boven water te halen.”

U heeft ook op Europees niveau geadviseerd, wat is er met uw adviezen gebeurd?
”We bevinden ons in een traject van onderzoek. Er wordt door Europa gekeken waar de primaire sector staat en waar verbeteringen op voedselveiligheidsgebied mogelijk zijn. Heel specifiek is besloten om de kiemgroentesector door te lichten. Als Europese sector bevinden we ons op een parallel spoor en kijken we hoe wij niet alleen door dwang en regelgeving aan de verwachting van de consument kunnen voldoen, maar ook zelf stappen kunnen zetten.”

Hoe verloopt de internationale samenwerking?
”Een van de eerste stappen is dat kiemgroenteproducenten uit heel Europa zich hebben verenigd. We proberen een Europese kiemgroentekoepel op de been te krijgen die bestaat uit bedrijven die vooruitlopen in kwaliteitsbeheer.”

Is er veel animo voor?
”Daarin zie je een duidelijke tweedeling. Er zijn bedrijven die in toekomst een bestaan zien in sector en er is een groep die toevallig in deze sector terechtgekomen is. Dat zijn bedrijven die zogenoemde hit-en-runactiviteiten praktiseren en vaak kleinschalig werken. Die realiseren zich dat bij het in stand houden van veiligheid de snelle winst achter de horizon verdwijnt.”

Hoeveel pijn voelt u nog na de crisis?
”Als je kijkt naar taugé, denk ik dat we ons inmiddels weer op 80 procent van oorspronkelijke volume bevinden. Bij cressen zie je wel duidelijk dat de stormachtige groei eruit is. Bij de overige kiemgroenten, zoals alfalfa en zonnebloempitten, zie je dat men zich duidelijk qua omzet in een negatieve positie bevindt. Daarvan is het volume nog niet op de helft van wat het voor de Ehec-crisis was.”

Zijn de consequenties voelbaar voor uw leden?
”Bedrijven die moeten bestaan van kiemgroente hebben de tering naar de nering moeten zetten. We hebben misschien bakens moeten verzetten, maar tot nu toe zijn de grote problemen uitgebleven. Inmiddels is de Ehec-crisis alweer drie maanden geleden. Gevoelsmatig is dat bijna een lichtjaar achter ons. En er dienen zich alweer nieuwe vraagstukken aan. Zijn consumenten nog wel bereid wat duurdere pakketten te kopen bijvoorbeeld?”

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.