Home

Achtergrond 231 x bekeken

'Euro drukt kosten en verlaagt risico's'

De invoering van de euro leidde nauwelijks tot hardere groei van agrarische exporten op Zuid-Europa. Terugkeer van de gulden ziet LEI-onderzoeker Cees de Bont evenwel niet zitten. Voor de landbouwsector zou dat waarschijnlijk slecht uitpakken, meent hij.

De PVV laat onderzoeken of een terugkeer naar de gulden financieel gunstig uitpakt voor Nederland. Uit peilingen van Maurice de Hondt blijkt dat een derde van de Nederlanders voorstander is van een terugkeer naar het guldentijdperk. De regering is mordicus tegen. Nederland profiteert als handelsland met een open economie enorm van het bestaan van de euro, beweert minister van Financiën Jan Kees de Jager.

”We hebben een enorm overschot (op de handelsbalans, red.) door onze export naar eurolanden vanwege die ene euro”, zei De Jager onlangs tijdens het Haagse vragenuurtje. De agribusiness is goed voor het grootste deel van de exporten, en heeft volgens de stelling dus met name geprofiteerd. De waarheid is echter complex.

Cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) over de periode van 1999 tot en met 2010 laten inderdaad een stijging van de exportomzetten van de Nederlandse agribusiness zien en een stijging van het handelsoverschot. Het aandeel van de handel met eurolanden op het totaal is in de laatste tien jaar echter gedaald, tot onder de 60 procent. De Nederlandse handel is dus met name door de groei van de wereldhandel toegenomen, al valt niet wetenschappelijk te onderzoeken hoe de Nederlandse export laten liggenwas gelopen zonder euro.

Het overschot op de handel met Zuid-Europa is eveneens niet duidelijk verbeterd sinds 1999. Zo is de exportwaarde van voeding en levende dieren naar Italië sindsdien gestegen van 1,6 naar 1,9 miljard euro. De invoerwaarde steeg echter veel harder, van 309 miljoen euro tot 741 miljoen euro. De handelsbalans op Italië is dus per saldo sinds de invoering van de euro licht verslechterd.

De agrarische handelsbalans met Spanje laat een vergelijkbaar beeld zien. Zowel de invoer als de uitvoer verdubbelden sinds 1999, en het positieve saldo van 100 miljoen euro bleef dus gelijk. De uitvoer op Griekenland steeg met 52 procent, terwijl de invoer toe nam met 75 procent.
De handelsstatistieken van het CBS laten maar een deel van het verhaal zien. Doorvoer van producten van buiten de eurozone telt volledig mee. Echter als gekeken wordt naar de handel in zuivelproducten, die voor het overgrote deel uit Hollandse producten bestaat, is het beeld niet eenduidig.

De cijfers verbazen onderzoeker Cees de Bont van landbouweconomisch instituut LEI niet. Feitelijk stijgt het algemene overschot op de handelsbalans al sinds de jaren 80, en de euro heeft hooguit een beperkte stimulans opgeleverd. ”De grote klap is echter al gemaakt bij het toetreden van de Zuidelijke lidstaten tot de Europese Unie, en daarmee de interne markt.”

Volgens De Bont is nooit onderzocht wat de euro concreet kan betekenen voor de handel in agrarische producten. Een onderzoek van de Europese Centrale Bank concludeerde dat de handel met eurolanden door de invoering van de euro met een verwaarloosbaar percentage tot maximaal 10 procent kon worden verbeterd. Nederland’s concurrentiekracht komt niet zozeer voort uit euro, maar uit de Nederlandse arbeidsproductiviteit, bereidheid tot loonmatiging en (relatieve) spaarzin.

Daarom zal een vertrek van Zuid-Europese landen uit de eurozone of een splitsing in een neuro- (in Noord-Europa) en zeuro-regio (voor het Zuiden) Nederland niet direct minder concurrerend maken, aldus De Bont. Toch is De Bont ervan overtuigd dat de Nederlandse agribusiness profijt heeft van de euro. ”De transactiekosten en het risico dat tijdens een deal de wisselkoers wijzigt zijn voor de handel nu veel lager.”

Devaluatie van munten in Zuid-Europa kunnen op de korte termijn de export schaden, maar de agrarische handel met Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk is veel groter dan de handel met Italië, Spanje en Griekenland. Bovendien kan muntdevaluatie de economieën in Zuid-Europa versterken, waardoor een koopkrachtiger Zuid-Europees blok ontstaat. Econoom Allard Bruinshoofd van Rabobank ziet dit anders. ”De euro is belangrijk omdat deze nu onlosmakelijk is verbonden aan de interne markt. Het is waar dat Zuid-Europese landen relatief veel exporteerden ook door devaluatie van de munt, maar dat is kunstmatig. Als de landen een sterke economie willen, wat goed is voor ons, moeten ze op een gelijk speelveld met Noord-Europa concurreren en de productiviteit aanpassen aan de omgeving.”

Andere economen wijzen op een nieuwe zwakte in Zuid-Europa. Het stimuleren van kleine bedrijven past volgens hen niet bij schaalgrootte die past bij globalisering. Hoe dan ook: de landen moeten ingrijpen. Bruinshoofd ziet daarom een lichtpuntje in de crisis. ”Italië, Spanje en Portugal zijn noodzakelijk voor een sterke eurozone. De hervormingen die ze de laatste 12 jaar hebben laten liggen, worden nu in korte tijd doorgevoerd.”

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.