Home

Achtergrond 612 x bekeken 1 reactie

Boer zoekt weg, burger veiligheid

Landbouwvoertuigen zijn steeds zwaarder, breder en langer, en veroorzaken regelmatig gevaarlijke situaties op de weg. Zeeland kiest voor een integrale aanpak met belanghebbenden waarbij niet alleen de belangen van burgers centraal staan, maar ook die van boeren.

De laatste tien jaar komen gemiddeld een dozijn mensen jaarlijks om bij ongelukken waarbij landbouwvoertuigen betrokken zijn. Nog eens gemiddeld honderd mensen worden opgenomen in het ziekenhuis. Ondanks deze cijfers is landbouwverkeer niet één van de twaalf aandachtsgebieden in de Strategienota Verkeersveiligheid 2008-2020. In Zeeland sluiten niettemin provincie, gemeenten, Rijkswaterstaat, ZLTO en Cumela een verbond om de situatie niet alleen voor burgers maar ook voor boeren sterk te verbeteren.

In Nederland rijden volgens schattingen Cumela circa 200.000 trekkers en 20.000 zelfrijdende landbouwmachines. De Onderzoeksraad voor Veiligheid gaat in een meer conservatieve schatting uit van 100.000 machines. Daarmee maken landbouwmachines 1 tot 2,4 procent uit van het wagenpark.

Het percentage ligt in agrarische provincies als Zeeland, Friesland en Groningen aanzienlijk hoger. Landbouwverkeer rijdt bijna overal: binnen de bebouwde kom, erbuiten, op tachtigkilometerwegen en op parallelwegen en hoofdrijbanen. In de Randstad neemt het landbouwverkeer bovendien toe door toenemende inzet van loonwerkermachines voor grond- en zandtransporten.

De machines zijn groot en zwaar. Het beladen gewicht van een trekker mag bij twee assen 18.000 kilo bedragen en bij drie assen 24.000 kilo. Met een aanhangwagen mag het totale gewicht van de wet 50.000 kilo zijn. Ter vergelijk: een gemiddelde personenauto gebouwd in 2009 weegt ongeveer 1.200 kilo.

Het wekt dan ook misschien geen verbazing dat bij ongelukken met landbouwverkeer 40 procent van de slachtoffers voetganger, motorrijder of fietser is, en nog eens bijna 40 procent automobilist. ’Slechts’ eenvijfde van de slachtoffers is boer, tuinder of loonwerker. Daarbij gaat het in de meeste gevallen om eenzijdige ongelukken. Bij 2 procent van de dodelijke verkeersslachtoffers is een landbouwvoertuig betrokken. In de jaren ’90 lag dit percentage op 1 procent.

Niettemin valt het aantal verkeersslachtoffers waarbij landbouwverkeer is betrokken niet echt op in het totale plaatje, aldus de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid, die de cijfers weet op te hoesten. De uitgebreide aandacht in de media, politiek en bij belangengroepen kan volgens de organisatie deels worden verklaard uit de beleving van burgers. De machines worden steeds groter, steeds zwaarder en tankauto’s met mest vallen in het bijzonder op. Menig deelnemer aan het verkeer verbaast zich over de jonge leeftijd van veel bestuurders. Bij circa eentiende van de ongelukken met landbouwvoertuigen is de bestuurder jonger dan 18 procent. Nog eens 20 procent is tussen de 18 en 24.

Ondanks uitgebreide verlichtingsregels (minimaal twee driehoekige rode retroreflectoren, geel zwaai- of knipperlicht bij een breedte vanaf 2,60 meter) blijft slechte zichtbaarheid en herkenbaarheid een belangrijke ergernis bij veel burgers. Wanneer machines niet worden herkend als landbouwverkeer, rijden automobilisten vaak hard af op de achterkant van de machine.

De oplossing voor een deel van de problemen wordt gezocht in de invoering van een verplicht trekkerrijbewijs, kentekening van trekkers en landbouwmaterieel en een maximumsnelheid voor machines van 40 kilometer per uur. Loonwerkersvereniging Cumela is warm voorstander van deze maatregelen. Verplichte periodieke voertuigkeuring kan ook nog aan het lijstje worden toegevoegd.
Infrastructuur is volgens gedeputeerde Kees van Beveren van de provincie Zeeland het noodzakelijk tweede deel van het antwoord. De provincie voert sinds 22 september regie over Kwaliteitsnet Landbouwverkeer Zeeland. Binnen de organisatie werken de provincie, de gemeenten, belangenorganisaties Cumela en ZLTO en Rijkswaterstaat intensief samen. Volgens Van Beveren is het te vaak zo dat wegbeheerders problemen bij elkaar over de schutting gooien.

In Zeeland kwamen in de laatste vijf jaar vier mensen om bij een ongeluk waarbij een landbouwvoertuig is getrokken. Dertig mensen raakten zwaargewond. In totaal vielen in de zuidwestelijke provincie 28 verkeersdoden en raakten 302 mensen zwaargewond.

Het aantal landbouwvoertuigen neemt nog altijd toe, aldus Van Beveren. Daarbij wordt niet alleen naar trekkers en landbouwmachines gekeken, maar ook naar vrachtvervoer. Ook vrachtwagens met melk, veevoer, kunstmest, graan en bieten rijden immers over de veelal smalle en onverlichte weggetjes van het Zeeuwse platteland. De silo’s van de Coöperatieve Aan- en Verkoopvereniging staan her en der in het gebied.

”In een eerste reflex op grote landbouwmachines sluiten gemeenten dorpen of wegen rond dorpen af voor landbouwverkeer. Het is best begrijpelijk: vanuit de dorpen rond een wat grotere plaats gaan vaak hele slierten jongeren per fiets naar school. Ze snijden vaak routes af door landweggetjes tussen akkers of boomgaarden te nemen. Dat is zelfs in combinatie met gewoon autoverkeer gevaarlijk.”

Cumela en de ZLTO werden bij het project betrokken wegens hun grote kennis en ervaring van de landbouwpraktijk, aldus Van Beveren. ”Vanuit een bureau op het provinciehuis in Middelburg heb je toch een ander perspectief.” Soms protesteert de belangenorganisatie, soms de provincie, legt Van Beveren uit. ”We moeten weg van deze conflictcultuur en samen werken aan duurzame planologische oplossingen. Uiteindelijk willen we het jaarlijkse aantal verkeersdoden door landbouwvoertuigen tot nul reduceren. Zekerheid is er natuurlijk nooit, maar het moet zeer uitzonderlijk worden dat een ernstig ongeluk zich voordoet met een landbouwvoertuig.”

De landbouwsector gebruikt in Zeeland volgens Van Beveren circa 80 procent van de grond. De fruitteeltgebieden in de gemeenten Borssele en Kapelle zijn de grootste van Nederland. ”Mensen zijn zich, buiten misschien de steden Middelburg en Vlissingen, erg bewust van het belang van de landbouw voor de lokale economie. Het draagvlak voor oplossingen ook voor de landbouw is daarom groot. Ik begrijp dat het draagvlak in Nederland elders minder kan zijn.”

Zeeland telt volgens Van Beveren 114 knelpunten waar het landbouwverkeer niet vlot en veilig voort kan gaan, of waar landbouwmachines andere weggebruikers hinderen. De wegbeheerders en de agrarische sector gaan de 45 meest urgente knelpunten samen aanpakken.

Landbouwverkeer wordt volgens de plannen in de toekomst mogelijk geweerd van onder meer drukke tachtig- en zestigkilometerwegen die smaller zijn dan 5,5 meter. Het betreft zogeheten gebiedsontsluitingswegen waarbij het snelheidsverschil groot is. De organisaties kwalificeren wegen met meer dan 7.000 motorvoertuigen per etmaal als druk. Deze grens is gekozen omdat ze ook gebruikt wordt bij een inhaalverbod. Wegen zijn dan te druk om veilig in te halen, terwijl langzame landbouwvoertuigen juist de behoefte om in te halen oproepen.

Daarnaast komen op diverse plaatsen speciale passeerstroken, en wordt een serie wegen juist louter voor landbouwvoertuigen opengesteld. ”Kern van ons verhaal is niet dat wegen A, B en C worden verboden voor landbouwverkeer en wegen D, E en F juist opengesteld voor alleen landbouwverkeer. Het idee is dat steeds als wij aan het wegennet morrelen, direct wordt nagedacht over hoe landbouwverkeer in het plaatje past. De aanwezigheid en impact van de machines mag ons niet meer zomaar overkomen.”

Zien en gezien worden

Het is misschien een oerhollands dilemma: wie mag voor, de fietser, of de trekker? Dagelijks fietsen vele duizenden kinderen, vaak in grote groepen bij en naast elkaar, in Nederland van hun huis naar school en terug. De kinderen zijn zich vaak niet bewust van het gevaar, stoeien op de fiets en nemen voorrang. LTO Noord en ZLTO ontplooiden de laatste jaren verschillende initiatieven waarbij kinderen plaats mochten nemen op een trekker of oogstmachine. Zo kunnen ze zien hoe veel of weinig een chauffeur eigenlijk ziet.

LTO Noord werkt daarom in het Overijsselse Vechtdal nu ook samen met Cumela en Veilig Verkeer Nederland. De organisaties delen op 89 basisscholen veiligheidshesjes uit die de kinderen ook beter zichtbaar maken voor landbouwvoertuigen.

Foto

Eén reactie

  • no-profile-image

    H K

    als recreatiefietser op een smalle weg in de Krimpenerwaard, je komt een tractor tegen met een machine gekoppeld op de hefinrichting breder dan de tractor, met uitstekende ijzeren vorken of tanden is levensgevaarlijk. Hebben die bestuurders wel door hoe breed de machine en hoe smal de weg is? En dat niet alleen jongere (snotneuzen van 16 en 17 jaar) maar ook ouderen (boeren) die onverantwoord hard over de weg denderen!! Voor mij zijn dat geen gediplomeerde trekker-
    chauffeurs
    Als fietser moet je zorgen dat je zo snel mogelijk op een dam of uitwijkplaats staat want ze hebben (als een dolle stier) blik op oneindig.

Of registreer je om te kunnen reageren.