Home

Achtergrond 718 x bekeken

Besmettingsroutes bacteriën nog deels onbekend

Het identificeren van resistente bacteriën gebeurt steeds effectiever. Maar de besmettingsroutes van de grootste boosdoeners - de ESBL- en MRSA-bacteriën zijn moeilijk te doorgronden. De relatie met de veehouderij is niet zo eenvoudig te leggen.

Het antibioticagebruik in Nederland kent twee uitschieters: op het humane vlak behoren we tot de kleinste gebruikers van Europa, terwijl we in de veterinaire hoek Europees koploper zijn.

Sinds 2009 vertoont het aantal antibioticaresistente bacteriën in de veehouderij een stijgende tendens. Sinds een aantal jaren zien we een toename van de ESBL-producerende E. coli-bacteriën (ESBL’s). Deze worden aangetroffen in bijna alle voedselproducerende dieren.

Een studie onder 26 pluimveebedrijven toonde aan dat alle bedrijven ESBL-positief waren. Op 85 procent van de bedrijven was de ESBL in meer dan 80 procent van de kippen aanwezig.

De relatie tussen resistentie bij de mens en het antibioticagebruik in de veehouderij is echter niet zomaar één-op-één te leggen. Dik Mevius van het Centraal Veterinair Instituut (CVI) beaamt dat de ESBL’s veelvuldig in de pluimveesector worden gevonden, maar of er een direct verband is met de ESBL’s bij mensen blijft gissen.

Uit een studie bij vier ziekenhuizen in Nederland bleek 4 procent van de patiënten ESBL’s bij zich te dragen. ”De ESBL’s worden gevonden in alle delen van de pluimveeketen, wat duidt op verticale overdracht binnen de keten. Ook is er veel variatie in de enzymen die ESBL-bacteriën produceren. Dit alles maakt het complex om relaties tussen besmettingen en de exacte transmissieroutes tussen kip en mens aan te tonen”, aldus Mevius.

Maar mens en dier zijn niet de enige haarden van resistente bacteriën. Een recente studie heeft gekeken naar de aanwezigheid van ESBL’s in Nederlandse grondmonsters verzameld tussen 1940 en 2008. Hieruit blijkt dat de grondmonsters van de laatste jaren steeds meer bacteriën bevatten met genen die verantwoordelijk zijn voor resistentie, waaronder genen die ook te vinden zijn in ESBL’s. Mensen, dieren, vlees en grond dragen de resistente bacteriën dus bij of in zich, maar wie en wat elkaar besmet is moeilijk te bepalen.

Besmettingsroutes van MRSA-bacteriën zijn ook deels onduidelijk. ”We vinden steeds vaker de dierlijke MRSA-variant (LA-MRSA) bij patiënten die niet in aanraking zijn geweest met dieren. Waar ze die dan hebben opgelopen is onduidelijk”, zegt Els Broens van het RIVM.

Dit werd nog eens bevestigd in een recent onderzoek onder zeventien Nederlandse ziekenhuizen. Bij 25 procent van de MRSA-patiënten kwam de bacterie van een onbekende bron. Bij 22 procent van deze patiënten bleek het om de LA-MRSA stam te gaan.

”Het gaat hierbij dus om nieuwe transmissieroutes van de LA-MRSA. Maar we hebben nog geen idee welke dat zijn”, zegt Jan Kluytmans van het VU Medisch Centrum in Amsterdam. ”We moeten dit proberen te achterhalen om geen doorbraak in de onze MRSA-dijken te krijgen.” Ook pleit hij voor verdere reductie van het antibioticagebruik in de veehouderij om de resistentie aan te pakken.
Volgens Mevius wordt de komende tijd ook meer ingezet op het beter in kaart brengen van de besmettingsroutes en aanwezigheid van ESBL’s in andere diersoorten zoals kalveren en varkens.

SWAB: meer resistentie onder mensen

Resistente bacteriën worden steeds vaker aangetoond in mensen. Dit staat in Nethmap, het jaarlijkse rapport van de Stichting Werkgroep Antibiotica Beleid (Swab) over het gebruik van antibiotica en resistentie bij bacteriën. Vorig jaar (2010) steeg het percentage MRSA iets naar 1,6 procent (van het totaal aantal staphylococcus aureus-isolaten). MRSA-stammen die geassocieerd zijn met landbouwhuisdieren vormden in 2009 38 procent van de isolaten.
Bij E. coli is de voortdurende toename van resistentie tegen het antibioticum ciprofloaxine in ziekenhuizen opmerkelijk (12 procent). In alle studiepopulaties wordt bij E. coli een stijging van de resistentie tegen vrijwel alle verschillende antibioticagroepen gevonden.
ESBL-vormende stammen vormen sinds 2000 een bedreiging en bereikten een percentage van 9 procent vorig jaar. Reserve-antibiotica uit de carabenengroep en het giftige colistine zijn op dit moment de enige middelen om infecties met ESBL te bestrijden.

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.