Home

Achtergrond 1033 x bekeken

Wie vlees wil eten moet dieren doden

De verhouding tussen mens en dier verandert. Wetenschappers in Utrecht discussieerden vorige week over de dynamiek van mens en dier. Hoe de liefde voor het gezinsdier het maatschappelijk debat beïnvloedt.

Als Paris Hilton een hond van een ander ras gaat houden, zal dat effect hebben op duizenden mensen en dieren. Want opeens wordt een ander ras populair.

Het voorbeeld van de populaire Amerikaanse societyster kwam vorige week voorbij tijdens een symposium over de verhouding tussen mensen en dieren, georganiseerd door de studium generale van de Universiteit Utrecht en het Descartes Centre van de universiteit. Hoogleraar Peter Koolmees (veterinaire geschiedenis) liet zien hoe ver de liefde voor het dier kan gaan. Ze liggen bij hun baasjes in bed, ze worden geknuffeld, krijgen speciaal eten, ze gaan naar de kapper en naar de dokter.

Maar de liefde kent ook zijn grenzen: als Paris Hilton een andere voorkeur krijgt, zal dat voorbeeld gevolgd worden. ”We houden van dieren en tegelijk zijn onze dierenasiels overvol”, constateert Koolmees.

De dierenliefde in de huiskamer is via het maatschappelijke debat langzamerhand ook geprojecteerd op de veehouderij. De grootschalige veehouderij – door sommigen consequent industrieel genoemd – is een gevolg van de toegenomen vleesconsumptie.

Suzanne van der Pijll van het adviesbureau Schuttelaar laat zien dat de vleesconsumptie in Nederland vooral in de eerste decennia na de Tweede Wereldoorlog een grote vlucht heeft genomen. De laatste tien jaar lijkt er sprake van een licht afname van de consumptie.

Desalniettemin is een fabrieksmatige productie nodig om de stijgende inkomens en de toenemende vleesconsumptie bij te houden. Maar in de huiskamer wordt het landbouwhuisdier gezien als een dier dat een dagelijkse knuffel van de boer verdient, net als een bezoek aan de huiskapper. Alleen in de veterinaire aandacht kan het verwachtingspatroon van de burger zich nog enigszins meten met de praktijk van de veehouderij.

Maar als de huisdierhouderij de norm wordt, zijn we op de verkeerde weg, zegt Berry Spruijt, hoogleraar Ethologie en Dierenwelzijn van de Universiteit Utrecht. ”We houden dieren om ze te aaien, we vermenselijken het dier. Maar vragen we ons ook af of het dier dat wil?”

Hij komt tot de stelling: als je van dieren houdt, houd je geen dieren. Spruijt laat zien dat het geen zin heeft te redeneren dat dieren geen stress mogen ervaren.

”Zonder stress geen welzijn”, zegt hij. Welzijn is een gemoedstoestand over een periode, legt hij uit. ”Als je mensen denkt gelukkig te maken door ze alles te geven wat ze willen, dan wordt het een deprimerende toestand. Als alles er is, doen we niks. Zo is dat geregeld in ons brein.”

Volgens Spruijt is er wat dat betreft niet veel verschil tussen mensen en andere dieren. Hoogleraar Spruijt vindt dat de mens bij de regelgeving voor dierenwelzijn voorbijgaat aan wat het dier zelf wil. Volgens hem is na te gaan wat het dier wil, door hem vragen te stellen. En soms is het al voldoende om de vraag te stellen of je zelf iets zou willen.

Het beest van de industrialisering

Dirk-Jan Verdonk van de dierenrechtenorganisatie WSPA (inzet) zegt dat het in de verhouding tussen mens en dier fout is gegaan toen we veranderden van jagers en verzamelaars in mensen die vee gingen houden en gewassen verbouwen. ”Toen we jaagden stonden we nog op voet van gelijkwaardigheid met het dier. Maar toen we dieren gingen houden, werden we meester over de dieren. Die nieuwe verhouding vereist volgens Verdonk nobelheid van de mens, verantwoordelijkheid en rentmeesterschap.

Het is volgens hem echt misgegaan toen industrialisatie en veehouderij met elkaar samengingen. Verdonk noemt dat het beest van de industriële veehouderij. Een kip kon vroeger wel drie jaar worden voordat hij in de soep belandde. Nu leeft een vleeskuiken amper zes weken.

”Boeren bleken blind voor wat ze veroorzaakten. Dat bleek ook bij de opzet van de Flevohof in de jaren 70. Philip Bloemendal van het Polygoonjournaal – toch een gematigd medium – beschreef de kippen op de tentoonstelling van de fine fleur van de land- en tuinbouw als dieren die waren gedegenereerd naar levende eierproducerende machines die nooit buitenkwamen.”

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.