Home

Achtergrond 251 x bekeken 1 reactie

Tegenstrijdige belangen exporteurs en importeurs vee

Nederland wacht in ieder geval tot het voorjaar van 2012 met het aanvragen van de blauwtongvrije status. De economische belangen van de kalversector zijn in de ogen van het landbouwministerie te groot. Het moet mogelijk blijven om kalveren zonder blauwtongtest te importeren. De exporteurs van fokvee zijn zacht uitgedrukt not amused.

De verwachtingen waren hoog gespannen toen Nederland tijdens het Scofcah-overleg (red: permanent comité diergezondheid en voedselveiligheid in Brussel) op 6 juli dit jaar een presentatie gaf over de monitoring van blauwtong in 2009 en 2010. Een blauwtongvrije status kan Nederland beschermen tegen de insleep van genoemde ziekte. Overtuigend kon worden aangetoond dat er geen viruscirculatie had plaatsgevonden. Niets stond de Nederlandse overheid nog in de weg om de blauwtongvrije status aan te vragen, althans zo leek het.

Jaarlijks worden er rond de 800.000 kalveren door Nederland geïmporteerd. Ongeveer de helft van deze dieren is afkomstig uit Duitsland, dat nog niet over een blauwtongvrije status beschikt. Als Nederland beschikt over de blauwtongvrije status moeten de geïmporteerde kalveren extra worden getest. Dat brengt kosten met zich mee en de grootste importeur van kalveren, de Van Drie-Group, laat weten dat het praktisch niet haalbaar is om alle kalveren op blauwtong te testen.

De Nederlandse overheid bleek vatbaar voor de argumenten van de kalversector en besloot dat er eerst bilaterale akkoorden moeten worden gesloten met niet blauwtong-vrije landen als Duitsland, België, Luxemburg en Tsjechië. Doel was om de import van grote hoeveelheden kalveren uit niet blauwtong vrije gebieden veilig te stellen. Wat is gebleken is dat landen als Duitsland en België niet zitten te wachten op genoemde akkoorden. De landen kiezen voor het aanvragen van een eigen blauwtongvrije status in het voorjaar van 2012. De Nederlandse overheid heeft daarop besloten dat moment af te wachten.

Exporteurs van fokvee hekelen de wijze waarop het ministerie handelt. Exportorganisatie Veepro laat weten dat haar leden niet nog eens zeven maanden risico willen lopen wat betreft de insleep van blauwtong. ”We willen graag weten waarom de bilaterale akkoorden niet tot stand zijn gekomen”, aldus directeur Reinoud van Gent. Het feit dat Nederland nog niet over de blauwtong vrije status beschikt, kost de Nederlandse exporteurs moeite en geld. ”Ons kost de ellende zeker 1 miljoen per maand nog afgezien van inkomstenderving door niet leveren van dieren omdat ze in het buitenland goedkoper zijn.” Exporteur Henk Bles liet eerder al tegenover deze krant weten dat de Nederlandse vee-export en de veehouderij veel inkomsten verliezen doordat Nederland weigert de blauwtongvrije status aan te vragen. Hij schat de jaarlijkse verliezen tussen de 15 tot 25 miljoen euro.

Exporteurs hebben naast kritiek op het overheidsbeleid ook problemen met de kosten die het Centraal Veterinair Instituut (CVI) in rekening brengt voor het testen op blauwtong. ”Het CVI heeft een monopoliepositie in Nederland. Ze zijn wat betreft een aantal testen, bijvoorbeeld een pcr-test, twee keer duurder dan partijen in omliggende landen”, aldus exporteur Job Postma. Dat is volgens hem de reden waarom veel exporteurs hun dieren eerst laten testen bij het goedkopere Duitse onderzoekslab Lufa in Oldenburg. Postma begrijpt niet dat de Nederlandse overheid wacht met het aanvragen van de blauwtong vrije status. ”Als je genoeg geld voor de Nederlandse overheid genereert is de gezondheidsstatus te koop. We kunnen niet tegen het financiële geweld van de kalversector op. Dus wordt de export van fokvaarzen opgeofferd.”

Ook exporteur Roelof van den Berg geeft aan verbijsterd te zijn over de gang van zaken. ”De Nederlandse veesector heeft een enorme inspanning geleverd om blauwtong onder de knie te krijgen. Dat heeft veel kosten met zich meegebracht. Nu weigert het ministerie om de blauwtongvrije status aan te vragen om zodoende Nederland tegen blauwtong te beschermen. De belangen van de kalversector wegen blijkbaar zwaarder. Het moet mogelijk blijven om goedkope kalfjes te importeren. Daarmee worden we gedegradeerd tot het afvalputje van de EU.”

Het is volgens Van de Berg een totale misrekening dat de economische belangen van de kalversector dusdanig groot zijn dat een blauwtongvrije status de sector teveel schade zou aanrichten. Onduidelijk is trouwens nog wat het de kalversector werkelijk zou kosten als Nederland de blauwtongvrije status zou aanvragen. Bedragen voor het testen variëren van 35 tot minder dan 7 euro per test. Binnenkort schuiven de betrokken partijen weer aan voor overleg in Den Haag.

Eén reactie

  • no-profile-image

    Ondertussen kan Jan van Drie nog steeds kalveren die doodziek zijn invoeren, omdat Jan alleen aan eigen gewin denkt, en daarmee de anderen de vernieling in jaagt.

Of registreer je om te kunnen reageren.