Home

Achtergrond 908 x bekeken

Rabobank: zorgen over wereldvoedselvoorziening

Een recent gepubliceerd rapport over de wereldvoedselvoorziening van de Rabobank kreeg felle kritiek. Rabo-directeur Dirk Duijzer noemt zelf de conclusies in het rapport nog mild. Samen met Carel van der Hamsvoort geeft hij een weerwoord.

De kans is groot dat de consumptie de komende tien jaar vaker groter zal zijn dan de productie, met prijsschommelingen en voedselcrises tot gevolg. Na 2020 dreigt een soort permanente voedselcrisis. Het bedrijfsleven, de wetenschap en boerenorganisaties moeten daarom de handen ineen slaan. Dat zegt Dirk Duijzer, directeur coöperatie en duurzaamheid van Rabobank Nederland.
Duijzer gaat met Carel van der Hamsvoort, hoofd van Rabobank's internationale onderzoeksafdeling op het gebied van Food & Agri, in op felle kritiek in deze krant op een recent gepubliceerd Rabo-rapport.

Duijzer vindt zelf de conclusies in het rapport nog mild. De wetenschap stelt dat een wereldbevolking van 18 miljard nog steeds gevoed kan worden, zelfs wanneer men zich een Europees dieet aanmeet. “Persoonlijk geloof ik echter dat in delen van de wereld innovaties niet zo makkelijk kunnen landen. Er is een groot verschil tussen wetenschap en praktijk. Het is ook precies daarom dat Rabobank een rapport als deze schrijft. Het bedrijfsleven kent de FAO en Wereldbank-rapporten, maar hecht meer waarde aan een rapport dat uit het bedrijfsleven zelf komt. De Rabobank spreekt met alle schakels in de keten en heeft meer impact.”

Van der Hamsvoort wijst op spanningen niet alleen bij de productie van voedsel, maar ook bij de beschikbaarheid van energie en water. Als eerste grote commerciële partij stelt Rabobank het subsidiëren van de productie van biobrandstoffen op basis van voedingsgewassen ter discussie. Rabobank financiert biobrandstoffen, aldus Duijzer. “Maar voor de lange termijn is het geen oplossing voor het energievraagstuk. We vragen onze klanten daar over na te denken.” Duijzer haalt de miljoenen hectares ongebruikte landbouwgrond in Brazilië en Rusland aan. Brazilië wist als eerste tropisch land een grote landbouwexporteur te worden, aldus Duijzer, “maar feit is dat in de laatste 50 jaar het landbouwareaal zo ongeveer gelijk is gebleven. De productiestijging in ontwikkelde landen is in die periode best groot geweest, maar inmiddels gestagneerd.

Bij dreigende tekorten aan voedsel heeft de Rabobank het vooral over granen en oliezaden, de gewassen die wereldwijd in grote volumes worden verhandeld.” We spreken niet over pootaardappelen of uien, die een meer regionale dynamiek kennen, en het zoetwatertekort waar Rabobank op hamert, betreft vooral het Midden-Oosten en Azië. “Het Nederlandse bedrijfsleven wordt echter wel geraakt in de grondstoffeninkoop en toenemende beweeglijkheid van prijzen. Ik zie dat vooral de multinationals, de Unilevers en Heinekens van deze wereld, hun bedrijven opnieuw inrichten, rekenend op een veranderende wereld. Kleinere bedrijven realiseren zich nog onvoldoende dat een aardverschuiving plaatsvindt. “Zelfs de multinationals kunnen zich veilig stellen voor misschien die tien jaar, maar lossen de nieuwe problemen die dan opdoemen niet op. Dat kúnnen ze ook niet. Ze hebben elkaar, de overheid, NGO's, banken en boeren nodig. We zien het gewoon fout lopen en vinden het onze verantwoordelijkheid de markt in beweging te helpen krijgen.”

De Millenniumdoelstellingen voor het terugdringen van honger zijn niet gehaald en dat is tragisch, maar wat nu in potentie voor de deur staat kan veel dieper ingrijpen. “De toename van honger heeft zijn sociale beslag, zal onrust en oorlog aanwakkeren.” aldus Duijzer. Duijzer wijst op China, dat investeert in landbouwgrond in Afrika. Het fenomeen leeft niet alleen op de burelen van OxfamNovib of andere NGO's. “Wij zien de transacties als kredietverlener de revue passeren, de handelsstromen verlegd worden. China manoeuvreert. Het is een land met ongekend potentieel dat in tien jaar tijd de grootste economie kan worden, maar het is ook een land met een zeer arm platteland. Men hoeft misschien niet zo bang te zijn voor China, want het land is juist gebaat bij een open handelssysteem en dus diplomatieke vrienden.” Van der Hamsvoort: “China heeft meer dan 20 procent van de wereldbevolking, maar slechts 6 procent van het beschikbare zoetwater en 7 procent van het grondoppervlak, waarvan slechts 13 procent in gebruik is door de landbouw. Het land is niet alleen gebaat bij stabiliteit thuis, maar ook juist in de landen waarmee het zaken doet.”

De Nederlandse rol zal bescheiden zijn, aldus Van der Hamsvoort. De nog ongebruikte hectares liggen vooral in Brazilië en Rusland. Daar is grond, een goed klimaat en voldoende zoetwater. De opbrengsten hebben er bovendien nog lang niet hun potentieel bereikt. Het zijn met name deze landen die aan de extra vraag in vooral en China en India, en hun eigen opkomende middenklasse, zullen voldoen.

Toch is het volgens Van der Hamsvoort belangrijk dat het Nederlandse landbouwareaal intact blijft. “Nederland kan weliswaar als productieland het wereldvoedselprobleem niet oplossen, maar is als gidsland essentieel. Wil Nederland innovatief blijven in bijvoorbeeld de veredeling, dan is toch een bepaalde productie bij de basis nodig.” Duijzer erkent dat de productie in Nederland ondanks haar hoge innovatieve niveau vaak niet voldoende rendeert. “Met name in de glastuinbouw en varkenshouderij worden geen goede rendementen gerealiseerd. Juist door de beperkingen in Nederland en dan vooral een hoge grondprijs is Nederland een sterke producent, anderzijds zetten de beperkingen continu druk.”

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.