Home

Achtergrond 190 x bekeken

'Pootgoedsector gebaat bij aanpak erwinia en promotie'

De handelshuizen houden over anderhalve week rassenshows. Om het goede imago van het pootgoed op peil te houden pleit directeur Peter Ton van Stet Holland voor collectieve promotie. ”En er zijn sectorbrede afspraken nodig over erwinia.”

De pootgoedtelers hebben een paar goede jaren achter de rug. Volgens Peter Ton, directeur van handelshuis Stet Holland, toont het aan dat Nederlandse pootaardappelen een goed imago hebben. ”Dat hebben we mede te danken aan de schaalvergroting bij de telers. Ze kunnen meer investeren in het leveren van een hoge kwaliteit.”

Ook heeft de sector virusziekten goed onder controle, constateert Ton. ”Bacterieziek is echter hèt probleem. Ondanks de projecten die nu nog lopen, blijft erwinia een ongrijpbaar probleem. Gelukkig worden de toetsen steeds betrouwbaarder om erwinia op te sporen.”

Ton vindt dat de sector nu al afspraken moet maken over welke plaats een betrouwbare erwiniatoets moet krijgen in het kwaliteitsbeleid. ”Want je kunt er op rekenen dat zodra er een bruikbare erwiniatoets is, de afnemers eisen dat die wordt gebruikt. Wat doe je dan bijvoorbeeld met een partij pootgoed waar een beetje erwinia in zit? Schrijf je die helemaal af? Of gaat die naar een bestemming die minder eisen stelt aan bacterieziek? Ik pleit voor sectorbrede afspraken daarover.”

Wat Ton betreft wordt een betrouwbare erwiniatoets verplicht voor de hoogste pootgoedklassen S en SE. ”Als erwinia in een partij zit wordt die in klasse verlaagd of afgekeurd, afhankelijk van de afspraken die de sector daarover maakt. Je kunt ook overwegen om in eerste instantie alleen pootgoed dat in Nederland wordt gebruikt te toetsen op erwinia. Maar dit staat of valt met een betrouwbare toets. Je kunt het je niet veroorloven dat een toets aangeeft dat een partij vrij is van erwinia en dat later in het groeiseizoen het tegendeel blijkt.”

Ook als sectorbrede afspraken zijn gemaakt over erwinia zullen kopers van Nederlands pootgoed aanvullende eisen stellen aan individuele handelshuizen. Ton: ”Dan zullen de afnemers moeten betalen voor die extra zekerheid, want door de controle op erwinia vallen meer partijen af.”

Niet alleen een betrouwbare erwiniatoets kan helpen het imago van Nederlandse pootaardappelen op peil te houden. Ton pleit voor het herinvoeren van de collectieve promotie van Nederlands pootgoed, die bijna tien jaar geleden is afgeschaft. Toen werd de promotie van pootgoed gedaan door de Nivap (Nederlands Instituut Voor de Afzetbevordering van Pootaardappelen). Maar de grote handelshuizen wilden voortaan alleen hun eigen rassen promoten in het buitenland. Het Nivap houdt zich nu nog vooral bezig met het opheffen van handelsbelemmeringen.

Ton constateert dat de Schotse en de Franse sectoren wel aan collectieve promotie doen. ”De Scottish Potato Council en de Franse organisatie FNPPPT zijn erg effectief in het uitdragen van een nationaal imago van hun pootaardappelen. Dat zou Nederland ook weer moeten doen.”

De sector kan dan beter inspelen op de stijging van de wereldwijde consumptie van aardappelen. Ton verwacht dat de aardappel een steeds groter deel van de voedselbehoefte gaat invullen. ”De aardappel bevat veel koolhydraten en heeft relatief weinig water nodig. Daarnaast groeit de consumptie van aardappelproducten in de opkomende economieën in Azië en Zuid-Amerika. De Nederlandse pootgoedsector kan daar een grote rol in spelen.”

Tot nu toe is de export vooral gericht op de landen rond de Middellandse Zee. Jaarlijks gaat rond de 40 procent van alle exportpootgoed naar deze bestemmingen. Dat zijn net die landen waar momenteel grote onzekerheid heerst. In Noord-Afrika omdat verdreven dictators vervangen worden door democratisch gekozen regeringen. In het Midden-Oosten omdat dictators blijven zitten ondanks protesten van de bevolking. En in Zuid-Europa omdat politici worstelen met het wegwerken van enorme staatsschulden.

Desondanks importeren deze landen nog steeds pootgoed. Ton verklaart dat doordat de landen onrust onder de bevolking willen voorkomen door te zorgen voor voldoende voedsel. ”Er is wel minder vraag naar Spunta en Désirée. Maar de markt is in evenwicht omdat er minder pootgoed beschikbaar is. Het pootgoed is grof gegroeid dit jaar en bij Désirée is het areaal ook nog eens fors gekrompen.”

Volgens Ton wordt de kredietwaardigheid van de afnemers in de landen rond de Middellandse Zee momenteel streng beoordeeld. ”Gelukkig reageren de kredietverzekeraars niet zo paniekerig als in 2008, toen ze geen kredietverzekeringen meer wilden afsluiten voor alle afnemers in bepaalde landen. Dat maakte de export naar die landen onmogelijk omdat het risico op wanbetalers te groot was. Nu vragen de kredietverzekeraars meer garanties van de afnemers en ze verkorten de betalingstermijnen. Hierdoor kan de export blijven doorgaan.”

Ton stelt dat de politieke situatie in de landen rond de Middellandse Zee echter een beperkte invloed heeft op de export. ”De afzet van pootgoed wordt vooral bepaald door de prijs van consumptieaardappelen. En die is erg laag momenteel.”

Ook het behoud van de euro is belangrijk. Ton moet er niet aan denken dat de euro ophoudt te bestaan. ”Dan prijzen we ons uit de markt in Zuid-Europa. De euro is van groot belang voor de Nederlandse pootgoedsector. Ik hoop dat de politici in staat zijn de gemeenschappelijke munt te behouden in alle eurolanden.”

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.