Home

Achtergrond 1074 x bekeken

Landbouwoverschotten domineren EU-begroting

Een memorabel jaar voor de Europese landbouw was 1986. Nog nooit ging zo’n groot deel van het Europese budget op aan landbouwsteun, en nog nooit eerder (of later) waren de overschotten zo groot als toen. Ingrijpen was onontkoombaar, maar dat riep overal in de landbouw grote weerstand, en ook angst op.

Voor landbouw- en plattelandsbeleid trekt de Europese Unie nu nog zo’n 58 miljard euro uit. Dat is goed voor ruwweg 40 procent van het totale Europese budget. Een kwart eeuw geleden ging nog 65 procent van het Europese budget op aan landbouwsteun. In ronde bedragen betrof dat ruim 18 miljard ECU (de rekenkundige voorloper van de euro) op een totaal van 28 miljard ECU. En dat voor een EU van elf lidstaten. Inmiddels telt de EU 27 lidstaten en miljoenen boeren meer.

Een groot verschil tussen toen en nu is dat de Europese steun aan de landbouw nu voor een groot deel gericht is op directe inkomensondersteuning. Een rechtstreekse link tussen Europese steun en een zo hoog mogelijke productie is er niet meer. Ook gaat inmiddels een behoorlijk deel van de Europese steun naar andere doelen, zoals verduurzaming in de landbouw en innovatie. Brussel betaalt via cofinanciering mee aan initiatieven die dit stimuleren.

In 1986 ging de landbouwsteun voor het overgrote deel op aan directe prijsondersteuning voor vlees, granen en zuivel en aan opkoop en gesubsidieerde export van overtollige Europese landbouwproducten. Het aanvankelijke Europese beleid gericht op een zo hoog mogelijke voedselproductie (want nooit meer tekorten en honger) was in de loop der jaren zo succesvol geworden dat er structureel grote overschotten werden geproduceerd.

In 1984 had dat al geleid tot de introductie van de superheffing, maar dat hielp slechts ten dele. In 1986 bedroeg de Europese overproductie van melk nog steeds 12,5 miljoen ton. Andere sectoren werden bovendien nog ongemoeid gelaten. Zo kwam het dat de EU opgescheept raakte met een enorme voedselberg, die met aanzienlijke korting (Europese exportsteun) op de wereldmarkt moest worden afgezet.

In 1986 ging het om voorraden van 1,4 miljoen ton boter, 1 miljoen ton melkpoeder, 1 miljoen ton suiker, 750.000 ton rundvlees en zo’n 15 miljoen ton graan. Vooral in de laatste jaren voor 1986 ging het hard. In vijf jaar tijd waren de uitgaven voor het uit de markt nemen van overtollig product verdubbeld.

De boeren zelf voelden daar nagenoeg niets van. Zij kregen voor hun melk, vlees en granen een vrij stabiele, maar ook geen bijzonder hoge prijs. Zij deden hun ding en wat er met hun product gebeurde, daar lazen ze in de krant over of hoorden ze op vergaderingen iets van. Tenminste, voor de zogenoemde marktordeningsproducten. De prijzen werden dankzij garantieprijzen op een zodanig peil gehouden dat boeren stevig beschermd werden tegen schommelingen in de markt. De overschotproblematiek leek vaak een ver-van-mijn-bed show.

Groot verschil met toen is dat het inmiddels fors gegroeide Europa op een aantal terreinen nog altijd meer voedsel produceert dan het zelf nodig heeft, maar boeren en de voedingsindustrie die overschotten zelfstandig op de wereldmarkt kunnen verkopen, zonder dat Brussel geld bijpast om het Europese landbouwproduct concurrerend te maken. Zo verkoopt de Nederlandse zuivelsector grote hoeveelheden kaas, condens en melkpoeder buiten de EU zonder exportsteun en gaat ook Europees rundvlees zonder hulp naar klanten in bijvoorbeeld het Midden-Oosten en Rusland.

Graan- en boterbergen diep tussen de oren

Nog afgelopen zomer stak een Amsterdamse economieprofessor in een groot landelijk dagblad een lange tirade af tegen het ’verspillende’ Europese landbouwbeleid, ’de boterbergen en enorme graanoverschotten’. Het maakt duidelijk hoe lang ingesleten beelden blijven hangen (en hoe gemakzuchten de mens is, ook een economieprofessor. Melkplassen, boterbergen en graanoverschotten zijn al lange tijd passé. Sterker nog, nu dreigen zelfs tekorten.

Europa heeft nog een krappe 120.000 ton melkpoeder in interventie plus 1500 ton boter en 137.000 ton gerst. Ook een bergje varkensvlees dat rond de jaarwisseling uit de markt is gehaald in verband met het Duitse dioxineschandaal is al weer weg. De voorraden zijn nu zo krap dat de Europese Commissie vreest dat ze niet eens meer genoeg heeft voor de voedselhulp aan de minderbedeelden in Europa. Nederland maakt geen gebruik van deze regeling, maar veel andere lidstaten wel en in verband met de dalende koopkracht wordt een extra beroep op deze regeling voorzien. Voor suiker is al langere tijd een tekort in de EU.

In 2008 heeft de EU  nog eenmaal interventie-aankopen gedaan om een diepe val van de zuivelprijzen tot stand te brengen. Voor het overige vinden de laatste jaren ook geen marktinterventies meer plaats. Op kleine schaal worden nog exportrestituties gegeven. Bijvoorbeeld voor speciale producten bestemd voor een aantal lastige, zwaar beschermde markten, zoals voor bepaalde kazen voor de VS.


Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.