Home

Achtergrond 3696 x bekeken

Kaashandel steeds geconcentreerder

In de Nederlandse kaashandel is een flinke consolidatieslag gaande. De grote handelaren worden al groter, kleintjes worden opgeslokt. De fusie van Friesland Foods en Campina heeft dat proces versneld. Een fusie tussen DOC Kaas en het Duitse DMK kan het nog meer aanjagen.

De Nederlandse kaashandel is een sector met vele tientallen bedrijven, groot en klein. Vaak ook ieder met zijn eigen specialisme. Het aantal bedrijven neemt de laatste jaren echter rap af. Het aantal eigenaren neemt nog sneller af. Veel bedrijven blijven in naam wel bestaan, maar zijn onderdeel van één grote groep.

Nuchter bezien bestaat er ook steeds minder ruimte voor allerlei afzonderlijke kaashandelaren. Er zijn natuurlijk nog altijd vele kleine kaasmakers, maar Nederland kent als gevolg van fusies en samenvoegingen in de zuivel nog maar een handvol echt grotere spelers.

Allereerst zijn er FrieslandCampina en DOC Kaas. Kleinere, maar nog steeds grote producenten zijn: Bel Leerdammer, Cono Kaas, De Graafstroom en CZ Rouveen. Van hun productie moet de kaashandel in hoofdzaak leven, al worden er ook aanzienlijke hoeveelheid geïmporteerd. Vooral uit Duitsland. Een grote afnemer van Duitse foliekaas is bijvoorbeeld Albert Heijn. Dit koopt de laatste jaren grote volumes in bij het Noord-Duitse DMK.

Gezamenlijk zijn de Nederlandse kaasproducenten goed voor een omzet af fabriek van ruwweg 2,5 miljard euro. De kaashandel verdubbelt die omzet nog eens. Het grootste deel daarvan is in handen van twee grote handelaren: A-ware in Lopik en MijWo Beheer (Van Zeijerveld) in Vleuten. De eerste had vorig jaar een omzet van om en nabij 800 miljoen euro, de tweede van ruim 700 miljoen. Beide bedrijven doen vooral veel zaken met FrieslandCampina.

Kleinere, maar ook nog steeds grote handelaren zijn Vergeer Kaas in Bodegraven met een omzet van zo’n 250 miljoen en Uniekaas en Westland Kaas met allebei een omzet van ruim 100 miljoen euro. Westland doet via dochterbedrijf CheesePartners vooral veel zaken met DOC Kaas. De vraag is hoe dit verder zal gaan als DOC Kaas besluit te gaan samenwerken met DMK in Duitsland.
Onder de grotere kaashandelaren is er tenslotte nog de Van der Sterre groep, met een omzet van zo’n 60 miljoen euro. Dit bedrijf doet veel zaken met Cono Kaas. Het distribueert vooral de Noord-Hollandse kaas van Cono onder huismerk, zoals Reypenaar.

Naast de producenten en de handelshuizen zijn er ook nog de pure ’traders’, zoals Havero Hoogwegt en Interfood, die tientallen miljoenen omzetten in de daghandel.

Het bestaan van grote kaashandelaren, die ook kaas opleggen, veredelen en bewerken, sluit niet uit dat kaasfabrieken ook zelf een deel van hun product afzetten. De bekendste voorbeelden zijn Cono en Bel Leerdammer. Die zorgen zelf voor de verkoop van hun merkkazen – Beemster en Leerdammer. Ook FrieslandCampina verkoopt een deel van zijn kazen zelf. Voorbeeld is Milner.
Toch kiezen kaasproducenten er zelden voor om zelf de hele kaasproductie te verkopen. Handelaren weten het product vaak veel beter tot waarde te brengen. Het voormalige Friesland Foods heeft ooit geprobeerd zelf de eigen kaas grotendeels te verkopen, maar dat resulteerde in een mislukking.

De coöperatie had in de kaashandel overigens de reputatie veel kaas te vermorsen. Wekelijks werden vele tientallen tonnen afgekeurd en doorgestuurd naar bijvoorbeeld de smelter omdat er onzorgvuldig mee was omgegaan. Sinds de fusie met Campina is de uitval gehalveerd, weten handelaren.

Nog steeds heet ’s lands grootste producent geen echt gelukkige hand van kaas produceren en vermarkten te hebben. Van tijd tot tijd heeft het de neiging grote voorraden te willen dumpen op veraf gelegen markten, om zo de pakhuizen op te schonen, maar daarbij ook de markt voor veel anderen (en zichzelf) te bederven.

Veredelaars, raspers en smelters

Kaashandelaren zijn er in vele soorten en maten. Vanouds houden de meeste bedrijven zich bezig met het inkopen, opleggen en bewaren van kaas. Omdat de consument het product steeds vaker op maat gesneden wil hebben, is er minder vraag naar ronde kazen. Steeds meer kaasmakers produceren zogenoemde euroblokken en dan in folie verpakt (foliekaas). Die leveren bij het versnijden minder afval op. Omdat consumenten meestal ook geen heel blok willen, wordt de kaas steeds meer voorgesneden tot plakjes.

Toch blijven bij het versnijden en verpakken en ook het bewaren van de kaas altijd restanten over. Hoekjes kaas die overblijven bij het snijden en kazen die op de grond zijn gevallen of anderszins gebreken hebben, gaan naar speciale kaasbedrijven. Meestal zijn dat de smelters. Die maken er smeerkaas van.

Sommige bedrijven bewerken vooral kazen met een krasje tot rookkazen, met een speciaal aroma. Nog een categorie zijn de ’raspers’. Tot slot zijn er de producenten van analoge kaas, die niet-zuivelproducten verwerken tot ’kaas’, voor fast-food en pizza’s.

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.