Home

Achtergrond 633 x bekeken

Innovatie vanuit de Noordpolder

Precies 200 jaar geleden legden honderden werklieden in Noord-Groningen een twaalf kilometer lange zeedijk aan. Zo ontstond een polder die werd ingericht tot boerenlandschap: de Noordpolder. Het bleek een voedingsbodem voor nieuwe innovaties die de Nederlandse landbouw hebben beïnvloed.

De Noordpolder is de oudste van de grote landaanwinningen in Noord-Groningen. Het idee voor inpoldering van de kwelder boven Warffum en Usquert kwam in 1805 van vier boeren. ”Het was economisch heel aantrekkelijk om te doen”, vertelt Jan de Boer. Hij schreef het boek ’Dijkrijk’ over de ontwikkeling van de Noordpolder. ”Boeren gebruikten het grensgebied tussen land en zee al om vee te weiden, maar dat kon alleen in de zomer. Inpolderen vergrootte de mogelijkheden.”

Het inpolderingsplan was een duur verhaal. De 120 boeren die een stuk grond erbij kregen, moesten zelf voor de kosten – 335.000 gulden – opdraaien. Daarvoor konden ze een lening afsluiten met het rijk. ”Dat was een groot economisch risico”, zegt De Boer. ”De vier boeren die met het plan kwamen, moesten de rest over de streep trekken.”

Wat in het voordeel van de ondernemers werkte, was dat de landbouwprijzen begin negentiende eeuw bijzonder hoog lagen. Dat was een gevolg van de politieke situatie. Keizer Napoleon voerde in 1806 het continentale stelsel in. Dat hield in dat alle Europese landen die deel uitmaakten van het rijk van Napoleon, geen handel mochten drijven met Engeland, zijn aartsrivaal. Gevolg was dat de prijzen stegen en de vraag naar landbouwgrond om eigen voedsel te verbouwen, toenam.

In juli 1811 begon de aanleg van de zeedijk, waarbij 315 werklieden met 415 paarden de hele klus moesten klaren. Dat ging opmerkelijk snel: de dijk werd in november 1811 opgeleverd. Daarna konden de boeren de polder inrichten met wegen, waterlopen, akkers en boerderijen.

In eerste instantie verbouwden de Noordpolder-bewoners op hun kleigronden vooral koolzaad en gerst. Later breidden ze dat uit met teelten als rogge, haver, vlas en klaver als groenbemester.
Het vervoer leverde een probleem op. De boeren moesten hun gewassen via binnenvaartschepen kunnen afvoeren. Maar waar die waterweg moest komen, daarover werden ze het niet eens. Het gevolg was dat er pas jaren later een verbindingskanaal kwam.

Waterwegen, wegverhardingen, bruggen: allemaal zaken waarover in de Noordpolder heel wat werd nagedacht, gediscussieerd en soms jarenlang geruzied. Tegelijkertijd leidde de inpoldering op landbouwgebied tot innovaties die voor de hele Nederlandse agrarische wereld van waarde bleken. Geert Reinders (1790-1869), een van de kleurrijkste figuren uit de Noordpolder, leverde daaraan een belangrijke bijdrage.

”Hij was boer, aannemer, uitvinder en bestuurder”, vertelt De Boer. ”Hij stuitte in Engeland op een drainagesysteem en introduceerde dat in de polder. Dat was in Nederland nog volkomen onbekend.” Door een koolzaadzaaier aan te passen, ontwierp Reinders een machine die granen en peulvruchten in rijen kon zaaien. Een andere innovatie die in de Noordpolder als een van de eerste plekken in Nederland was te zien, was de stoomdorsmachine, afkomstig uit de VS.

Door de jaren bleef het recht van eigendom een heikel punt. Van wie is het land dat door de eb- en vloedwerking buiten de dijk ontstaat? Lange tijd een interessante vraag, want inpoldering bleef economisch aantrekkelijk. Het duurde tot 1936 voor er een oplossing kwam.

De Nederlandse staat wilde land blijven aanwinnen. In die tijd leverde dat belangrijke werkgelegenheid op. Een klein deel van de aangeslibde grond ging in dat geval naar de Noord-Groningse boeren.

Tegenwoordig zijn de opvattingen over landaanwinning sterk veranderd. Natuur moet meer ruimte krijgen en van nieuwe inpoldering is geen sprake. Nu kent het kweldergebied weer andere problemen. Grazend vee is op de kwelders nauwelijks meer te zien, vanwege het risico van plots opkomend water. Door een gebrek aan begrazing ontstaat een eentonige begroeiing met zeeplanten. Een stuurgroep bekijkt hoe de biodiversiteit en de veiligheid van het vee kunnen worden bevorderd.

Verder gaat het er vandaag de dag een stuk rustiger aan toe in de polder. Onder de 122 bewoners bevinden zich kunstenaars, wetenschappers, ondernemers en gepensioneerden. Een handjevol boeren is gebleven. Het agrarische karakter van de Noordpolder blijft daarmee bestaan.

De polder en zijn bewoners

Jan de Boer schreef het boek ’Dijkrijk’ over het ontstaan en de ontwikkeling van de Noordpolder. In november is het precies 200 jaar geleden dat de zeedijk werd aangelegd en de boeren en landarbeiders de polder konden inrichten met wegen, akkers, boerderijen en waterwegen.

In elk hoofdstuk staat een thema centraal: de inrichting van de polder, water- en wegverbindingen, opstanden en oorlog, landbouw en natuur enzovoort. Elk hoofdstuk is aangevuld met een portret van een beroemde Noordpolderbewoner, van Marten Douwes Teenstra tot Marten Toonder (de vader van de beroemde striptekenaar).

Ook is aandacht voor de huidige bewoners van de polder. In een overzicht achterin het boek staan alle woonadressen met foto’s en een beschrijving van de bewoners.
• Dijkrijk, Noordpolder 1811-2011, Jan de Boer, 272 pagina’s, uitgeverij Welzo Media Productions

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.