Home

Achtergrond 537 x bekeken

’Ik word niet zo snel zenuwachtig van een crisis in de tuinbouw’

Na een studieswitch en een uitstapje in de Randstad, belandde Rob Groenewegen uiteindelijk waar hij het meest op zijn gemak is: in de kas, als tomatenteler – net als zijn vader en opa.

Hij is 25, nieuwsgierig naar de buitenwereld en ambitieus. Maar de tuiderszoon ontdekte dat zijn bloed toch kruipt waar het eigenlijk niet gaan kan. Na een studieswitch waarbij hij even rook aan het vak van hovenier, en wat omzwervingen in de nabijgelegen Randstad, belandde Rob Groenewegen uiteindelijk weer op vertrouwde grond. In de kassen in het Westland. ”Het is toch leuker dan ik dacht.”

Hij is niet het prototype trouwe bedrijfsopvolger, zegt hij zelf. Sterker nog, hij was in zijn jonge jaren maar weinig tussen de glazen muren te vinden. Vader Theo Groenewegen heeft zoon Rob veel vrijheid gegeven. Rob heeft op zijn beurt nooit het gevoel gehad gepusht te zijn om een rol te spelen in het bedrijf, dat toch al enkele generaties meegaat. Even dreigde het nog mis te gaan. Broer en zus hebben de deur naar het vertrouwde tuindersleven al gesloten. Rob werd zo onbedoeld dus toch een beetje de laatste strohalm.

Nu banjert hij gemoedelijk door zijn eigen kas. ”Het is een puinhoop”, verontschuldigt hij zich bij een rondleiding door de drie hectare grote glazen tomatentuin aan de Kreegrug in De Lier. Overal plant-resten op de grond, klaar om door de versnipperaar te worden gehaald. Tijd voor de teeltwissel, een druk moment. Deze maand nog komen de nieuwe tomatenplanten en rond de kerstdagen moet er weer geoogst kunnen worden. Rommel is niet zijn ding. ”Persoonlijk vind ik het het mooist als de kas weer opgeruimd is en volstaat met nieuwe plantjes, de wortels verpakt in substraat en plastic”, glimlacht Rob.

Hij is niet het type teler dat per se bij alle bedrijfsprocessen betrokken is, meehelpt met stekjes binden, de inpakwerkzaamheden controleert en ’s avonds nog even de gangpaden aanveegt. Robs vader Theo (waarmee hij de VOF vormt), is dat wel, zo’n manusje-van-alles. Een generatieverschil, noemt Groenewegen het zelf. ”Ik ben meer van het uitbesteden. Leidinggeven is altijd wel een ambitie van me geweest. Het is ook net waar je mee opgroeit, wat je vrienden doen.”

Binnen het bedrijf is een duidelijke taakverdeling gemaakt. ”Energie is mijn hoofdtaak en toezicht houden op het teeltproces. Mijn vader en ik hebben allebei een locatie waar we verantwoordelijk voor zijn.” Voor arbeid is een extra kracht aangetrokken. Discussies zijn er regelmatig tussen vader en zoon. Over de hoeveelheid water die aan de planten gegeven moet worden bijvoorbeeld. ”Mijn vader zoekt altijd net de grens op, ik ben meer van de veilige aanpak”, vertelt Rob. Het heeft allebei wat, maar de nekharen gaan wel eens overeind staan, erkent hij. Niet dat ze elkaar de kas uitvechten. ”Meestal komen we er wel uit.”

Toekomstplannen zijn er ook. Uitbreiden, vernieuwen, productinnovatie. ”We willen de kassen vernieuwen, maar dan moet er wel geld verdiend worden.” Geld verdienen was er deze zomer niet bij. De ehec-crisis ging ook aan het bedrijf van Groenewegen niet voorbij. ”We hebben slechte weken gehad.” Zenuwachtig wordt hij er niet van. ”Dat is het risico wat erbij hoort als je een eigen bedrijf hebt.”

Ondertussen is het zoeken naar een nieuwe weg, dwars door het overaanbod en de bulk heen. Ook de troscherry dreigt in deze categorie te vallen. De tomaat is al tien jaar het trouwe werkpaard van het bedrijf, maar aan het einde van een levenscyclus, tenminste voor de Groenewegens. ”Zolang de consument het mooi en lekker vindt, verdien je daar je geld mee. Het is een zoektocht. Misschien moeten we een keuze maken voor een innovatief ras, de gok durven nemen.”

De gouden greep is nog niet gevonden. Er zijn jaloersmakende voorbeelden van collega-telers, die Rob graag als inspiratiebron ziet. Maar in het rassenaanbod van de zaadbedrijven is hij zijn paradepaardje nog niet tegen gekomen. Vertrouwen in de toekomst is er volop. ”Ik denk dat de meeste tuinbouwbedrijven momenteel heel bewust bezig zijn. Het is niet meer zoals vijftien jaar geleden. We zijn meegegroeid met de tijd. Het is veel meer managen geworden.”

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.