Home

Achtergrond 382 x bekeken

'Geloof in varkenscyclus niet verloren'

De Landbouw Vakbeurs in Den Bosch staat voor de deur, maar kunnen bedrijven de technologische hoogstandjes die worden geëtaleerd wel betalen? Hoewel een relatief groot aantal bedrijven 2014 niet zal halen, betreft het volgens sectormanagers van ING en ABN Amro weinig bedrijven met jonge ondernemers en opvolging. Het vertrouwen in de varkenssector is nog niet verdwenen.

Een groot deel van de Nederlandse varkenshouders moet de komende jaren fors investeren. De overgangstermijnen van het Varkensbesluit lopen dan af. Vanaf 2013 is daarom in de Europese Unie de groepshuisvesting voor zeugen verplicht. Vleesvarkens moeten vanaf 2013 volgens de wet meer ruimte krijgen en de spleten van roosters worden versmald om het wandelcomfort van de varkens te vergroten. Eerder is groepshuisvesting al ingevoerd voor het houden van biggen en vleesvarkens. Vanaf 2013 zullen veel varkenshouders volgens het Besluit Huisvesting moeten voldoen aan strengere milieu-eisen. De ammoniakuitstoot moet omlaag. Veel bedrijven zullen luchtwassers aanschaffen. Als de bedrijven de investeringen achter de rug hebben, heeft staatssecretaris Bleker mogelijk een nieuwe investering verplicht: mestverwerking. Volgens de plannen van Bleker worden dierrechten vanaf 2015 afgeschaft. Bedrijven moeten vanaf 2015 hun afzet van mineralen duurzaam regelen. Hoeveel financieringsruimte de sector heeft is onduidelijk, maar alle banken spreken van grote verschillen tussen bedrijven.

De Rabobank becijferde eerder dat tussen 2005 en 2009 het rendement op eigen vermogen in de varkenshouderij bijna 3 procent negatief was. In de periode van 2000 tot 2004 was het percentage bijna 6 procent negatief. Het rendement is sinds 2009 niet of nauwelijks verbeterd en de solvabiliteit is teruggelopen tot een vrij karige ruim 50 procent. De sector boert achteruit. Zelfs één van de pronkstukken van de Nederlandse voedingscomplex, multinational Vion, maakte vorig jaar feitelijk weinig tot geen marge met varkensvlees. Het bedrijf kon met een omzet 8,9 miljard over 2010 nog geen ruimere marges realiseren voor de boer. De export van Nederlands varkensvlees wordt bovendien bemoeilijkt door de hoge mate van zelfvoorzienendheid waarin Duitsland is geraakt. Kostprijsverlagende uitbreiding wordt inmiddels bemoeilijkt door de aanzwellende en vrijwel tot Nederland beperkte kritiek op megastallen. De varkenshouders moeten zich toenemend de Grieken van de agrarische sector voelen: het publiek wantrouwt ze vanwege misstanden uit het verleden en stelt toenemend hoge eisen die het voor varkenshouders soms gevoelsmatig juist moeilijker maakt duurzaam te ondernemen.

Directeur Henk Overbeek van Alfa Accountants & Adviseurs ziet relatief veel bedrijven met liquiditeitsproblemen. ”De aflossing wordt dan vaak stopgezet. Voor de korte termijn kan deze stap een bedrijf ruimte geven, maar op de langere termijn boert een ondernemer achteruit omdat hij over een langere periode rente betaalt.” Bedrijven realiseren zich de nood, aldus Overbeek, en rekenen actiever dan ooit verschillende strategische scenario’s uit. Gezien de aankomende kosten voor bedrijven (groepshuisvesting, ammoniak), lijkt het verruilen van dierrechten voor verplichte mestverwerking op bedrijven, nauwelijks haalbaar. ”Ik zie niet hoe een gemiddeld bedrijf in deze situatie grote investeringen als deze kan betalen.” Bij de investeringen praat je elk over tenminste 100.000 euro, zo blijkt uit een rondgang, en wanneer stallen moeten worden nieuwgebouwd of totaal verbouwd, een veelvoud. Een hoge som voor een sector waar voor steeds meer bedrijven financieel niet eens kunnen stoppen , aldus Overbeek. ”Agrarische bedrijven hebben altijd stille reserves, maar in de varkenshouderij zijn deze niet groot. Er is weinig grond en het bedrijf is soms niet veel meer dan de milieuvergunning en de woning waard. Zelfs wanneer men het bedrijf met alles erbij verkoopt, kan een minderheid van de bedrijven met een schuld blijven zitten.”

Sectormanager Veehouderij Wilbert Hilkens van ABN Amro schat dat zo’n 50 procent van de varkenshouderijen klaar is voor de nieuwe eisen die de overheid vanaf 2013 stelt aan de intensieve veehouderij. Van de tweede helft zal een gedeelte afhaken. ”Dat kan 20 procent zijn of misschien 30 procent. Ik ben vrij optimistisch en denk op basis van onze klantenportefeuille dat de meeste stoppers bedrijven zijn met een wat oudere agrariër zonder opvolging.” Die stoppers hebben weinig zin in nieuwe investeringen of kunnen die niet meer voordat ze met pensioen gaan terug verdienen. Daarnaast voorzie ik bij de stoppers veel ”neventakkers” zijn, vaak melkveehouderijen die een vleesvarkensstal ernaast exploiteren. ”Daarmee wil ik zeker niet bagatelliseren, want ik realiseer me dat nogal wat varkenshouders ’s ochtends aan de keukentafel zitten en zich afvragen waarom ze de stal ingaan. Voor wie het nu alweer even voelt alsof men moet toebetalen om varkens te houden. Ik geloof echter nog steeds in de varkenscyclus. De slechte marges die nu worden gemaakt, zijn goeddeels het gevolg van de hoge voerprijzen. De tarweprijs is leidend voor de voerprijs en de seinen op de tarwemarkt staan de ene week op rood en de andere week op groen. Uiteindelijk denk ik dat consumptie en productie van graan weer naar elkaar bewegen en de varkenscyclus tot een einde komt.”

Naast een einde aan hoge voerkosten, is de kans volgens Wilkens groot dat de productie van varkensvlees zal dalen. Het aantal zeugenplaatsen neemt af met misschien 15 procent, aldus Wilkens. ”Wanneer je dan rekening houdt met een jaarlijkse productiestijging van 1,5 procent, zoals het in de laatste jaren was, dan moet je toch rekenen op een 10 procent lagere productie. Gezien de crisis voor de varkenshouderij in heel Europa geldt, verwacht ik elders in Europa een vergelijkbare beweging.”Wat betreft mestverwerking, denkt Hilkens ook niet zo somber.
”De sector heeft zelf de plannen voorgedragen, en dat betekent toch dat er draagvlak bij veel ondernemers is. Daar komt bij dat ik het als grote winst zie dat het onderwerp mest en aantallen dieren nu na 25 jaar discussie gedepolitiseerd wordt. Tenslotte geldt dat de investering niet per se door de ondernemer zelf hoeft te worden gedaan, al denk ik dat de ondernemers met voldoende financiële ruimte daar wel voor kiezen. Intermediairs kunnen de investering eveneens doen of er kan gekozen worden voor mestscheiding op het bedrijf en verwerking elders. Financieel zijn er best mogelijkheden. Bovendien: bedrijven zullen de wetgeving afwachten en vermoedelijk pas in 2013 en 2014 de investering doen.”

Volgens sectormanager varkenshouderij Kees van Vliet van de ING is het onwaarschijnlijk dat de voerprijs duurzaam hard zal dalen, alle banken verwachten dat de prijzen voor granen en soja relatief hoog blijven door de groeiende vraag vanuit gebieden met een hoge bevolkingsgroei, zoals Afrika, of landen waar diëten door toenemende welvaart veranderen, zoals China, Vietnam en India. ING verwacht dat als reactie op de lage prijzen de varkensstapel zal dalen van 12,2 miljoen dieren in 2010 tot 11,5 miljoen dieren in 2020. Waar het aantal vleesvarkens toeneemt van 5,9 tot 6 miljoen, halveert het aantal bedrijven met vleesvarkens terwijl het aantal bedrijven met zeugen met een kwart afneemt. ”In heel Europa is de situatie in de varkenshouderij zorgwekkend en overal zal deze ontwikkeling plaatsvinden. Minder varkens betekent vroeg of laat een wat betere rentabiliteit.”

Daarnaast moeten varkenshouders toe naar een product met hogere toegevoegde waarde. Varkenshouders hebben steeds beter de doelgroep voor ogen. Volgens het ING Economisch Bureau kan het aantal conceptvleesvarkens de komende 10 jaar toenemen tot 30 procent van het totaal. ”De consument bepaalt het succes.”

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.