Home

Achtergrond 320 x bekeken

Eurocrisis is van eminent belang voor Nederlandse agribusiness

Europa kroop deze week door het oog van de naald. De onrust is echter verre van voorbij en structurele hervormingen zijn noodzakelijk. Als tweede agro-exporteur ter wereld is het behoud van de europese eenheidsmunt en één interne markt van eminent belang voor de agribusiness.

Europese leiders kwamen woensdagnacht tot een akkoord over de afwaardering van Griekse schuld, uitbreiding van een noodfonds voor landen met financiële problemen en bezuinigingen die Spanje en Italië moeten doorvoeren. Griekenland zal zonder hulp nooit in staat zijn schulden die het maakte terug te betalen, zo erkenden Europese leiders. Volgens het akkoord verschaffen het IMF en de Eurolanden Griekenland een nieuwe lening tegen relatief zachte voorwaarden, van 100 miljard euro. Banken krijgen van deze partijen bovendien garanties ter waarde van 30 miljard euro in ruil voor het afwaarderen van hun uitgezette geld in Griekenland, met 50 procent.

De markten zijn weer (even) tevreden, maar zelfs na de operatie blijft Griekenland een land zonder industriële basis, met een schuld zo groot als 120 procent van het bruto binnenlands product. Het land ziet door de opgelegde bezuinigingen het groeikapitaal van de economie afnemen. Voor de agribusiness is het van belang dat vervolgstappen worden gezet om te komen tot één Europees economisch beleid dat tot stabiliteit leidt.

”Griekenland lijkt een symptoom. Veel te hoge schulden bij overheden, banken en consumenten zijn de ziekte,” verklaarde topman Piet Moerland van de Rabobank eerder. De banken waarderen hun Griekse schulden af, maar hebben reeds het overgrote deel hiervan overgedaan naar de Europese Centrale Bank (ECB), dus indirect naar de belastingbetalers in de 17 eurolanden. De afwaardering kan de grootste agrarische kredietverlener in Nederland, de Rabobank, zo’n 100 miljoen kosten. Het is onwaarschijnlijk dat het bedrag de kredietverlening in gevaar brengt.

De Eurozone blijft echter een groep landen met sterk uiteenlopende politieke culturen, handelsbalansen en schuldposities. Europeanen voelen een vermeend democratisch tekort.
Europese leiders moeten dus enerzijds de beleidsvorming transparant maken, en anderzijds werken aan een financieel-economische Europees beleidskader. Tenslotte eist Duitsland dat de neutrale rol van de ECB terugkeert, dat de ECB geen instrument ter bevordering van groei blijft, maar zich louter richt op beperking van de inflatie.

Op het spel staat uiteindelijk het uiteenvallen van de Eurozone, wat niet alle de afzet van de Nederlandse agribusiness ondermijnt maar ook een bom legt onder het gemeenschappelijk landbouwbeleid en uiteindelijk de interne markt, legt Harry Smit van Food & Agriculture Research bij Rabobank International uit. Smit benadrukt ”niet pessimistisch” te zijn over het redden van de Eurozone. ”Maar de belangen zijn voor een open economie als Nederland enorm.” Nederland is goed voor circa 7,5 procent van de wereldwijde handel in landbouwproducten.

Griekenland
De ogen blijven gericht op Griekenland, maar als het in Griekenland fout loopt, gaan de ogen van de markt naar Italië en Spanje. Als het fout loopt komen landen in eerste instantie financieel in de problemen, wat de afzet verhindert. Maar het kan ook betekenen dat men de eurozone verlaat. Landen krijgen dan een nieuwe munt waarin weinig vertrouwen is, die dus in waarde zal dalen. Het is slecht voor de export, en slecht voor het vermogen van deze landen om schulden gemaakt in euro’s terug te betalen.

Het lijkt een zichzelf vervullende voorspelling. De focus op de schuldenberg leidt tot hogere rentes, met als gevolg dat deze landen inderdaad in de financiële problemen komen. ”Nederland heeft een bijzonder groot belang in het vasthouden van een interne markt. Onze landbouwexporten gaan voor het overgrote deel naar Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en België.

De Nederlandse agribusiness exporteerde volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek in 2010 voor bijna 4 miljard euro naar Griekenland, Spanje en Italië. Andersom kwam voor 2,1 miljard euro aan voeding en levende dieren naar Nederland uit deze landen. Zuid-Europa is wel belangrijk, niet alleen voor onze agrarische export. Duitsland exporteert veel industriële goederen naar Zuid-Europa en als zij minder kunnen exporteren, gaat het ook ons minder.”
Elke oplossing kan grote gevolgen hebben voor banken, die in het verleden veel geld hebben uitgeleend aan Zuid-Europese overheden. De banken moeten volgens nieuwe bankregels meer buffers opbouwen en zullen bij afschrijvingen mogelijk hun uitleenbeleid aanscherpen, met groeivertraging voor de totale economie tot gevolg.

Het is zonder oplossing voor de kernproblemen denkbaar dat de Eurozone uiteen zal vallen in twee of meer muntblokken, aldus Smit. ”In dat geval komt de interne markt met open grenzen ook onder druk te staan, als je doorredeneert. Maar gelukkig is het zover nog lang niet, kan zelfs het gemeenschappelijk landbouwbeleid, waarin alles uitgedrukt is in euro’s en het huidige economische klimaat, nauwelijks worden voortgezet in de huidige vorm.”

Volgens de heersende leer specialiseren landen zich in een open handelssysteem in waar ze het beste in zijn. Zijn ze het beste in meer zaken, dan zullen landen zich nog toeleggen op die zaken waarin ze het grootste voordeel hebben op de concurrentie.

Voor Nederland heeft de interne markt geleid tot een specialisatie in de sectoren zuivel, tuinbouw en vlees. ”De specialisatie leidt tot efficiëntie die ons in het internationale veld helpt te profiteren van de wereldwijd groeiende vraag naar voeding”, aldus Smit.

Frans-Duits project

De (girale) euro is ingevoerd in 1999, de munt in 2002. De eurozone is vooral een Frans idee, bedoeld om de afhankelijkheid van de dollar op de internationale markt te verminderen. Duitsland stemde in, deels in ruil voor Franse steun bij het integreren van de voormalige DDR in de EU. Duitsland eiste dat de Europese Centrale Bank zou worden gevormd naar voorbeeld van de Duitse Bundesbank, met bijna een obsessie voor inflatie.

In Zuid-Europese landen hadden centrale banken traditioneel ook de rol de economie te stimuleren, bijvoorbeeld door met rentebeslissingen te helpen een munt te devalueren. Duitsland wilde een diepgaande samenwerking van een beperkt aantal landen, terwijl de Fransen een minder diepgaande samenwerking met juist meer landen wensten. Het werd een problematische diepgaande samenwerking tussen een grote groep landen met zeer uiteenlopende belangen.

De euro hielp Nederlandse agribusiness en Duitse industrie handelsoverschotten weg te zetten in Zuid-Europa, waar de positie traditioneel niet zo sterk was.

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.