Home

Achtergrond 435 x bekeken

Trots op biologische tuin van Nederland

Noord-Holland is hard op weg om dé biologische provincie van Nederland te worden. Afgelopen jaren is het biologische areaal bijna verdubbeld. De regio rond Harenkarspel moet uitgroeien tot BioValley, de biologische groentetuin van Nederland.

De weidse provincie Noord-Holland is er een van polders en sloten, rijkelijk gelardeerd met koeien, bollenvelden en vollegrondsgroenten. Van alle grond in Noord-Holland is maar liefst 61 procent in gebruik als landbouwgrond. Daarvan moet toch een flink deel biologisch kunnen worden, dacht het provinciebestuur in 2007. "Daar stond politiek gezien iedereen achter", aldus gedeputeerde Jaap Bond (CDA).

Het totaal areaal voor biologische landbouw in Noord-Holland is gegroeid van 2.200 in 2001 naar rond de 6.000 hectare in 2010. Gedreven door een ideologisch verlangen naar meer duurzame, biologische landbouw, besloot de provincie dat eind 2011 7 procent van het areaal – 9.000 hectare – biologisch moest zijn.

Noord-Holland is daarmee in hectares na Flevoland de grootste biologische provincie. Noord-Holland telt zo'n 150 biologische bedrijven. "Biologica noemt ons ook dé voorbeeldprovincie voor Nederland. Daar ben ik heel trots op", zegt Bond. Hij is ervan overtuigd dat die 9.000 hectare bereikt gaat worden. "Misschien niet al aan het einde van het jaar, maar we gaan het halen. Dat we nu al richting die 7 procent gaan, hadden velen nooit verwacht."

De provincie heeft verschillende maatregelen in het leven geroepen om omschakelaars te ondersteunen. Zo is er onder meer een coachingsprogramma Biologisch Ondernemen, waarbij potentiële omschakelaars laagdrempelig informatie kunnen krijgen van experts, maar ook teelttechnisch mee kunnen kijken over de schouder van een biologische collega-coach. De coaches – die de omschakeling al een keer hebben meegemaakt – kunnen hun collega's adviseren en helpen valkuilen te omzeilen.

Verder probeert de provincie ook biologische veehouders aan extra grond te helpen, bijvoorbeeld door contacten te leggen met waterschappen, terreinbeherende organisaties en stoppende boeren. Meer grond is vooral nodig voor omschakelende (melk)veehouders, omdat er voor de biologische certificering per koe ook meer ruimte in de wei is vereist.

Daarnaast is er jaarlijks rond de 250.000 euro beschikbaar als omschakelsubsidie. Eén van de voorwaarden is wel dat minimaal 5 hectare grond in omschakeling gaat. Bond: "Het omschakelen van een melkveebedrijf duurt twee jaar, een vollegrondsgroentebedrijf zit drie jaar in omschakeling. In die periode loop je extra risico's. De omschakelsubsidie kan net het extra duwtje in de rug zijn waardoor het wel lukt."

Sinds 2008 hebben rond de 25 bedrijven gebruik willen maken van de regeling. Veertien daarvan kwamen in aanmerking voor de omschakelsubsidie, aldus Bond. De aanvragen betreffen vier akkerbouwbedrijven, één fruitteler, één vleesveehouderij en acht melkveebedrijven. En daar waar voorheen vooral vollegrondsgroentetelers biologisch gingen werken, zijn het de laatste tijd de melkveehouders die een inhaalslag maken.

Van de omgeschakelde bedrijven is pakweg 60 procent koeienboer, weet de gedeputeerde. Onder bollentelers zijn er maar heel weinig die biologisch werken; met name de bestrijding van ziektes maakt het heel gecompliceerd. Slechts 15 hectare van het bloembollenareaal is biologisch.

De stimuleringsmaatregelen van de provincie gelden overigens voor alle agrarische sectoren. In totaal maakt de provincie sinds 2007 jaarlijks 750.000 euro vrij voor stimulering van de biologische landbouw. De politieke wil hiervoor is sterk, aldus Bond: bij de recente onderhandelingen over een nieuwe bezuinigingsronde was iedereen het erover eens dat het biopotje buiten schot moest blijven.

Noord-Holland maakt zich ook sterk voor de promotie van (biologische) streekproducten, onder meer onder de noemer ’Heerlijk Noord-Holland’. Daarbij wordt ook samengewerkt met de gemeente Amsterdam. In de stadsregio Amsterdam bevinden zich op steenworp afstand maar liefst 1,2 miljoen consumenten, die in toenemende mate bewuster willen gaan consumeren, zegt Bond. Amsterdam is ook de bakermat voor het Marqt-concept, winkels die ook veel biologische streekproducten van dichtbij verkopen.

De vraag naar biologische groente, en meer nog naar melk en vlees, neemt enorm toe. Bond: "Wat voor mij een enorme eye-opener was, is dat zelfs tijdens de economische crisis de vraag naar biologische en streekproducten groeide. Dat betekent dat er echt een stevige bodem ligt voor die markt."

De provincie werkt nu aan het regionaal clusteren van biologische bedrijven in een zogenoemde BioValley. Recent werd in de buurt van Harenkarspel – waar al een flink aantal biologische vollegrondsgroentetelers zit – een eerste bijeenkomst belegd op het bedrijf De Lepelaar van bio-pionier Jan Schrijver. Sommige bedrijven werken hier al samen, via de Tuinderskring van Harenkarspel.

Een aantal biologische ondernemers, vooral vollegrondsgroentetelers, heeft nu besloten om samen met de provincie nóg nauwer met elkaar samen te werken. "Je hoeft die jongens niet meer te vertellen hoe ze biologische kwaliteitsproducten moeten telen, maar er is wel winst te halen op het gebied van gezamenlijke marketing, pr en afzet." Het idee is dat bijvoorbeeld grote groenteverwerkers als Vezet in Warmenhuizen en Hessing uit Zwaagdijk-Oost zich bij het biocluster aansluiten. De telers kunnen dan onderling afspraken maken over welke gewassen ze wanneer telen, om zo te zorgen voor een gegarandeerde aanvoerstroom richting de groentesnijderijen en -verpakkers.

Bond: "De afzet van bio heeft alles te maken met een voldoende aanbod. Als er maar volume is, stimuleert het de vraag." Samenwerking is ook een vorm van risicospreiding voor de samenwerkende bedrijven, aldus Bond. En zo’n samenwerkingsverband kan ook leiden tot mooie (product-)innovaties, verwacht hij.

Buiten de bedrijven die nu besloten hebben om nauwer samen te gaan werken, zitten er in de omgeving nóg dertig biologische bedrijven, waarvan Bond hoopt dat die zich ook gaan aansluiten bij het cluster. "Feitelijk ligt BioValley er al; het gaat er alleen nog om dat de partijen bij elkaar worden gebracht, dat de bestaande structuren in Noord-Holland-Noord worden versterkt en dat het cluster op de kaart komt." Dat doet de provincie, waarbij wordt samengewerkt met het ministerie van EL & I en Wageningen UR. Het mooie is volgens de gedeputeerde ook dat de structuur van het gebied heel divers is, met bedrijven van verschillende types en grootten. Die leveren zonder uitzondering producten van hoge kwaliteit. ”Daarmee hebben we de biologische tuin van Nederland eigenlijk al te pakken”, zegt Bond vergenoegd.

Het uiteindelijke doel van de provincie is dat BioValley één groot aaneengesloten biologisch areaal gaat vormen. Van de provincie mag het hele gebied in de Westfriese Omringdijk eronder vallen. Dat maakt het uitwisselen van biologische grond tussen bedrijven ook makkelijker. Tegelijkertijd biedt BioValley omschakelaars de kans om vliegend van start te gaan op biologische grond van stoppende bioboeren.

Bond denkt al aan een tweede clustergebied, bijvoorbeeld de regio Laag-Holland. Hier zitten vooral veel melkveehouders. "Jongens als Nils Spaans in Broek in Waterland; bioboeren die nu al veel aan verbreding doen met scholing en natuurbeheer."

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.