Home

Achtergrond 163 x bekeken 1 reactie

Schaalsprong in windenergie

Het kabinet is akkoord met het veelbesproken plan voor 86 grote windmolens in de Noordoostpolder. Het windpark draagt een stevig agrarisch stempel. Er is rond 1 miljard euro SDE- en innovatiesubsidie toegezegd. Het is dan ook een bijzonder en groot project.

Het mag omstreden zijn, maar het spreekt wel tot de verbeelding. Het windmolenpark dat straks in de Noordoostpolder verschijnt is niet alleen het grootste qua aantal windmolens, er komen ook de grootste molens op land die Nederland kent. Binnendijks komen 38 gevaartes met een ashoogte van 135 meter en een piekvermogen van 7,5 megawatt (MW). Dat is 7,5 keer zoveel als de gemiddelde windmolen van dit moment.

Deze molens gaan per stuk evenveel stroom leveren als de vijftig molens die nu nog aan de Westermeerweg in de Noordoostpolder staan. Deze molens zijn eigendom van energiebedrijf RWE en stammen uit de late jaren 80. Met hun 300 kilowatt konden ze toen goed meekomen.

De schaalvergroting gaat in de windbranche zeer snel. Niet alleen vanwege snelle technische vooruitgang, ook omdat de natuur als het ware een bonus geeft voor omvanggroei. Grotere molens hebben meer piekvermogen omdat ze een groter rotor-oppervlak hebben. Bovendien benutten ze de wind beter, zodat hun jaarproductie per geïnstalleerde megawatt ook groter is.

De nieuwe turbines, die op boerenland verrijzen, hebben elk een piekvermogen dat even groot is als 25 van de huidige molens, maar een productie die die van 50 oude evenaart. Dat betekent dus een ver-38-voudiging van de stroomproductie op deze plek. Daar komen dan nog 48 buitendijkse turbines bij. Die worden iets minder groot, in verband met de beschikbare techniek voor molens in ondiep water. In de Koepel Windenergie Noordoostpolder zijn vijf projecten samengevoegd.

Flevoland herbergt ook het op een na grootste windmolenprojecten op land in Nederland. Naast de 86 molens van de Noordoostpolder is er het project Zuidlob in Zeewolde van 36 molens van in totaal 100 MW. Ook hier is sprake van een boe­reninitiatief. Biologisch akkerbouwer Monsma nam veertien jaar geleden het initiatief voor een windpark, toen bleek dat hij geen vergunning kreeg voor een solitaire windmolen. De zestig deelnemende boeren hopen dit jaar te starten met de bouw, nu de vergunningen rond zijn en de SDE-subsidie toegekend is.

Volgens brancheorganisatie NWEA staan er 200 windprojecten op stapel in Nederland, meest opschaling van bestaande molens. De beide Flevolandse projecten zijn ’de grootste knallers’, stelt directeur Ton Hirdes.

Opvallend is de grote rol van boeren in beide parken. In de jaren 70 was windenergie nog bijna een puur agrarische aangelegenheid. Met het groeien van de molens en met het toenemen van de investeringskosten, daalde dat aandeel. Naar schatting is eenderde van de huidige windmolens eigendom van agrariërs.

Een studie van energie-onderzoeksbureau Acrres uit 2009 wijst uit dat de gemiddelde windboer een neveninkomst van 30.000 euro haalt. Bij opschaling van windparken kan dat stijgen naar 60.000 euro. De opbrengsten van kolossen van 5 MW of meer zijn echter veel hoger.

Voorbeeldberekeningen van Acrres komen voor een solitaire molen van 5 MW op een gemiddelde jaaropbrengst voor belastingen van 440.000 euro bij een afschrijving per jaar van ruim 540.000 euro over vijftien jaar.

Is er dan nog wel subsidie nodig? Die vraag ligt gevoelig. ”We zijn er bijna, maar voorlopig kan het toch nog niet zonder”, zegt Hirdes. Hij wijst erop dat de huidige subsidieregeling eigenlijk een garantiebedrag is, een aanvulling op de marktprijs voor stroom. Die prijs was afgelopen jaren laag. Maar als de prijs stijgt, en de investeringskosten dalen als gevolg van innovaties, dan kunnen molens over een paar jaar op eigen benen staan, vermoedt hij.

Windmolens op land in Nederland

Nederland telt op dit moment rond 1.900 windturbines op land met een gemiddeld vermogen van ongeveer 1 megawatt. Dat vermogen stijgt snel, blijkt uit cijfers van het CBS. Begin jaren 90 werden windmolens gebouwd van gemiddeld 200 kilowatt. Twintig jaar later is dat een factor tien hoger: 2 megawatt. De omvang van deze molens is navenant toegenomen. Was het gezamenlijke rotor-oppervlak van alle windmolens in 1990 nog 100.000 vierkante meter, eind 2009 was dat 4,5 miljoen vierkante meter. Het opgesteld vermogen steeg van 50 megawatt in 1990 tot 2 gigawatt nu. De grootste is 4,5 megawatt.

Samen met de 230 megawatt aan windmolens op zee, levert windenergie nu een krappe 5 procent van de Nederlandse elektriciteitsbehoefte. Dat moet snel meer worden van de overheid. Doel is om al in 2015 meer dan een verdubbeling te realiseren en in 2020 30 procent van de elektriciteit met wind op te wekken. Daarvoor moet er 6.000 megawatt aan windturbines staan, ofwel tweemaal duizend van het kaliber dat nu in de Noordoostpolder gaat verrijzen.

Foto

Eén reactie

  • no-profile-image

    Sorry ondernemers maar het is belachelijk dat er zoveel subsidie ingepompt moet worden. Het is duidelijk dat er zonder subsidies niet van deze molens worden geplaatst. We worden weer met z'n allen voor de gek gehouden. Maar goed ik zou er ook van profiteren wanneer dat mogelijk was. Maar wie houd wie voor de gek???

Of registreer je om te kunnen reageren.