Home

Achtergrond 132 x bekeken 1 reactie

Perspectieven

Een jaar of vier geleden publiceerde de Europese Commissie een studie over de perspectieven van de landbouw in de EU. Een van de conclusies was dat de landbouwinkomens in de EU-15 tussen 2005 en 2013 met zo’n 10% zouden verbeteren. In werkelijkheid is, althans tot en met 2010, geen stijging zichtbaar. De uitkomst van dergelijke studies wordt sterk bepaald door veronderstellingen en aannames; wat je erin stopt, komt eruit.

Dat geldt ook voor de nieuwe perspectievenstudie, die de Commissie een paar weken geleden uitbracht. Met alle ’mitsen en maren’ komt ze tot de conclusie dat het totale landbouwinkomen in 2020 bijna 15% hoger zal zijn dan gemiddeld in de jaren 2005-2009. Omdat er tot die tijd ongeveer 25% inflatie is, gaat het totale reële landbouwinkomen met circa 9% omlaag. Dus het aandeel van de landbouw in de Europese economie neemt verder af.

De Commissie gaat ervan uit dat het aantal arbeidskrachten in de landbouw van de EU-27 met ongeveer een kwart vermindert. Het 9% lagere inkomen wordt dus door 25% minder mensen gedeeld en per arbeidskracht gaat het reële inkomen dan ook met ruim 20% omhoog.
Daarbij is er een groot verschil tussen de ’oude’ EU-15 en de landen in Midden-en Oost-Europa die nog maar kort bij de EU horen. In de nieuwe lidstaten zou het inkomen per arbeidskracht tot 2020 met bijna 45% stijgen. Dat komt doordat het aantal arbeidskrachten er sneller daalt (30%), en doordat in deze landen de toeslagen nog omhoog gaan.

Voor de EU-15 wordt echter een reële inkomensstijging verwacht van minder dan 10%. Die verbetering komt helemaal voor rekening van 2010 en 2011; tussen 2011 en 2020 blijft het inkomen gelijk. Het komt er dus op neer dat de boeren in de EU-15 er de komende 10 jaar in doorsnee niet op vooruit gaan. Omdat een economische groei van zo’n 2% per jaar wordt verwacht, zullen de inkomens van de agrariërs waarschijnlijk verder achter blijven bij die van andere bevolkingsgroepen. De door de Commissie geschetste vooruitzichten geven dan ook niet veel aanleiding tot uitbundig optimisme.

Foto

Eén reactie

  • no-profile-image

    Cees uit bovenstaand mag dan ook concluderen, dat de boeren het gelag betalen van de zgn. economische groei of met andere woorden de landbouw moet de inflatie beteugelen, door achter blijvende prijzen. Hoe lang houdt de boerenstand dit vol?

Of registreer je om te kunnen reageren.