Home

Achtergrond 184 x bekeken

'Kantelpunt tuinbouw'

Tjibbe Joustra temperde het rumoer rond het Productschap Tuinbouw (PT), maar bracht het schap nog niet in veilige haven. Hij vertrekt na 2 jaar en gaat rampenonderzoek leiden in navolging van Pieter van Vollenhoven. Joustra ontpopte zich als aanjager van verandering en meent dat de sector op een kantelpunt staat.

U heeft het proces geleid over de toekomst van het PT. U liet zich bij uw laatste bestuursvergadering ontvallen dat u vergaand wilde veranderen door de sectorcommissies te schrappen. Volgens de NVAF liep u tegen muren op. Dat beeld klopt dus?
“Ik heb dat in het begin geopperd als denkrichting. Er is over gesproken, maar dat bleek een brug te ver. Dat is niet tegen muren oplopen. In gemeenschappelijkheid zijn in het bestuur veel onderwerpen open besproken.”

Is de tuinbouw wel veranderingsgezind genoeg?
“Die is groot, kijk naar energiezuinig telen. Op gebied van bestuurlijke innovatie is dat wel enigszins traag.”

Toch wekt u de indruk veel te willen veranderen. Bij uw nieuwjaarsrede dit jaar zei u dat best gesneden kan worden in de bestuurlijke structuur in de tuinbouw. Dat we met minder clubs afkunnen. Denkt u dat dit navolging krijgt als de sector niet veranderingsgezind is?
“Ik ben best tevreden over het effect van die woorden. Ik heb de indruk dat veel mensen zeggen dat we moeten stroomlijnen en naar minder organen moeten. We zien dat per jaar het aantal bedrijven daalt met 5 procent. Als je daarover nadenkt moet je in vier, vijf jaar wel een heel andere structuur hebben. Je hebt bijvoorbeeld geen vijf of zes promotiebureaus nodig en keuringsinstituten hoef je niet apart te organiseren. Je ziet ook reacties op de andere positionering van het landbouwdepartement. Alle organen daaromheen gaan vervolgens over hun positie nadenken. Die discussie zie je ook bij LTO. Ik denk dat als we over vijf jaar terugkijken dit een moment was van verandering.”

In uw laatste bestuursvergadering stelde u dat het PT herkenbaar moet blijven en niet in een vage constructie met andere schappen moet stappen. Het is al moeilijk genoeg om in het draagvlakonderzoek genoeg ondernemers achter het schap te krijgen. Wat is uw voorspelling?
“Ik weet niet wat de uitkomst zal zijn, maar het zal een behoorlijk resultaat zijn. Het probleem is dat tegenstanders rumoeriger het woord voeren dan voorstanders. Er is 60 procent nodig als draagvlak. Dat is ongebruikelijk, meestal is dat een meerderheid van 50+1. Dit is dus een flinke opgave.”

Heeft u veel politieke invloed aangewend om het simpelweg schrappen van de schappen te voorkomen?
“Net als andere voorzitters probeer je aan mensen uit te leggen wat schappen doen. Het is opvallend dat veel mensen niet weten wat een schap precies doet. Het valt wel op dat de laatste maanden meer politici echt geïnteresseerd zijn. Ze willen weten waarover het gaat in plaats van simpel de discussie ‘weg of niet’ .”

Wat verwacht u volgende week aan stemmingen over productschappen in de Tweede Kamer?
“Ik weet het niet, maar het is politiek uiterst onlogisch om vergaande beslissingen te nemen als je nog draagvlak gaat toetsen later dit jaar. Het is van belang dat betrokkenen zich eerst uitspreken en dat zijn de bedrijven.”

Wat is uw hoofdpijndossier geweest?
“Ik heb niet snel hoofdpijn, maar medebewind was lastig uit te voeren volgens Brusselse regelingen. Het was lastig uit te leggen waarom de naleving van die GMO-regeltjes is aangescherpt, maar bij fouten zijn de financiële consequenties fors. Deze hele week hebben we de Europese Rekenkamer op bezoek voor reguliere controles. Dat is echt heel grondig.”

De sector heeft met het PT iets waardevols in handen, stelt u. Toch was uw termijn te kort om zekerheid te bieden over de toekomst van het schap.
“Bij mijn aantreden heb ik gezegd dat ik in het belang van de tuinbouwsector zou handelen en dat we niet koste wat kost het schap moest behouden. Als de sector een productschap wil, moeten we dat vooral behouden.”

U pleit wel voor een herkenbaar PT. Dat is een pleidooi voor zelfstandigheid. U bent dus van mening veranderd?
“Dat ligt in elkaars verlengde. Als de sector zich niet in een productschap herkent, is het einde schap. Het gaat nog steeds om wat de sector wil. Pas dan komen de instituties.”

Of registreer je om te kunnen reageren.